De betonnen ernst van Strindberg wordt in regie Perceval luchtig

Voorstelling: Voader naar August Strindberg door Blauwe Maandag Compagnie. Regie en bewerking: Luk Perceval; decor: Johan Dehollander; licht: Steve Kemp; spelers: Jakob Beks, Ilse Uitterlinden e.a. Gezien: 7-1 Brakke Grond, Amsterdam. Tournee t-m 30-1.

Voor het zwarte achterdoek hebben de spelers zich naast elkaar opgesteld, alsof ze op een startsein staan te wachten om het toneel op te mogen. Op de vloer ligt water, dat maakt het speelvlak spiegelglad. Terwijl een jongen en een meisje lachend van de ene naar de andere kant rennen en glijden, leest de pastoor een gedicht voor: ... “dat schettert en dat tettert tot onder mijnen luifel. 't Zijn de veugels, Heer, van beider kunne.” Voader, de Vlaamse variant van De Vader - het loodzware naturalistische treurspel van Strindberg - begint in de vertoning door de Blauwe Maandag Compagnie als een vrolijk spelletje.

Van het bittere gevecht om de macht tussen de man en de vrouw is dan nog geen sprake en hoewel de beschuldigingen en verwijten ook dit maal onherroepelijk komen, behoudt het stuk in deze opvoering een ongekende, tintelende frisheid. Heeft het misschien te maken met het Vlaams waardoor de zinnen in onze Hollandse oren zoveel aardiger en melodieuzer klinken dan als wij ze uitspreken?

Luk Perceval toverde met de reeds bestaande Nederlandse vertaling van Karst Woudstra en ensceneerde zijn bewerking als een wedstrijd die de spelers, ook als ze even niet mee hoeven te doen, tot het eind toe moeten uitzitten. niemand mag van het toneel af. Iedere persoon vertegenwoordigt zijn eigen partij: de pastoor, de dokter, de min, dochter Bertha, de idioot Neut - ze hebben allen hun eigen belangen te verdedigen, maar de rivalen waar het werkelijk om draait zijn de man Dolf (een prachtige rol van Jakob Beks) en zijn vrouw Lauret (een net zo prachtige rol van Ilse Uitterlinden). Anders dan Strindberg heeft Perceval niet alleen de vrouw maar ook de ritmeester een naam gegeven - ze zijn nu gelijkwaardige opponenten.

Boven de speelvloer hangen twee enorme portretten van Dolf en Lauret als om aan te geven dat zij de heersers van het strijdperk zijn. Hoewel iedereen zich ermee bemoeit, moeten de man en de vrouw uiteindelijk het conflict, met als inzet hun dochter, uitvechten - de anderen kijken daarbij belangstellend toe. De aanwezigheid van derden verhoogt niet alleen de spanning maar is ook van belang om erop toe te zien dat het duel volgens de regels verloopt; zij zijn de scheidsrechters die bepalen wie van de twee een doelpunt scoort.

Strindberg liet de vader verliezen; nadat de man tot waanzin was gedreven bleef zelfs de dood hem niet bespaard. In de regie van Luk Perceval eindigt de stand onbeslist. Van de bravoure van de vader is weliswaar weinig over als hij naakt op de bank achterblijft, maar de moeder is er niet veel beter aan toe. Snikkend vraagt ze haar man om vergeving als ze hem heeft gekwetst. Het lijkt mij het enig denkbare slot dat recht doet aan een voorstelling die het niet zo nauw neemt met de betonnen ernst van het stuk.

De interventies van Perceval zijn briljant en zijn adaptaties verraden een aanstekelijk gevoel voor humor. Toch is het moeilijk te achterhalen wat hij precies heeft gedaan om een zo indringende voorstelling zo luchtig te houden. Het zal veel te maken hebben met de uitstekende rolbezetting, met de acteurs die hun personages tot in de toppen van hun vingers beheersen en met het komische talent van Stany Crets als Neut. Maar het wonder is daarmee niet helemaal verklaard: Voader blijft ongrijpbaar als een zeepbel.

    • Noor Hellmann