Exposities over stedelijke vernieuwing; De verleidingen en loze beloften van de open plekken

Tentoonstellingen: Verleidelijk Stadsbeeld en Chiado, Lissabon. Nederlands Architectuurinstituut, Westersingel 10, Rotterdam, t-m 24-2; di t-m za 10-17 uur, zo 11-17 uur; Catalogi: resp. fl. 75 en fl. 34, 50.

In de jaren tachtig herwon de stad zijn waardigheid. Fabrieken, spoorwegemplacementen en havens, stedelijke leegtes die na het wegtrekken van de zware industrie tot desolate restgebieden waren verworden, houden voor een nieuwe generatie bestuurders en stedebouwers juist een belofte voor de toekomst in. Dit moet het tijdperk worden van de 'stedelijke vernieuwing', de verzamelnaam voor bestuurdersdromen waarin deze leegtes opnieuw bij de stad worden betrokken en die nieuw leven inblazen.

Op grote tafels in het Architectuur-instituut in Rotterdam ligt post-industrieel Nederland uitgestald. Maquettes, kaarten, tekeningen en video's tonen de Werdegang van uitzichtloosheid naar belofte. Een beetje stad heeft tegenwoordig toch een stedelijke leegte om te vullen?

De Kop van Zuid in Rotterdam en de IJ-oevers in Amsterdam zijn de grootste en bekendste projecten, maar de tentoonstelling besteedt evenveel aandacht aan Amersfoort, Groningen, Nijmegen, Eindhoven, Utrecht, Maastricht en Venlo. Het bijbehorende boek behandelt nog eens elf plaatsen. Daarnaast worden verleidelijke stadsbeelden van een vorige generatie getoond: plannen voor het Amsterdamse Museumplein, het Haagse Statenkwartier en het Rotterdamse Hofplein.

In zijn twee essays in de catalogus legt Harm Tilman een gezonde scepsis aan de dag over deze concurrentieslag, die behalve stimulerend, ook uitputtend werkt. “Er dreigt een totale californisering van de Randstad en later wellicht van grotere delen van Nederland, hetgeen neerkomt op een gestaag dichtslibben van alle resterende groene hoeken en gaten met amorfe gebouwenmassa's, wegen en parkeerplaatsen.” Overheden mogen niet om de winst op de korte termijn uitverkoop van hun grond houden, waarschuwt hij, en hij dringt erop aan dat gemeentebesturen beleggers aan een stelsel van afspraken binden.

Hoewel het nog maar zeer de vraag is hoeveel van die grootse, dure plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd, mogen we het belang van verleidelijke stadsbeelden niet onderschatten, vindt Tilman. “Ze functioneren vooral als speerpunt in de stedenstijd, als breekijzer in het traject van beleidsvoornemens naar werkelijkheid.” Amersfoort bijvoorbeeld gebruikt zijn plannen ter bevordering van de city-marketing. Tilman is het duidelijk niet eens met de aanpak van Groningen - “de stad als bedwelmend pretpark” - waar men volgens hem te zeer op de architectuur is gespitst en te weinig de samenhang van de stad als geheel voor ogen houdt.

Blokken

Lissabon mag na de brand in het historische centrum in 1988 met het meeste recht van een stedelijke leegte worden gesproken. Voor dit grote blok, een oppervlakte van honderd bij tweehonderd meter rondom het voormalige Chiado-warenhuis, heeft de Portugese architect Alvaro Siza met zijn “strategie van het geheugen” een gevoelig wederopbouwplan bedacht. Hij houdt zich aan het blokkenpatroon dat in de achttiende eeuw onder de Markies van Pombal verplicht werd en laat de gevels volgens het oude beeld weer optrekken.

Het stadsbestuur greep de brand aan als een kans om niet alleen kantoren en winkels te bouwen, maar ook om het wonen in het oude centrum te bevorderen. Om in die woningen meer licht binnen te laten, introduceert Siza binnenhoven in de diepe blokken. Dwars door een van de blokken loopt een hellende baan als wandelroute; een soortgelijke verbinding was er ook voor een andere ramp, de aardbeving van 1755. Het Chiado zelf wordt een hotel en het Grandella-warenhuis wordt een multi-functioneel complex met winkels, kantoren, horeca en culturele voorzieningen.

Zo rustig en vanzelfsprekend als Siza's ontwerp lijkt, zo overspannen komen de Nederlandse plannen over. De samenstellers hebben zich veel moeite getroost om de stadsbeelden door de presentatie vergelijkbaar te maken, maar daardoor slaat het 'verleidelijke' om in een griezelige eenvormigheid. De plannen worden ter kennisgeving aangeboden, gortdroog en vrijblijvend. De essays in het bijbehorende boek zijn lezenswaardig, maar ondanks een vijftal sponsors is het boek zelf alles behalve verleidelijk uitgevoerd.

Het grootste gemis is dat er aan dit taaie en statische geheel geen conclusie, interpretatie of visie verbonden van een samensteller of van het Architectuur-instituut zelf. Of maakt het Architectuur-instituut een statement door zich nadrukkelijk niet in te laten met het modieuze wervelende gedoe dat de stedelijke vernieuwing is gaan kenmerken? Nu wordt de bezoeker door weinig anders bevangen dan verwondering en een vage ongerustheid over de omvang van deze tweede wederopbouw.