Surinamer maakt Olympisch goud waar met wereldtitel op vlinderslag; Nesty blijft luis in de pels van zwemtoppers

PERTH, 8 jan. - In de bus op weg naar het immense zwemcomplex Superdrome van Perth staart hij dromerig naar de grond. Elke groet beantwoordt hij met een verlegen glimlach om onmiddellijk daarna weer in zichzelf gekeerd verder te reizen. De kans op een begin van conversatie is daarmee in de grond geboord. De Surinaamse zwemmer Anthony Nesty is niet dol op publiciteit en wie eenmaal door de dikke bast van zijn bescheidenheid is heengebroken treft een voorzichtig, op fluistertoon formulerende wereldster. Vandaag gaf hij zijn sportieve leven nog meer relief met een wereldtitel op de 100 meter vlinderslag. Opnieuw liet de stille Surinamer de concurrentie sprakeloos. In de afgelopen drie jaar heeft hij niet een groot toernooi verloren.

Ditmaal was niet zijn 'aartsrivaal' Matt Biondi zijn grootste tegenstander, maar de Duitser Michael Gross. Die startte uitzonderlijk snel, terwijl Nesty pas als vierde het keerpunt nam. Daarna bediende hij zich van de beproefde methode om in de laatste meters zeer sterk terug te komen en in een tijd van 53, 29 te finishen. Net als in de Olympische finale van Seoul tegen Biondi was het verschil minimaal. Eenhonderdste van een seconde was het daar, vandaag tweehonderdste. Het zilver was voor Gross (53, 31), het brons voor Koelikov uit de Sovjet-Unie. Biondi werd slechts zesde in 53, 97.

“Een herhaling van de Olympische finale? Zo wil ik het niet noemen”, reageerde Nesty koeltjes. “Het gebeurt gewoon iedere keer zo.” De snelle start van Gross had hem niet verontrust, “want ik wist dat hij dat altijd doet.”

In de series was hij al superieur geweest met zijn tijd van 53, 72. “Dat gaf me niet de overtuiging dat ik zou winnen, maar wel zelfvertrouwen.” Na de eindstrijd bleek opnieuw dat het uitzonderlijke talent uit Paramaribo een luis blijft in de pels van de vedetten uit de rijke zwemnaties. Een grootverdiener als Matt Biondi, die de teleurstelling van zijn verlies tegen Nesty op de Olympische Spelen in Seoul nog altijd niet verwerkt heeft, had tijdens de Goodwill Games in Seattle zijn tanden al stuk gebeten in een revanche en kwam nu opnieuw te kort.

Avontuur

Na zijn optreden in Seattle gaf hij volmondig toe dat de nederlaag (53, 42 - 53, 82) hem pijn deed. “Ik had mijn training afgestemd op het wereldrecord op de vlinderslag”, zei hij in juli van het vorige jaar. Kenneth McDonald, Nesty's eerste trainer en in Perth zijn begeleider, stelde over Biondi die in 1989 na een afwezigheid sinds Spelen van Seoul en een mislukt waterpolo-avontuur terugkeerde in de wedstrijdsport: “Niemand kan er ongestraft een jaar tussenuit. Hij dus ook niet.”

De zaakwaarnemer van de 'Torpedo van Moraga' liet in 1989 weten dat diens terugkeer niet voortkwam uit financiele overwegingen. “Hij heeft zich goed verkocht in Azie en op Hawaii en aan heel wat reclamespots en -campagnes meegewerkt.”

Nesty bleef evenmin met lege handen. Hij ontving in 1988 bij terugkeer op Zanderij een nationaal geschenk (200.000 Surinaamse guldens, waarvan de helft via een inzamelingsactie bijeen was gebracht en werd verdubbeld door de regering) en de toezegging van de regering dat de deviezen voor zijn verdere studie in de VS gewaarborgd zijn, waarvoor een fonds van 100.000 dollar werd gevormd. In de Verenigde Staten echter, zegt McDonald, heeft hij “geen koperen cent” verdiend aan zijn sportsucces. Bovendien heeft in Amerika, waar hij aan de Universiteit van Florida Gainsville management studeert, de nederlaag van Biondi publicitair meer aandacht gekregen dan de zege van Nesty die toch voor een groot deel te danken is aan Amerikaanse trainers.

Nesty kreeg er ronduit een slechte pers waarin zijn uitzonderlijke kwaliteit om op het laatste stuk toe te staan eerder als een gluiperige manier van winnen dan als een bijzondere verdienste werd afgeschilderd. Dat was niet bepaald een aanmoediging om op sponsorjacht te gaan. Daarbij komt nog dat het voor zwemmers sowieso moeilijk is munt te slaan uit hun carriere en Nesty's filosofie maakt het er ook al niet gemakkelijker op. “Geld en het maken van geld is hier alles”, zei de in de Verenigde Staten studerende sportman ooit. “Ik zeg niet dat dat slecht of verkeerd is, maar Surinamers zijn meer met het leven zelf bezig.”

GEDREVENHEID

De nu 23-jarige Nesty begon als zesjarige met zwemmen en trainde bij de Dolfijn in Paramaribo, waar de in Groningen afgestudeerde McDonald hem begeleidde en bracht tot aan de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles. Daar maakte hij in de voorronden een 21ste tijd. Een jaar later ging hij in de VS studeren en kwam hij onder de hoede van kampioenen-makers als Greg Troy en Randy Reese. Beiden zijn het eens in hun opvatting over de ongelooflijke trainingsijver en gedrevenheid van Nesty.

Kort na aankomst in de Verenigde Staten verbeterde hij het highschool-record van Pablo Morales, de wereldrecordhouder op de 100 meter vlinderslag. In de daarop volgende jaren gaven zijn prestaties een opgaande lijn te zien en het is des te opmerkelijker dat niemand hem heeft zien komen. Ook Matt Biondi niet, die zich tijdens de Olympische finale in Seoul al zeker waande van zijn eerste gouden medaille, daardoor niet bemerkte dat de Surinamer hem zo dicht genaderd was en een honderdste van een seconde eerder de kant raakte.

Hij strafte er niet alleen de Amerikaanse hoogmoed af (Biondi hoopte op een evenaring van het record van Mark Spitz, die op de Spelen van '72 zeven gouden medailles won), maar verwees verder de opvatting dat zwarten niet kunnen zwemmen naar het rijk der fabelen. Het grotere gewicht van de botten zou daaraan volgens zwemspecialisten ten grondslag liggen. Anderen houden het er op dat met name in Amerika zwarten kansarm zijn en een voorkeur hebben voor sporten waarin ze goed geld kunnen verdienen. Atletiek, ook niet de beste betaalde sporttak in de VS, kan altijd nog een aanloop naar het American Football vormen, zwemmen niet. Nesty overigens verfoeit vragen over de opmerkelijke minderheid van kleurlingen in de zwemsport.

Een wereldrecord zou een waardige afsluiting zijn van de discussie over dit onderwerp. In 1988, na zijn Olympische medaille, rekende hij voor dat het vier jaar had geduurd voordat hij van 54 naar 53 seconden was gekomen en hij dacht dat het nog eens zo lang zou vergen om nog een seconde van zijn beste tijd af te halen. Maar dan heeft hij het uit 1986 stammende wereldrecord van Pablo Morales ook binnen handbereik.

    • Peter de Jonge