Aristide moet als president leger van Haiti belonen

LIMA, 9 jan. - Sinds maandag staat Haiti's gekozen president Jean-Bertrand Aristide in het krijt bij de strijdkrachten van het land. Snel en resoluut optreden van het leger tegen een couppoging door voormalige Tonton Macoutes voorkwam dat de democratische euforie in Haiti een voortijdig einde kreeg.

Een poging tot staatsgreep in een land als Haiti mag nauwelijks verbazing wekken. In de gewelddadige traditie van de Caraibische staat zijn coups altijd het middel bij uitstek geweest om politieke veranderingen te bewerkstelligen. Dat Roger Lafontant, de oud-chef van de terreurgroep Tonton Macoutes, maandag een dergelijke poging ondernam lag dan ook in de lijn der verwachtingen van de 'Haiti-watchers', die zich na de verbazingwekkend rustig verlopen verkiezingen van vorig jaar december alleen maar afvroegen wanneer de staatsgreep zou plaatshebben.

Het meest opmerkelijke van de kortlopende hevige gebeurtenissen in Port-au-Prince was de rol van het Haitiaanse leger. Binnen een half etmaal hadden de troepen onder leiding van legercommandant Herard Abraham de putchisten in de boeien geslagen en werden de militairen door het volk toegejuicht als bevrijders. Op voorbeeldige wijze speelde het leger van Haiti ditmaal zijn constitutionele rol, in plaats van zelf de macht in handen te nemen. Een overwinning voor de democratie, was dan ook de conclusie die alom werd getrokken toen de rust in Port-au-Prince was weergekeerd. Niets lijkt nu de installatie van de winnaar van de verkiezingen, de linkse priester Jean-Bertrand Aristide, op 7 februari meer in de weg te staan. Nadat het volk Aristide bij de stembus aan een ontegenzeggelijk ruim mandaat had geholpen, heeft het leger met zijn actie van maandag het presidentschap van Aristide nog eens bevestigd.

Wat deze week duidelijk is geworden in Haiti is dat de rol van de Tonton Macoutes voorlopig is uitgespeeld. In elk geval zolang het leger geen gebruik wenst te maken van hun diensten. Maar het knagende gevoel van onrust en scepsis van de 'Haiti-watchers' is na een democratische lentedag niet weggenomen.

De jongste berichten uit Haiti spreken over het optreden van de strijdkrachten alsof het om een onverdeelde eenheid zou gaan, onder het commando van een chef (Abraham) en met eenduidige marsorders. Indien dit daadwerkelijk het geval is, dan heeft het Haitiaanse leger een bijzondere snelle transformatie ondergaan en kan president Aristide vol vertrouwen beginnen met de opbouw van het armste land van het westelijke halfrond.

De rol van het Haitiaanse leger sinds het vertrek van de dictatorsdynastie Duvalier eind 1986 is er een geweest op de voorgrond van de politiek en zeker niet ter ondersteuning van burgerpolitici.

Na de vlucht van 'president-voor-het-leven' Jean-Claude 'Baby Doc' Duvalier vormde generaal Henri Namphy een militair-civiele interim-regering die verkiezingen uitschreef voor november 1987. Maar met behulp van de Tonton Macoutes smoorde het leger de stembusstrijd in bloed. Bij schijnverkiezingen twee maanden later won de door het leger naar voren geschoven Leslie Manigat, terwijl de Haitiaanse kiezers in overgrote meerderheid thuisbleven.

Maar zelfs de marionet van het leger kon de militairen niet lang bekoren. Nog geen half jaar later, in juni 1988, nam Namphy zelf het presidentschap weer over om op zijn beurt in september dat jaar te worden afgezet door generaal Prosper Avril, die namens rebellerende onderofficieren de macht greep. Avril vertrok in maart vorig jaar nadat hij de laatste van de serie couppogingen tijdens zijn bewind niet de baas had kunnen worden.

De achterliggende oorzaak van de staatsgrepen tussen 1986 en 1990 was een verdeeldheid binnen de strijdkrachten. Legercommandanten die niet langer naar behoren voor hun manschappen konden zorgen, werden met rebellie geconfronteerd. De Presidentiele Garde, het bataljon Dessalines en het bataljon Leopards bevochten de hegemonie over de illegale narcoticahandel en daarmee elkaar.

Het vertrek van Avril effende evenwel de weg voor de democratie. Als interim-president werd de rechter mevrouw Ertha Pascal-Trouillot benoemd, wier belangrijkste taak het organiseren was van de verkiezingen van december. Nog tijdens de stembusstrijd liet legerchef Abraham weten elke gekozen president te zullen steunen, ook als dat de linkse bevrijdingstheoloog Aristide zou zijn. Deze week is hij zijn belofte nagekomen.

Voor president Aristide is het nu zaak om - afgelopen maandag indachtig - het leger tevreden, de manschappen goed gevoed en de generaals royaal gesalarieerd te houden. Daarmee zou de nieuwe president van Haiti de noodzakelijke stabiliteit in zijn land kopen. Hij kan zich dan met de hulp van Amerikaans ontwikkelingsgeld richten op de problemen van de miljoenen armen die hem in december als de 'verlosser' naar voren hebben geschoven. Voor Washington zou beeindiging van de doorvoer van cocaine via Haiti naar de Verenigde Staten een harde voorwaarde zijn voor financiele hulp. Reden te meer voor Aristide om zijn schuld bij de militairen op genereuze wijze in te lossen.

    • Reinoud Roscam Abbing