Verdachte Palestijnen door Israel uitgezet

RASHAYA, 8 jan. - Israelische soldaten hebben vanmorgen vier Palestijnse activisten afkomstig uit de Gazastrook over de grens met Libanon gezet. Het is voor het eerst in anderhalf jaar dat Israel weer Palestijnen uitzet. De vier waren geblinddoekt en hun handen waren vastgebonden. Met twee taxi's zijn ze overgebracht naar een vestiging van het Rode Kruis in Ksara in de Beka'a-vallei.

De vier worden ervan beschuldigd een leidende rol te spelen in de Palestijnse fundamentalistisch-islamitische verzetsorganisatie Hamas. Tegen hun uitwijzing hadden ze beroep aangetekend bij het Israelische hooggerechtshof. Toen dat hof gisteren echter weigerde hun inzage te geven in het tegen hen verzamelde bewijsmateriaal, trokken de vier hun beroep in. Tijdens de zitting erkenden de vier de bevoegdheid van het hooggerechtshof, maar ze voegden daaraan toe dat ze moesten constateren dat het hof machteloos was.

In Libanon deden de vier een oproep om de strijd tegen Israel voort te zetten. Mustafa Qanu, een leraar, zei: “Wij roepen op tot het gebruik van wapens tegen de joden. Israel moet van de kaart worden geveegd en er moet een moslim-staat gesticht worden in Palestina.” Imad Khaled Alami, een ingenieur: “Hamas streeft naar een vergroting van het verzet en van gewapende acties tegen de bezetting. De aanvallen zullen doorgaan tot de wens van de Palestijnen om een eigen staat te stichten is gerealiseerd.”

De uitzettingen van vandaag brengt het totaal aantal Palestijnen dat over de grens is gezet sinds het begin van de Palestijnse opstand drie jaar geleden op 62.

Uit vrees voor mogelijk ongeregeldheden naar aanleiding van de uitzetting hebben de Israelische autoriteiten in delen van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever een uitgaansverbod ingesteld. (Reuter, AFP, UPI)