Sociale advocatuur

1 In NRC Handelsblad van 22 december stelde mr. J. Demmink, hoofd van de hoofddirectie rechtspleging en rechtshulp van Justitie, in reactie op het vraaggesprek met de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), mr. L. Spigt, dat de advocaten voor wie de door Justitie toegezegde hulp van tien miljoen is bestemd, hun handen dichtknijpen.

Wij raken steeds meer ervan overtuigd dat Justitie niet naar de advocatuur wenst te luisteren. Immers, de NOvA, de Vereniging Sociale Advokatuur Nederland en de Vereniging Sociale Advokatuur Amsterdam hebben al maandenlang duidelijk gemaakt hoe groot de financiele nood onder de sociale advocaten is. Er is gemotiveerd aangegeven waarom de vergoedingen van de toevoegingen met honderd procent dienen te worden verhoogd en waarom op korte termijn een verhoging van vijfentwintig procent aanvaardbaar wordt geacht.

Het bedrag dat ons nu is toegezegd is een fooi, het is eenvijfde deel van wat wij op korte termijn gevraagd hebben, 1-20 van waarop wij menen recht te hebben. Verder is niet voldaan aan onze vraag om verhoging van de vergoeding voor een toevoegingszaak. Iedereen - ook Justitie - is het erover eens dat er te weinig wordt betaald voor het advocatenwerk dat op grond van een toevoeging wordt verricht. Wij menen dan ook recht te hebben ingaande 1 januari 1991 op een structurele inkomstenverbetering en niet op een eenmalig niet toereikend subsidiebedrag.

De kritiek die de - let wel - gehele advocatuur heeft op het nieuwe wetsontwerp op de rechtsbijstand wordt door Demmink in een paar zinnen afgedaan. Het 36 pagina's tellende commentaar van de NOvA is voortgekomen uit de voor alle advocaten in den lande gehouden bijeenkomsten. Justitie zou zich de gedegen kritiek ter harte moeten nemen. De advocatuur kan niet verweten worden dat zij slechts roept en niet met concrete voorstellen of kritiek komt. Wij hebben opnieuw, onbezoldigd, ons huiswerk naar behoren gedaan.

    • Nicolette Y. Koot Jitta F. Miedema