Toezichthouders beurs blijven voor verplicht uitbrengen biedingen

ROTTERDAM, 8 JAN. De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) die de taak van het toezicht houden op de beurzen heeft overgenomen van het ministerie van financien, vindt nog steeds dat wie een controlerend belang in een beursfonds heeft, een bod moet uitbrengen op de rest van de aandelen.

Dit schrijft de stichting in een advies aan minister Kok van financien over het gewijzigde ontwerp van de dertiende EG-vennootschapsrichtlijn die het openbare bod en beschermingsconstructies behandelt.

De Sociaal Economische Raad (SER) heeft zich in een eerder advies aan de minister uitgesproken tegen het verplicht stellen van een dergelijk bod.

De STE heeft wel enigszins water in de wijn gedaan. De EG-richtlijn stelt zo'n bod verplicht wanneer een partij 331-3 procent van de aandelen in een beursfonds heeft verworven. In een advies over een eerder ontwerp van de richtlijn sloot de STE zich hierbij aan. In het huidige advies, ondertekend door scheidend STE-voorzitter A. Jiskoot, meent de stichting dat een dergelijke verplichting misschien pas gewenst is indien een partij meer dan vijftig procent van de aandelen heeft verworven. Het gaat immers om de bescherming van minderheidsaandeelhouders. “We willen Center Parcs-achtige toestanden voorkomen, “ zo valt in STE-kringen te beluisteren. (Het Britse Scotish en Newcastle kocht eerst twee derde van Center Parcs van eigenaar Derksen, en bood de andere aandeelhouders een jaar later dezelfde prijs - red.)

De STE vindt verder de EG-richtlijn in grote lijnen in orde. Het wettelijk afdwingbaar maken van de wijze waarop een openbaar bod wordt uitgevoerd, acht de STE gewenst. Maar zij ziet in de EG-richtlijn zoals die er nu ligt teveel detaillering. De STE meent dat de wet zich moet bepalen tot de hoofdzaken, terwijl details, zoals het moment waarop een bod moet worden uitgebracht, de termijn dat het moet openstaan en de inrichting van het prospectus beter door de lokale autoriteiten kunnen worden vastgesteld.

In navolging van het door Coopers en Lybrand in opdracht van de beurs en de beursgenoteerde ondernemingen (VEUO) gemaakte rapport signaleert de STE het bestaan van structurele beschermingsconstructies in andere EG-landen. Bij voorbeeld Spanje en Italie - waar veel bedrijven in handen van de staat zijn - en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk waar de overheid op andere gronden dan mededingingsbeleid overnemingen kan verbieden. Indien de dertiende richtlijn de in Nederland gebruikelijke beschermingsconstructies aanpakt, zou aan die andere zaken ook wat moeten gebeuren, meent de STE.

Beurs en VEUO komen binnenkort zelf met een reactie op dat Coopers-rapport en met een aanbeveling aan de minister inzake de dertiende richtlijn.