Egypte acht oorlog onvermijdelijk; 'De Arabische wereld heeft haar vertrouwen in Irak volledig verloren'

KAIRO, 9 jan. - Alleen een wonder Gods kan oorlog nog tegenhouden, zeggen politieke vertrouwelingen van president Mubarak. Naar hun mening kan de ontmoeting tussen de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker en zijn Iraakse collega Tareq Aziz niets nieuws opleveren, al was het alleen maar omdat Tareq Aziz hier bekend staat als Saddams boodschappenjongen, verstoken van elk eigen idee en vervuld van angst en vrees voor zijn grote leider. Soms, als president Saddam Hussein hoge buitenlandse gasten ontvangt, moeten Tareq Aziz en andere hoogwaardigheidsbekleders van de Ba'ath-partij urenlang in het ontvangstvertrek aanwezig zijn, staande tegen de muur. Als zij een plasje moeten doen, vragen zij Saddam fluisterend om toestemming en komen zij, na gedane verrichting, saluerend terug om hun plaats aan de muur weer in te nemen.

Er is nog een reden waarom men hier - zonder het natuurlijk met zoveel woorden te zeggen - bitter weinig ziet in het gesprek tussen James Baker en Tareq Aziz. Saddam moet, om Koeweit tot de 15de januari te ontruimen, volgens de militaire deskundigen uiterlijk morgen met die ontruiming beginnen. Dat is, gesteld dat Saddam dat zou willen doen, te dicht bij de datum van de ontmoeting in Geneve en daarom psychologisch onacceptabel voor de Iraakse leider.

Mubaraks vertrouwelingen zijn ervan overtuigd dat de steeds dringender waarschuwingen van hun president aan het adres van Saddam om de verschrikkelijke consequenties van oorlog te overwegen regelrecht uit Mubaraks hart komen, maar tegelijkertijd zijn bedoeld om schone handen te hebben als de vijandelijkheden uitbreken. Zij zijn er ook van overtuigd dat Egyptische troepen, al was het maar zijdelings, bij de strijd zullen worden betrokken. En zij hopen dat de rol van de Egyptenaren tot die van politieman in het te bevrijden Koeweit beperkt zal blijven, zoals Mubarak al twee maanden geleden publiekelijk te kennen gaf. Maar zij zijn er niet zeker van dat deze vrome wens in vervulling zal gaan. Daarom bidden zij dat de oorlog zich tot een Blitzkrieg zal beperken, een verpletterende (Amerikaanse) preventieve aanval ter vermijding van een grote en langdurige oorlog. Dat zou volgens de bekende Egyptische journalist Anis Mansour een 'lucky strike' zijn, een gelukstreffer.

Een enkeling meent dat het Iraakse volk misschien op het allerlaatste ogenblik alsnog in opstand komt tegen zijn leider en het voorbeeld volgt van de Soedanezen, die een paar decennia geleden generaal Abboud, de militaire dictator van het land, afzetten door gewoon met vele tienduizenden op straat te gaan zitten en zich niets aan te trekken van de tanks van de generaal die dreigend hun kanonslopen op de menigte richtten.

Zij die denken dat oorlog in de Golf misschien toch nog wordt vermeden, herinneren eraan dat Egyptenaren die de laatste dagen uit Irak naar huis terugkeerden, vreemde dingen hebben gezien. Sinds de jaarwisseling zijn al meer dan 25.000 Egyptenaren uit Irak gevlucht en de aantallen zwellen elke dag. Men verwacht dat in de komende paar dagen nog eens 50.000 Egyptenaren uit Irak zullen komen. De teruggekeerden vertellen dat in de straten van Bagdad in opdracht van de Ba'ath-partij overal leuzen zijn geschilderd en spandoeken opgehangen, waarin Saddam - zoals gewoonlijk - wordt geprezen, maar tevens wordt opgeroepen om de Golfcrisis vreedzaam te regelen en oorlog te vermijden.

Reeds meer dan een maand geleden maakte de Iraakse oppositie gewag van de mogelijkheid dat Saddam zich door de wil van het volk zou laten dwingen om in te binden. Men zou gezichtsverlies voor hem kunnen vermijden door het aanhankelijke volk te laten schreeuwen dat Saddam voor Irak van oneindig groter belang is dan de nieuw gewonnen provincie Koeweit.

Oorlogsoptie

Maar wie de Egyptische regeringskranten erop na leest, kan slechts tot de conclusie komen dat de oorlogsoptie thans de overhand heeft. De hoofdartikelen roepen nog niet op tot oorlog, maar ze zijn er wel vlak bij. Het chique en altijd wat voorzichtige Al-Ahram zegt dat Saddam nog steeds erop uit is tijd te winnen en de internationale coalitie tegen hem uiteen te spelen, teneinde zijn buit te behouden. Al Ahram “hoopt dat de bijeenkomst in Geneve een voorloper zal zijn voor een fundamentele verandering in het Iraakse gedrag”.

Het altijd wat sensationelere ochtendblad Al-Akhbar schrijft dat “als de wereld voor elk probleem, zoals de Golfcrisis, zes maanden nodig heeft om het op te lossen, 's werelds wiel niet langer zal draaien, alle werk onderbroken zal worden en een sfeer van spanning en angstige verwachting de boventoon zal voeren, gepaard gaande met het bankroet van de meeste economieen”. Volgens Al-Akhbar “is de internationale gemeenschap te geduldig geweest met de maniak van Bagdad, ten koste van de belangen van vele volkeren die niets met de gebeurtenissen te maken hebben”. Saddam wordt door Al-Akhbar omschreven als een ziek en geestelijk gestoord persoon, dan wel een leider die welbewust aanstuurt op de vernietiging van zijn volk en van zijn land”.

Keuze gemaakt

President Mubarak heeft, zonder het duidelijk uit te spreken, zijn keuze reeds gemaakt - tot groot ongenoegen van een deel van de oppositie, die zelf trouwens ook op alle mogelijke manieren wat betreft Saddam verdeeld is. Een vernietigende slag tegen Irak is voor vele Egyptenaren, of ze nu in de regering of in de oppositie geloven, een regelrechte ramp. Het is de moord op een, zij het niet zo geliefd, broedervolk. Maar Mubarak schijnt nu tot de overtuiging te zijn gekomen dat er geen andere keus meer is dan Saddam tot kleinere proporties terug te brengen, ofwel hem te liquideren.

Gisteren herhaalde de president voor de zoveelste maal, bij de opening van Kairo's 23ste Internationale Boekenjaarbeurs, dat oorlog een catastrofe van ongekende omvang zou zijn. Maar hij weigerde iets te zeggen over eventuele garanties aan Saddam, mocht deze alsnog besluiten Koeweit te ontruimen. “Het is niet mijn probleem garanties te geven”, aldus Mubarak. “Ik kan alleen maar helpen. Maar zij (Irakezen) willen geen hulp of bemiddeling.”

Voorts zei Mubarak dat “sommige mensen ongelukkigerwijs denken dat Irak een supermogendheid is en waarschijnlijk hebben de Irakezen dat ook gedacht. Maar wij moeten dat niet geloven.” Hij stelde dat Egypte zeer goed op de hoogte is van Iraks militaire mogelijkheden en daarom niet bevreesd hoeft te zijn voor een Iraakse aanval op zijn grondgebied.

“De Arabische wereld heeft haar vertrouwen in Irak volledig verloren”, zo vervolgde de president. Hij onderstreepte dat vanuit Egyptische visie en op grond van Egyptes betrekkingen met de Arabische wereld het noodzakelijk is om met de Maghreb en met de Arabieren in de Golf samen te werken. Hij waarschuwde voorts dat Egypte niet akkoord zou gaan met een Israelische interventie als de oorlog in de Golf zou uitbreken. “Als Israel tussenbeide komt, zal Egypte een ander standpunt innemen.”

Mohamed Seyed Ahmed, een zeer bekende journalist van de linkse oppositie, legde uit wat de beweegredenen zijn van de regering en van een deel van zijn partijgenoten om zich tegen Saddam en zijn Arabische leidersrol uit te spreken: “Saddam houdt niet van rust; voor hem is stabiliteit het tegendeel van ontspanning.” Dat is precies de reden waarom de regering vindt dat de Iraakse leider een levensgevaarlijke bedreiging blijft voor iedereen in zijn omgeving, zo lang hij niet daadwerkelijk op zijn nummer is gezet.

Of, zoals Anis Mansour het uitdrukte: “Je moet niet stellen dat Saddam gelijk is aan Hitler, want hij is niet meer en niet minder dan Frankenstein, door ons allen gemaakt: door de Amerikanen, de Europeanen, de Russen en de Arabieren. En tegen het gevaar van een Frankenstein bestaat er maar een oplossing.”