Brief kabinet over Nederlandse rol in Golf

De letterlijke tekst van de brief over de Golf-crisis die het kabinet gisteren aan de Tweede Kamer zond.

Middels deze brief willen wij u informeren aangaande de recente ontwikkelingen in het Golfconflict en de dienaangaande internationaal ondernomen activiteiten. Voorts willen wij u informeren over de additionele Nederlandse bijdragen aan de internationale inspanningen in de Golf.

Voorafgaande aan het debat met Uw Kamer, dat is voorzien op vrijdag 11 januari a.s., hopen wij u tijdig een brief te doen toekomen waarin een appreciatie wordt gegeven van de ontmoeting welke de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken op woensdag 9 januari zal hebben met zijn Iraakse ambtgenoot. Voorts streeft het Kabinet er naar U voor het bedoelde debat de eerder toegezegde notitie inzake juridische aspecten betreffende de Nederlandse inzet in het conflict alsmede de notitie inzake de effectiviteit van het VN-embargo tegen Irak te doen toekomen.

DE RECENTE POLITIEKE ONTWIKKELINGEN

In dit stadium, een week voor het verstrijken op 15 januari a.s. van het door de Veiligheidsraad in resolutie 678 aan Irak gestelde ultimatum, kan de situatie in de Golfcrisis als zeer dreigend worden gekenmerkt. De Iraakse regering toont immers ondanks vele en voortdurend diplomatieke inspanningen om haar tot een dialoog te bewegen over uitvoering van de relevante VR-resoluties, nog geen enkele bereidheid om de invasie en annexatie van Koeweit ongedaan te maken. Het Kabinet wil in dit verband wijzen op verschillende Arabische inspanningen, b.v. van de Algerijnse President Benjedid, en op het initiatief namens de Ongebonden Beweging van de Joegoslavische Minister van Buitenlandse Zaken Loncar. Een belangrijk aanbod tot overleg van de Amerikaanse President Bush stuitte zoals bekend af op Iraakse onwil om aanvaardbare data te vinden voor de wederzijdse bezoeken van de Ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen aan Washington en Bagdad. De Twaalf zagen zich hierop genoodzaakt een geplande ontmoeting medio december jl. te Rome met de Iraakse Minister Tariq Aziz af te zeggen. Door zo'n gesprek wel te laten plaatsvinden zonder dat tevens data vaststonden voor een Amerikaans-Iraakse ontmoeting, zouden de Twaalf Irak immers slechts hebben beloond voor zijn pogingen om een wig in de internationale coalitie te drijven. Intussen is Irak op 4 januari jl. ingegaan op een laatste aanbod van President Bush tot overleg op neutraal terrein tussen beide Ministers van Buitenlandse Zaken, hetgeen op 9 januari te Geneve zal plaatsvinden.

Het aanbod van de Twaalf aan Irak om daags na de Amerikaans-Iraakse ontmoeting, d.w.z. op 10 januari, te Luxemburg met de Troika overleg te voeren, is evenwel afgewezen. In weerwil van deze negatieve reactie hebben de Twaalf Irak nog een laatste gelegenheid gegeven het aanbod tot overleg te heroverwegen.

Hierbij blijft evenwel voorop staan dat een vreedzame oplossing alleen mogelijk is in geval van volledige en onvoorwaardelijke uitvoering door Irak van de resoluties van de Veiligheidsraad. Mocht Irak in gebreke blijven, dan machtigt de resolutie 678 de VN-lidstaten om na 15 januari a.s. desnoods “alle noodzakelijke middelen” tegen Irak in te zetten. Wil deze strategie van de internationale gemeenschap geloofwaardig kunnen zijn, dan dient naar het oordeel van het Kabinet maximale druk op Irak gekoppeld te worden aan maximale diplomatieke inspanningen. Opvoering van de militaire druk op Irak staat dan ook in de visie van het Kabinet geenszins haaks op het streven naar een vreedzame oplossing. Juist nu dient op ondubbelzinnige wijze kenbaar gemaakt te worden dat de volledige verantwoordelijkheid voor oorlog of vrede bij Irak rust. In dat kader past ook een verdere Nederlandse bijdrage.

Het Kabinet is echter van mening dat, indien Irak zich tot intergrale en onvoorwaardelijke uitvoering van de VR-resoluties bereid verklaart, door de internationale gemeenschap de verzekering zou dienen te worden gegeven dat Irak geen militaire aanval hoeft te vrezen. De Twaalf hebben zich tijdens het bijzondere Ministeriele EPS-overleg van 4 januari jl. reeds in deze zin uitgelaten en ook de VS heeft laten weten dat het a.s. overleg benut zal worden om een essentiele dubbele boodschap aan Irak over te brengen: geen oorlog indien Irak zich tot volledige en onvoorwaardelijke uitvoering van de resoluties bereid verklaart; blijft Irak weigeren dan wordt na 15 januari a.s. de inzet van de in het vooruitzicht gestelde “noodzakelijke middelen” onvermijdelijk. Het Kabinet is ervan overtuigd dat de vredesvooruitzichten vooral zullen afhangen van de geloofwaardigheid van deze dubbele boodschap. Daarom dient juist nu internationale eensgezindheid en vastbeslotenheid getoond te worden.

Tijdens het bijzondere Ministeriele EPS-overleg van 4 januari jl. hebben de Twaalf onder afwijzing van partiele oplossingen en zgn. “linkage” ook hun bereidheid bevestigd om na afloop van de Golfcrisis een actieve bijdrage te leveren aan een regeling van de andere problemen in het Midden-Oosten en aan het tot stand brengen van een situatie van veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling. Het Kabinet acht het inderdaad van het grootste belang dat na afloop van de Golfcrisis nieuwe krachtige impulsen gegeven zullen worden om op basis van VR-resoluties 242 en 338 tot een effectief onderhandelingsproces te komen in het Arabisch-Israelisch conflict en de Palestijnse kwestie. Hierbij mogen overigens andere problemen in de regio, zoals b.v. de buitensporige overbewapening en het gebrek aan respect voor de burger- en politieke rechten, niet veronachtzaamd worden. Evenzo zou aandacht gegeven dienen te worden aan de nog uitstaande geschillen tussen Irak en Koeweit.

Met de Twaalf wil het Kabinet in deze kritieke fase een uiterste inspanning blijven leveren ten behoeve van een vreedzame oplossing van de Golfcrisis en zal consultaties daarover blijven bevorderen. In dit verband wordt ook gewezen op de komende WEU Ministeriele vergadering van 17 januari a.s.

ADDITIONELE NEDERLANDSE BIJDRAGEN

In het licht van het bovenstaande heeft het Kabinet zich tevens beraden over de uitbreiding van de taak van de Nederlandse marineschepen in de Golf en het leveren van aanvullende bijdragen op het gebied van medische verzorging en munitietransport.

TAAKSTELLING

In het kader van de handhaving van het embargo tegen Irak op grond van de VR-resolutie 661 en 665 nemen drie schepen van de Koninklijke marine deel aan operaties in de Perzische Golf (thans de fregatten Hr. Ms. Jacob van Heemskerck en Hr, Ms. Philips van Almonde en het bevoorradingschip Hr. Ms. Zuiderkruis). De activiteiten van de Nederlandse marine worden afgestemd met die van de overige in de regio aanwezige marine-eenheden, met name die van de WEU-partners en de Verenigde Staten. De schepen opereren onder nationaal commando. Deze werkwijze voldoet voor het toezicht op de handhaving van het embargo.

De aanvaarding van VR-resoluties 678 en de nadering van de in die resolutie genoemde datum van 15 januari 1991 noodzaken tot het treffen van een op resolutie 678 afgestemde voorziening. Genoemde VR-resolutie machtigt de lidstaten alle noodzakelijke middelen te gebruiken om de eerdere resoluties uit te voeren. In geval van een militaire confrontatie bestaat de kans dat de Nederlandse marineschepen in gevechtsoperaties betrokken raken. Onder die omstandigheden zullen de Nederlandse schepen, zij het met een aangepaste taak, in het operatiegebied blijven.

Voor een optimale taakuitoefening en de veiligheid van de bemanning is onder die omstandigheden een verenigd commando noodzakelijk. Het kabinet heeft daarom beslist om, voor het geval een militaire confrontatie ontstaat, de Nederlandse schepen onder het uitvoerende commando ( “tactical control” ) te brengen van de Amerikaanse bevelhebber ter plaatse. De effectuering hiervan geschiedt onder oorlogsomstandigheden. Zolang daarvan geen sprake is, blijft de taakstelling gericht op handhaving van het embargo. De Nederlandse regering houdt in de persoon van de Minister van Defensie te allen tijde de nationale zeggenschap een veto uit te spreken over de voorgenomen activiteiten van de Nederlandse marine-eenheden.

Bij plaatsing onder Amerikaanse uitvoerend commando kunnen een of meer van de volgende taken aan de Nederlandse schepen worden opgedragen: a. escorteren van belangrijke maritieme eenheden (zoals vliegkampschepen, amfibische en logistieke eenheden); b. deelneming aan de luchtverdediging ter bescherming van belangrijke zee- of land-operaties (bijvoorbeeld mijnenveegactiviteiten, amfibische activiteiten en bevoorrading); c. bescherming van de koopvaardij; d. bescherming van off-shore-installaties; e. voortzetting van het toezicht op de uitvoering van het embargo.

Het ligt, gezien de aard van de Nederlandse bijdrage, voor de hand dat in de eerste plaats deelneming aan escort- en luchtverdedigingstaken in aanmerking komt. Vooral het zeer moderne luchtverdedigingsfregat Hr. Ms. Jacob van Heemskerck is voor de luchtverdediging uitermate geschikt. Hr. Ms. Zuiderkruis zal haar bevoorradingsfunctie vervullen waar dat het meest noodzakelijk is. In gebieden met verhoogde dreiging zal deze functie met een escorte worden uitgevoerd. Voor zover nu kan worden overzien, zal het operatiegebied van de Nederlandse schepen gelijk zijn aan het huidige.

Een aantal landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, heeft eveneens beslist eenheden onder het uitvoeringscommando van de plaatselijke bevelhebber van de Verenigde Staten te stellen. In WEU-verband zijn hiervoor nadere richtlijnen voor optimale coordinatie tussen de betrokken landen opgesteld in aanvulling op de huidige richtlijnen.

MEDISCHE ONDERSTEUNING

Het Kabinet heeft besloten tot de volgende bijdragen op medisch gebied.

Ten eerste wordt het reeds beschikbare chirurgische team aan boord van Hr. Ms. Zuiderkruis aangevuld met medische opvangfaciliteiten aan de wal. Inclusief ondersteunend personeel gaat het daarbij om bijna zestig personen. Het grootste deel hiervan zal worden gestationeerd in een zelfstandig noodhospitaal in de regio. Ook de bondgenoten zullen in voorkomend geval gebruik kunnen maken van deze medische voorziening.

Ten tweede zal worden ingegaan op verzoeken van het Verenigd Koninkrijk om Nederlands medisch personeel ter beschikking te stellen dat in de Britse organisatie wordt opgenomen. Het zal daarbij naar verwachting om enkele tientallen personen gaan.

Ten derde wordt nagegaan of op individuele en vrijwillige basis medisch personeel op afroep ter beschikking kan worden gesteld ( “pool” -vorming) voor inzet in de gehele Golfregio, ook ten behoeve van medische eenheden te velde.

Tenslotte is besloten op korte termijn het onder het Academisch Medisch Centrum Amsterdam ressorterende noodhospitaal te activeren. Daardoor zou een capaciteit van maximaal zeshonderd bedden ter beschikking kunnen komen voor gewonden uit de Golfregio.

Transportsteun

Het Kabinet heeft besloten positief te reageren op een nieuw verzoek van de Verenigde Staten transport ter beschikking te stellen om de komende maanden aanzienlijke hoeveelheden munitie vanuit Duitsland naar havens en treinstations te vervoeren met als bestemming het Golfgebied.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN DE MINISTER VAN DEFENSIE