CDA twijfelde over positie premier in Golf-crisis; Lubbers drukte besluit door

DEN HAAG, 9 jan. - Wekenlang heeft premier Lubbers gezwegen over zijn opvattingen omtrent de Nederlandse bijdrage in de Golf. Maar eind vorige en begin deze week was het Lubbers die sterke druk vanuit de PvdA weerstond om in het geval van een gewapende strijd de beslissing over de taak van de Nederlandse fregatten uit te stellen. Volgens deelnemers aan het kabinetsberaad weigerde Lubbers te wachten tot na het aflopen van het ultimatum aan Irak op 15 januari, zoals vice-premier Kok wilde. Lubbers weigerde ook te wachten op het gesprek vandaag tussen de Amerikaanse en Iraakse ministers van buitenlandse zaken. Hierom was dringend vanuit de PvdA-fractie gevraagd.

In de CDA-fractie ergerde men zich aan de zeer aarzelende houding van de PvdA ten aanzien van een grotere Nederlandse bijdrage aan de coalitie tegen Saddam Hussein en men begon de vraag te stellen aan welke kant de premier eigenlijk stond. Enigszins tot verbazing van de andere CDA-ministers, in het bijzonder van minister Van den Broek van buitenlandse zaken, nam Lubbers eind vorige week ineens een veel duidelijker positie in: hij legde zich weliswaar voorlopig neer bij het feitelijke veto van de PvdA tegen het zenden van grondtroepen, maar hij zette zich in voor een zodanig vergaande opdracht aan de schepen, dat deze nu zelfs kunnen worden ingezet bij de bescherming van een eventuele landing van Amerikaanse mariniers op de kust van Koeweit.

Nu het besluit is gevallen, overheerst in de Nederlandse 'classe politique' een gevoel van tevredenheid. De meningsverschillen tussen de coalitiepartners over de Nederlandse betrokkenheid bij een militaire confrontatie in de Golf hadden de afgelopen weken aspecten van een controverse gekregen. Het kabinetsbesluit lost dat probleem in een keer op. Het CDA krijgt de gewenste uitspraak dat Nederland meevecht als het tot een gewapende strijd komt, en de PvdA krijgt haar veto ingewilligd tegen het sturen van grondtroepen. Zelfs de VVD kan ingenomen zijn met de bereidheid van Nederland om aan het front te staan als de internationale rechtsorde moet worden hersteld.

De enige irritatie die vanmorgen binnen het CDA overbleef, betrof een uitspraak gisteren van PvdA-woordvoerder Melkert, die vindt - en zijn fractie steunt hem daarin, zegt hij - dat er na het aflopen van het ultimatum tegen Irak opnieuw een besluit nodig is om het voornemen de schepen onder Amerikaans commando te plaatsen ook werkelijk uit te voeren. In het kabinetsbesluit gaat dat commando 'automatisch' over naar de Amerikaanse bevelhebber in het geval van een gewapende strijd.

Pag. 3: .

CDA: PvdA 'verdringt' VN-besluiten

“Bij de PvdA komen af en toe nog wat oude reflexen naar boven tegen Amerika, alsof ze het feit verdringen dat het de Veiligheidsraad is die het ultimatum aan Irak heeft gesteld”, zegt een nauw bij de zaak betrokken CDA-Kamerlid. Dat blijkt, zegt hij, ook uit de naar zijn mening nogal overbodige mededeling in de brief aan de Kamer dat Nederland te allen tijde zeggenschap over de schepen houdt en een veto kan uitspreken over de opdrachten van de Amerikaanse commandant. De CDA-man wil niet genoemd worden, omdat hij geen controverse met de coalitiepartner wil uitlokken en omdat hij “uiteindelijk tevreden” is met het door het kabinet genomen besluit over de schepen.

In PvdA-kring wijst men er op dat niemand deze partij kan verwijten zich niet te hebben geengageerd in de Golfzaak. “We hebben in augustus direct meegewerkt aan het sturen van de schepen, we waren naderhand voor het beschikbaar stellen van een squadron F-16's, we hebben het besluit mee gedragen over het sturen van munitie en we staan nu achter inzet van de schepen bij een gewapend conflict”, zegt iemand in de omgeving van partijleider Kok. “Het is in deze zaak absoluut geen schande dat de PvdA en ook haar leider Kok een voorzichtig beleid hebben gevoerd. Wij hebben natuurlijk ook wel gezien dat dit bepaalde stromingen ergert, die het liefst een grote kladderatsch willen en die het niet zouden kunnen verdragen als Nederland daar niet bij zou zijn.”

De zegsman geeft toe dat Kok het als partijleider, gezien de doorgaans grote gevoeligheid voor thema's van vrede en veiligheid in de partij, niet nodig vond voorop te gaan lopen met plannen voor uitbreiding van de Nederlandse inspanning in de Golf. “Hij is van karakter bovendien nogal weloverwogen en geneigd om eerst eens helemaal door te denken. Op beslissende momenten is hij echter niet teruggedeinst voor het nemen van besluiten”, aldus onze zegsman. Anderen in PvdA-kring hadden daar meer moeite mee, zegt hij. “Een aantal Kamerleden voelde duidelijk meer dan een stroming in zijn borst woeden.”

Dat is, volgens mensen uit zijn omgeving, niet zozeer het geval met minister van defensie, Ter Beek, ruim drie jaar geleden nog krachtig tegenstander van het sturen van mijnenvegers naar de Golf. Hij zei niet alleen voor de tv-camera's gisteravond “zeer content” met het kabinetsbesluit te zijn, hij was het ook nog, verzekert men om hem heen met stelligheid. Ingewijden in de kabinetsbijeenkomsten wijzen op het interessante gegeven dat minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking steeds aan Ter Beeks zijde stond als deze een stap verder wilde gaan dan vice-premier Kok. “Pronk was een voorstander van de toch wel vergaande formuleringen in de brief van het kabinet over de bevoegdheden van de Nederlandse schepen. Of Ter Beek uit eigen overtuiging ook tegen het sturen van grondtroepen is, of dat hij wat dat betreft uit loyaliteit partijleider Kok volgt, daarover tast zijn omgeving in het duister.

Minister Van den Broek had Nederland nog sterker bij het mogelijk optreden tegen Irak willen betrekken, namelijk met grondtroepen. Hij is echter niet ongelukkig met het behaalde resultaat. Binnen het ministerie van buitenlandse zaken heerst trouwens de overtuiging dat de sterk badinerende reacties in de Nederlandse media op het Belgische 'staart-tussen-de-benen'-scenario, waarbij dit land zijn mijnenvegers terugtrekt bij een gewapend conflict, flink heeft bijgedragen aan de bereidheid van de PvdA met een nieuwe taakopdracht voor de fregatten flink voor de dag te komen. Daarnaast zou de oorlogszuchtige taal van Irak de bereidheid tot een duidelijke taakopdracht aan de marine hebben gestimuleerd.

“Waar Van den Broek grote moeite mee heeft, is met de positie van Frankrijk”, zegt een hoge diplomaat binnen het ministerie. “Het ene moment zitten we in het kader van de Europese politieke samenwerking met de Fransen te praten over een gemeenschappelijk beleid en het volgende moment zit er, zonder dat ze iets zeggen, iemand van hen in Bagdad uren met Saddam Hussein te praten en spelen ze met de PLO onder een hoedje om opschorting van het ultimatum te krijgen. Van den Broek voelt zich daar sterk door gegriefd. In die hele, mooie Europese politieke unie zijn we straks met huid en haar aan deze opportunistische politiek van de Fransen overgeleverd.”

De Nederlandse minister kan met genoegen terugkijken op de ministersbijeenkomst afgelopen vrijdag in Luxemburg, waar hij het was die de Fransen de voet dwars zette bij hun pogingen onafhankelijk van Amerika een gesprek te organiseren tussen een EG-ministersdelegatie en hun Iraakse collega Tareq Aziz. De volgende ochtend meldde zich telefonisch vanuit zijn vliegtuig onderweg naar Europa de Amerikaanse minister Baker bij Van den Broek om namens president Bush de Nederlandse minister voor zijn optreden bij de EG-ministers te bedanken.

Of er na het besluit over de inzet van de schepen opnieuw een complimentje uit Washington inzit, is even afwachten. De Engelstalige persbureaus zagen het nieuws gisteren vooral negatief, namelijk in het feit dat Nederland geen grondtroepen naar de Golf stuurt. In Parijs daarentegen kreeg men een positiever beeld van het Haagse besluit: het Franse persbureau AFP meldde als belangrijkste nieuws dat de Nederlandse schepen gaan meedoen, als er gevochten wordt.

    • Rob Meines