Ondernemers staan bij Europese eenwording nog terzijde

“De Europese eenwording wordt verwezenlijkt door de industrielen”, zei de Belgische minister van buitenlandse zaken Mark Eyskens kort geleden. Die uitspraak is niet nieuw, maar zij blijft actueel. Althans, dat is te hopen.

Want nu de intergouvernementele conferenties over Europese monetaire en politieke eenwording zijn begonnen is het de vraag waar die industrielen zijn gebleven. Bij de opening in Rome waren noch officiele waarnemers van de Europese werkgeversorganisatie UNICE, noch van de Europese Rondetafel of van grote branche-organisaties aanwezig. Zelfs Karl-Otto Pohl, die als voorzitter van de Duitse Bundesbank en hoofdontwerper van de Europese monetaire eenwording dan toch tenminste veel industrielen kent, was niet uitgenodigd. Valse bescheidenheid of niet - de ondernemingen staan blijkbaar aan de kant.

Het welslagen van de twee conferenties is van groot belang voor het Europese bedrijfsleven. In de eerste plaats monden zij uit in een verdere modernisering van het EG-verdrag. Maar daarnaast hebben de uitkomsten gevolgen voor de machtsverdeling tussen de Europese ministerraad, de Europese Commissie en het Europese Parlement. Daardoor zullen ondernemingen en branche-organisaties hun Europese contactennet werken ingrijpend moeten aanpassen en nog meer op Brussel moeten richten. Maar van even groot belang is dat een kans wordt geboden om via verdragswijzigingen een serie van onduidelijkheden en uitwassen van het verleden weg te nemen. Het gaat om vier onderwerpen waarmee de intergouvernementele conferenties een bijdrage kunnen leveren aan vergroting van de zakelijkheid en de doorzichtigheid van EG.

ONDER DE MAAT

De Europese Commissie komt zo nu en dan met voorstellen op tafel die kwalitatief onder de maat zijn. Onlangs werd een voorstel over vermindering van het gebruik van landbouwchemicalien ingediend zonder dat fabrikanten of gebruikers om hun mening was gevraagd. In een resolutie over de ontwikkeling van een Europese vervoersinfrastructuur vragen de EG-ministers aan de Europese Commissie om een werkgroep samen te stellen die alleen uit nationale ambtenaren, spoorwegmaatschappijen en vakbonden bestaat. De belangrijkste twee partijen, namelijk de gebruikers en de toekomstige exploitanten, worden luchthartig gepasseerd.

Tijdige consultatie van betrokkenen uit de industrie kan onnodig werk voorkomen. Daarom zou het nuttig kunnen zijn indien de Commissie wordt verplicht de mening van het bedrijfsleven te peilen voordat een voorstel op industrieel of sociaal terrein wordt ingediend. Ook zou meer gebruik gemaakt moeten worden van de 'Green Paper'-benadering, zoals is gebeurd bij telecommunicatie en standaardisering. Daarbij krijgen alle betrokkenen de gelegenheid hun steen bij te dragen voordat de Commissie een knoop doorhakt. Bovendien stimuleert zo'n verplichting de branche-organisaties om zich beter te organiseren.

Speciale aandacht verdienen de raadgevende comites. De EG maakt gebruik van duizend raadgevende comites met in totaal bijna 50.000 leden. Zij adviseren de diensten van de Europese Commissie, in het bijzonder 2.500 hogere beleidsambtenaren. Toch hebben te weinig leden een voldoende achtergrond uit het bedrijfsleven om ondernemersgericht te kunnen denken en handelen. Daar ligt dus een taak voor de nationale ministeries die doorgaans de selecties doen.

KLADJES

Ondernemingen hebben groot belang bij vermindering van het 'democratisch tekort'. In de huidige opzet bestaan geen 'checks and balances'. De weg van eerste kladje via ontwerp-richtlijn naar formeel akkoord is zo wonderlijk dat The Wizard of Oz zijn vingers zou aflikken. De vraag is of simpele versterking van de bevoegdheden van het Europese Parlement de sleutel voor de oplossing is. Er zijn immers veel organisatorische tekortkomingen. Zo bestaat onvoldoende inzicht in de wijze waarop het Europese Parlement zich organiseert. Een werkprogramma is niet voor het grote publiek beschikbaar. Amendementen kunnen zo kort voor de stemming worden ingediend dat er onvoldoende tijd voor bestudering overblijft. Parlementaire hoorzittingen gaan vaak onopgemerkt voorbij omdat daaraan vooraf geen brede ruchtbaarheid wordt gegeven. Opheffing van het democratisch tekort kan gediend zijn bij machtsuitbreiding van het parlement, mits de doorzichtigheid evenredig wordt vergroot.

Het Hof kan onvoldoende slagvaardig optreden tegen EG-landen die de Europese afspraken niet toepassen, respectievelijk EG-afspraken schenden. Ongelijke implementatie en uitgespeelde verschillen in interpretatie staan eerlijke en onbelemmerde concurrentie in de weg. Verder worden de vaagheden van het EG-verdrag regelmatig gebruikt om politieke doeleinden na te streven. Het fameuze artikel 100A over de 'werking van de interne markt' werd onlangs gebruikt als wettelijke basis om part-timers proportioneel dezelfde rechten te geven als voltijdse werknemers. Ook bij deze trucs zou het Hof een nadrukkelijker rol kunnen spelen.

Een woordvoerder van British Airways zei onlangs dat zijn maatschappij dagelijks met 147 valuta's werkt. Hij meende, niet zonder cynisme, in dat verband dat stabiliteit tussen 12 daarvan “niet verschrikkelijk” veel zou uitmaken. Verder hebben de munten in het Europees wisselkoersarrangement een voorbeeldige staat van dienst in termen van onderlinge stabiliteit achter de rug.

De belangrijkste vragen blijven hoe regionale budgettaire onevenwichtigheden worden opgelost en hoe gemeenschappelijke monetaire politiek zonder rampen kan worden bedreven zolang sommige andere vormen van macro-economische politiek nationaal blijven. Tijd - en niet haast - moet dat leren.

Veel grote en kleine ondernemingen hebben problemen met gebrek aan duidelijkheid over de competenties van de Europese instellingen. Daarbij kom je onmiddellijk terecht in de discussie over subsidiariteit - het probleem van wie doet wat. Er is geen woord in het EG-jargon dat de laatste tijd zozeer is misbruikt als subsidiariteit. Er zijn minstens acht concurrerende definities binnen twee uitersten. Het ene uiterste luidt dat een beleidsvoornemen op het niveau van de EG moet worden getild indien de overtuiging (bij wie? ) bestaat dat de doelstellingen daar 'beter' bereikt kunnen worden, respectievelijk een 'gemeenschappelijk belang' de boventoon voert.

Het andere uiterste luidt dat je niets op EG-niveau moet doen tenzij je het op nationaal niveau niet kan (en je het toch noodzakelijk vindt).

STABIEL

Ondernemingen hebben groot belang bij randvoorwaarden die op lange termijn stabiel zijn en op hun plaats blijven. Er bestaat behoefte aan een duidelijke definitie van subsidiariteit. Die zou vervolgens in het vernieuwde Verdrag moeten worden opgenomen. Op die manier komt dat begrip binnen de jurisdictie van het Hof van Justitie waarmee dat orgaan duidelijker dan nu betrokken wordt bij de ontwikkeling van de EG. Pas dan wordt ook een zakelijke beoordeling van het nut van uitbreiding van de EG-bevoegdheden naar terreinen als consumentenpolitiek, gezondheid, onderwijs, toerisme, cultuur en grenscontroles zinvol.

Ondernemers gaan vaak passief om met gebeurtenissen in de omgeving. Velen van hen kruipen het liefste weg onder de dekens om betere tijden af te wachten. Maar bij de reorganisatie van de EG mogen ondernemingen zich gerust opdringen. Hun bijdrage is komend jaar hard nodig om de uitspraak van Eyskens weer glans te geven.

    • Is Nu Management Consultant Aldaar
    • W. Th. Verwey