Sociale advocatuur

2 Mr. J. Demmink is in het artikel van Marcel Haenen vooral gegriefd over het feit dat Justitie met veel moeite tien miljoen gulden bijelkaar heeft gesprokkeld als extraatje voor de sociale advocaten en dat het nu nog niet goed is. Met name mr. L. Spigt, de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten moet het ontgelden. Demmink zegt: “Ik denk dat Spigt de draad een beetje kwijt is... maar dekens komen en dekens gaan”.

Dit is wel een erg goedkope manier om een fundamentele kwestie die onze rechtsstaat raakt uit de weg te gaan. Die kwestie is in wezen heel simpel. In onze samenleving hebben wij allerlei belangrijke rechten, zoals recht op huurbescherming, op bescherming tegen ontslag, op uitkeringen bij ziekte of invaliditeit. We kennen die rechten wel, maar door onze mateloos ingewikkelde wetgeving is de hulp van een gespecialiseerde jurist veelal onontbeerlijk om die rechten in een concreet geval ook te kunnen afdwingen. Als je geen geld hebt om een advocaat te betalen, ben je aangewezen op de bijstand van een advocaat, die daarvoor van de staat een vergoeding ontvangt. Het is geen geheim dat die zogeheten toevoegingsgelden veel te laag zijn.

De advocaten die werken in de sociale rechtspraktijk staan dan ook wat inkomen betreft onderaan de ladder samen met werksters en bijverdienende bijstandsmoeders. Als zij en de Nederlandse Orde van Advocaten zich kwaad maken over de fooi waarmee Justitie hen wil afschepen en over de discriminerende wijze waarop Justitie voornemens is dat te gaan doen, gaat dat niet uitsluitend en niet in de eerste plaats om bekommernis over hun eigen financiele positie. De mannen en vrouwen in de sociale advocatuur vinden moeiteloos een andere - en beter gehonoreerde - baan. In het geding is de instandhouding van de sociale welvaartstaat, waarvan de kosteloze rechtshulp een onmisbaar element is en die met de sociale advocatuur dreigt te verdwijnen.

Als de financiele nood van de overheid zo hoog is dat er niets meer af kan voor de rechtshulp is dat een politieke keuze. Een keuze die misschien best verdedigbaar is, maar laat Justitie dat dan eerlijk zeggen in plaats van schimpscheuten uitdelen aan de advocatuur en haar bestuurders. En laten we vooral ophouden ons op de borst te slaan over ons superieure stelsel van sociale rechten en voorzieningen. Want een recht dat je niet geldend kan maken is geen recht, maar een fopspeen.