Concurrentie zet vraagtekens bij spectaculaire progressie; Opmars van de Chinese zwemsport

PERTH, 9 jan. - Een ordinaire kopie van het vroegere Oostduitse systeem, het laatste dopingbolwerk of gewoon een indrukwekkende opmars van een toekomstig leidende zwemnatie. De kleine Chinese afvaardiging bij de wereldtitelstrijd in het Australische Perth ligt onder de microscoop bij de kritische waarnemers, die in de waan verkeren het gebruik van verboden stimulerende middelen na het verdwijnen van de DDR onder controle te hebben.

De opmars van het Chinese vrouwenzwemmen heeft zich de laatste jaren in een opmerkelijk hoog tempo voltrokken. Zwemsters uit de Volksrepubliek voeren momenteel op vijf onderdelen de wereldranglijst van 1990 aan en dat was een paar jaar geleden nog volstrekt onvoorstelbaar. In Perth waren ze met een eerste en tweede plaats oppermachtig in het demonstratienummer 50 meter vlinderslag en Li Lin veroverde goud op de 100 meter wisselslag. En dat zal niet de laatste gouden medaille zijn van de Chinese afvaardiging, met vijftien zwemmers en zwemsters overigens net iets kleiner dan die van Nederland.

Op de zonovergoten binnenplaats van Saint Georges College op het universiteitscomplex van West-Australia, waar de Chinezen zijn gehuisvest, wuift de 55-jarige hoofdcoach Chen Yunpeng vriendelijk lachend alle dopingbeschuldigingen van de hand. “Toen Florence Griffith bij de Olympische Spelen van Seoul zo hard liep op de 100 meter werd dat van haar ook gezegd. Maar niet bewezen. Ik geloof dat het een normale reactie is van mensen wanneer anderen veel sneller blijken te gaan dan zij zelf.” Doping blijft ook bij deze wereldtitelstrijd zwemmen een materie voor het slag conservatieve officials en journalisten die er likkebaardend hun tanden in zetten en het bestrijden met de verbetenheid waarmee Britse vakbonden in het verleden de industriele vooruitgang wilden tegengaan.

Yunpeng, die onder meer een opleiding tot zwemcoach volgde aan het Springfield College in Massachusets, lijkt te baden in weelde wanneer hij vertelt dat er in zijn land honderd miljoen mensen zijn die kunnen zwemmen. “Maar”, voegt hij er onmiddellijk aan toe, “daarvan doen er maar 25.000 aan wedstrijdsport. Er zijn hooguit 200 overdekte zwembaden. Dus is het niet zo gek dat we hier maar met een ploeg van negen vrouwen en zes mannen zijn.”

Spanwijdte

Het succes van zijn zwemsters schuilt, zegt hij, in het selectiesysteem. Als voorbeeld daarvan noemt hij Yong Zhuang, die met een tijd van 55.12 op de 100 meter vrije slag de wereldranglijst van 1990 aanvoert. “We hadden haar al geselecteerd toen zij vijf jaar was. Haar vader is 1 meter 72, haar moeder 1 meter 70. Twee tantes van haar hebben ongeveer dezelfde lengte, twee ooms ook. Bovendien konden we toen al zien dat ze lange armen zou krijgen. Ze heeft nu een spanwijdte van 1 meter 80 en is zelf 1 meter 72 lang. Ze heeft grote handpalmen en hoewel ze dikke botten heeft is haar drijfvermogen bijzonder goed. Kracht en lage weerstand in het water zijn denk ik onze geheimen.”

Belangrijker is misschien nog wel dat de Chinezen grootmeesters zijn in het kopieren van trainingssystemen. Ze reisden vooral de afgelopen tien jaar de hele wereld af om kennis te vergaren en kregen nogal wat bezoek uit met name het op dat ogenblik toonaangevende zwemland DDR. “Wij hebben trainingsstages gedaan bij het nationale sportinstituut van Australie, zijn twee keer naar Canada geweest, naar de Verenigde Staten en Japan. En we hebben veel trainers op bezoek gehad. Wij hebben geleerd van het oosten en het westen, die niet bij elkaar lieten of wilden kijken maar voor ons wel openstonden.”

Ook in Nederland streken de Chinezen neer. In 1986 trainde een afvaardiging twee maanden mee bij de Dolfijn in Amsterdam en een jaar later ging trainer Kees Vervoorn zes weken naar Sjanghai waar hij een jeudgselectie Nederlandse oefenstof doceerde. Bij het betreden van de Superdrome in Perth is de Chinese wereldrecordhoudster op de 50 meter vrije slag, Wenyi Yang, een van de eersten die hem vriendelijk groet. “China”, zegt hij, “wordt het grootste zwemland van de wereld. Hun grote kracht is dat ze alle zwemmers zien. In Sjanghai, waar ik was, bekeken ze regelmatig alle scholieren vanaf acht jaar. Ze weten wat er is.” En al liep men drie jaar geleden in zijn optiek met de begeleiding van de jeugdselectie trainingstechnisch 'nog twintig jaar achter', hij is er van overtuigd dat de ontwikkeling rond de nationale hoofdselectie in Peking toen al veel verder was.

Die mening wordt gedeeld door Dennis Pursley, team-director van de Amerikaanse ploeg. Hij was in de herfst in China om de ontwikkeling met eigen ogen te aanschouwen. “Of de dopingbeschuldigingen waar zijn of niet, een feit is dat ze de afgelopen tien jaar intensief bezig zijn geweest met het bestuderen van de gang van zaken in het buitenland en ze hebben inmiddels eem zeer hoog peil van trainig bereikt.”

Bij de jeugd, stelde Vervoorn vast, zaten de Chinezen nogal vast aan sterk verouderde opvattingen. “Als meisjes ongesteld waren mochten ze een week niet zwemmen. Uberhaupt niet aan sport doen. Dat kostte ze drie maanden training per jaar. Ik heb er een lezing over gegeven en ze daarin voorgehouden dat het hooguit een dag zou mogen zijn. Daar keken ze nogal van op.”

Sommige meisjes die hij in Sjanghai op zijn training had hebben inmiddels de lichaamsbouw van een flinke knul gekregen. “Ik zie nu meisjes die toen dertien waren, maar in een paar jaar tijd forse meiden zijn geworden.” De vlinderslagspecialisten Hong Qian en Xiaohong Wang en de gouden medaillewinnares Lin Li ogen inderdaad zoals Oostduitse zwemsters van een aantal jaren terug. Dat wordt toegeschreven aan de invloed die het DDR-systeem ( “Dat kennen we inmiddels door en door”, zegt hoofdcoach Yunpeng) heeft. De Chinezen kregen bezoek van Roland Matthes en van de belangrijke trainer Klaus Rudolf, die zeker twaalf keer voor de selectie heeft gestaan en in 1986 zelfs acht maanden lang in de Volksrepubliek vertoefde. “Vooral van hem hebben we veel kunnen leren”, aldus Yunpeng.

Progressie

Het uiterlijk van de zwemsters, de Oostduitse bijstand en de opmerkelijke progressie konden zeker na de onthullingen sinds de Wende bijna niet anders dan tot een beschuldigende vinger leiden. In Perth zette de Canadese hoofdcoach Dave Johnson China in de beklaagdenbank en hij herinnerde eraan hoe ze twee jaar geleden bij een wedstrijd in Noord-Amerika nog weigerden mee te werken aan een dopingcontrole omdat ze daarvan niet tevoren op de hoogte waren gesteld. Toen op de Aziatische Spelen in september van vorig jaar de goudoogst enorm was en de vlinderslagspecialistes onder de 59 seconden zwommen, hetgeen sinds het wereldrecord van Mary T. Meagher (57, 93 in augustus van 1981) niet meer was gebeurd, riep Meagher verontwaardigd uit: “Ik werd er niet goed van toen ze mijn record zo dicht benaderden, vanwege de manier waarop ze het lijken te doen. Het is zo oneerlijk.”

En de coach van het Amerikaanse vrouwenteam Roger Quick laat ook niemand raden naar zijn gedachten. “Ik ben er van overtuigd dat de Chinezen prestatieverhogende middelen gebruiken op een manier die overeenkomt met Oost-Duitsland en dat ze ondersteund worden door een overheid die Olympische- en wereldsport als een propaganda-instrument gebruikt tegen de vrije wereld. “

Coaches die China hebben bezocht, hun trainingscentra hebben bekeken en de daarnaast gelegen laboratoria hebben gezien zijn aanzienlijk voorzichtiger. De Amerikaan Pursley wijst er op dat “met uitzondering van misschien de vlinderslag, onze vrouwen vlak bij ze staan in de rangschikking.” Vervoorn houdt het er op dat “zolang ze niet betrapt zijn er geen sprake is van dopinggebruik. Toen ik er was viel het me op dat ze zes tot zeven uur per dag aan het trainen waren met zware halters. In hetzelfde centrum worden ook turntrainingen gegeven en daar gaat het er zo hard aan toe dat de ouders er niet eens mogen komen.”

Tot nog toe beperken de Chinezen hun terrein tot de sprintnummers. Vervoorn: “Ze zeggen dat ze de langere afstanden niet aankunnen, omdat ze daar niet voor gebouwd zijn. Ik ben er van overtuigd dat het aan hun dieet ligt. Voornamelijk rijst. Ze zouden veel meer suikers moeten nemen. In hun training zijn ze niet gewend om langdurig zwaar belast te worden, althans dat was zo toen ik er was. Moe zijn en dan nog doorgaan... dat kenden ze niet. Internationaal waren ze ook al snel tevreden. Als ze maar beter waren dan Japan. Daar ging het om.” Voor Yunpeng is de (gouden) medaille-oogst bij de Aziatische Spelen inderdaad een soort rekeneenheid. “Op de zevende en achtste Aziatische Spelen wonnen we bij het zwemmen nul medailles, in 1982 drie, toen tien en vorig jaar 23. Van de 31 gouden medailles die er te verdienen waren. Dat is veel, maar niet erg veel.”

    • Peter de Jonge