De Stroperige Staat (1)

Niemand krijgt de schuld. Het zijn tegenvallers: minder belastingen dan we verwachtten, hogere rente door Deutschland, duurdere olie door Saddam Hussein, kortom narigheden waar wij, politici, en u, burgers, niets aan konden doen. Maar toch, waarschuwt de minister-president, het zal even pijn doen. Als we u dan niet in uw hypotheek mogen pakken, dan moet u maar minder ziek zijn.

Het kabinet is bezig met de Tussenbalans, de laatste naam voor een vertrouwd verschijnsel dat Een-procentsoperatie, Bestek '81 en noem maar op heette. Steeds kon niemand er iets aan doen. We moesten de broekriem iets aanhalen, een centje snijden. En dan ontaardde de politieke discussie in regeltechnologie met procenten en tienden van procenten. Het voorbij Wuustwezel volstrekt onbekende 'koopkrachtplaatje' hing als zwaar familieportret boven de Nederlandse schoorsteen.

Nooit werd hardop gevraagd hoe het komt dat er steeds weer nieuwe rondes 'bezuinigingen' nodig waren, nooit kwam de openbare politieke discussie toe aan de vraag of de besluiten van de vorige ronde waren uitgevoerd en zo ja, of zij het beoogde effect hadden gehad. Natuurlijk, Kamerleden, ministers en hun ambtenaren wisten wel dat daar aanleiding toe was, maar de 'actualiteit' vereiste snel handelen. Althans de indruk van handelen. Zonder dat de boel uit elkaar viel.

K abinetten vallen in Neder land niet over tussenbalansen, maar omdat ze moe zij. De smoes voor de breuk wordt dan gevonden in rariteiten: reiskostenforfaits, commerciele televisie of woningbouwcontingenten. Over de echte vragen van economisch beleid, de rechtsstaat of de verhouding tot de rest van de wereld gaat het zelden. Die lossen we ook niet op, maar masseren we kennelijk lang genoeg tot ze door de consensus-molen kunnen.

Het zou niet onhandig zijn als de Golfcrisis voor wat extra chaos zorgde de komende tijd, want dan hoefden er niet zo veel halve oplossingen te worden bedacht als anders. Dan zou ieder kind kunnen begrijpen dat men 'thans, in het licht van zoveel onzekerheden niet toekomt aan de verstrekkende besluitvorming waar het kabinet onder internationaal minder risicovolle omstandigheden gerede aanleiding toe aanwezig achtte'.

Voor een meer fundamentele rontgen-opname van hoe Nederlanders hun gemeenschappelijke belangen behartigen is inderdaad wel aanleiding. De secretaris-generaal van het ministerie van economische zaken, L. A. Geelhoed, heeft in het blad Economisch Statistische Berichten (2-1-'91) in duidelijke bewoordingen beschreven waar dit land op af gaat wanneer wij op de bestaande manier overheidstaken blijven bedenken en betalen.

Het ontbreken van prioriteitstelling daarin leidde in de afgelopen decennia tot opstapeling van beleid, schijft Geelhoed. “Dit proces is niet alleen in economische zin heel bedenkelijk, het bedreigt ook de eigenlijke functies van de sociale rechtsstaat.” Oude taken staan de behartiging van nieuwe in de weg, de staat verkalkt tot “een verouderd en ondoelmatig geheel van voorzieningen in een achterblijvende economie”.

En dan komt het: “Ongerichte ombuigingen worden dan een jaarlijks terugkerend ritueel; de distributie van publieke schaarste over groeiende groepen van teleurgestelden”. Dat verschijnsel zal des te nijpender worden omdat veel ons omringende landen, ondanks de aldaar gekoesterde schakering van nationale onhandigheden, sneller kans zien de bakens te verzetten. Sommige zijn bovendien groter en daardoor machtiger.

Aan de hand van de ontwikkeling van een hoge-snelheidstrein in Europa illustreert Geelhoed waar Nederland staat: de beslissing wordt in hoge mate opgelegd door Franse en Duitse plannen. “Hier verschuift het perspectief van de Nederlandse overheid met haar positie: een van veranderingen in de internationale context afhankelijker wordende semi-soevereine staat.”

De observatie is niet nieuw, erkent Geelhoed, maar hij vraagt zich af of we de nodige consequenties eruit trekken. “Ernstige zorgen baart het dat de procedureel zwaar gebufferde Nederlandse besluitvorming over strategisch belangrijke projecten met slepende tred blijft plaatsvinden”, zegt de opvolger van Rutten op EZ, waarna hij het Nederlandse overlegmodel vergelijkt met het Japanse consensus-model.

“Erg flatterend is die vergelijking niet. Betekent in Japan consensus dat het project al half voltooid is, in Nederland pleegt het bericht dat overeenstemming is bereikt het startsignaal te zijn voor een nieuwe procedure-ronde.”

Geelhoed beperkt zich in zijn nieuwjaarsboodschap grotendeels tot de algemene economische gevolgen van het door hem gesignaleerde beeld. Voorbeelden zijn er zonder veel moeite bij te bedenken. Van zuivel tot ziekenzorg, van woningbouw tot welzijnsadministratie. De Haagse kantorenmarkt draait op overlegorganen die de nationale besluitvorming in belangrijke mate bepalen - 'beinvloeden' zou een te bescheiden typering zijn. De rol van de Nederlandse overheid is vaak die van gespreksleider.

Wat moet die overheid nu? De salarissen zijn al geknepen, de aantallen ambtenaren staan onder druk. Misschien kan er nog wel meer af, suggereert de minister-president nu opnieuw. Maar iedereen weet dat het alleen maar zin heeft als opnieuw wordt bekeken welke taken de overheid wel en niet zal uitoefenen.

Makkelijk gezegd, moeilijk uitgevoerd in een land dat verslaafd is aan twee middelen, die in combinatie een besluitvorming garanderen die even effectief is als hardlopen door de stroop: corporatisme en een universeel gelijkheidsstreven.

Het door de katholieken gepropageerde en door vrijwel alle partijen geaccepteerde corporatisme legt consensus-dwang op en geeft vergaande bevoegdheden aan instellingen die geen verantwoording hoeven af te leggen. Het sociaal-democratisch geinspireerde gelijkheidsstreven wordt even algemeen omhelsd. Het wordt dan ook toegepast zonder aanzien des onderwerps. De gevolgen zijn bekend. Dit land houdt zichzelf in een vredig soort zelfgijzeling.

    • Marc Chavannes