NCM dingt mee naar Britse tegenvoeter

ROTTERDAM, 8 JAN. De Nederlandse Credietverzekering Maatschappij (NCM) is in de markt om een bod uit te brengen op haar Britse tegenvoeter, die binnenkort geprivatiseerd wordt. Op 15 januari wordt beslist of de NCM tot de bieders wordt toegelaten.

Het gaat om het kortlopend bedrijf van de English Credit Guarantee Department (ECGD). Bij het betreffende onderdeel van deze ECGD werken in Cardiff 700 mensen. Het jaarlijkse premie-inkomen is 70 miljoen pond. Dat is ongeveer evenveel als der 270 miljoen die de NCM nu zelf jaarlijks als commereciele premie binnenkrijgt. Anders dan de NCM die voor het meerendeel handelskredieten binnen Nederland verzekert, is het over te nemen bedrijf uitsluitend belast met exportfinanciering.

NCM-topman H. Groen legt er de nadruk op dat de NCM slechts geinteresseerd is. Pas op 15 januari, wanneer het Britse parlement de betreffende wet behandelt, pas zal blijken of de NCM zal komen op het lijstje van potentiele bieders die onder leiding van de bank Samual Montagu in de boeken van de ECGD mogen kijken. Uiteindelijk beslist de Britse regering wie van de overblijvende bieders de zaak krijgt, en de ervaring heeft geleerd dat dat niet eens de hoogste bieder hoeft te zijn.

De Britse onderneming Trade Indemnity, die binnenlandse credietverzekering verzorgt, heeft er geen geheim van gemaakt dat zij de ECGD wil overnemen, in plaats van buitenlanders met de buit te laten strijken.

Groen vindt het dan ook veel te vroeg om te spreken over de manier waarop de NCM een eventueel bod zal financieren. De aandeelhouders van de NCM zijn de grote Nederlandse banken en verzekeraars en enkele buitenlandse verzekeraars. Groen ontkent desgevraagd dat de Britten nu al garanties willen dat de NCM, als ze op de lijst wordt toegelaten, de overneming kan financieren.

Al in april van dit jaar liet Groen weten dat de NCM op zoek was naar fusiepartners in Europa. Aan de ene kant om marktaandeel in een verenigd Europa te houden. Aan de andere kant omdat net zoals bij de grote banken de kosten van automatisering bijna dwingen tot samenwerking.

Groot-Brittannie werd toen al als de meest voor de hand liggende partner gezien. Hoewel de kredietverzekeraars in de verschillende EG-lidstaten officieel niet met elkaar concurreren, sloeg de NCM niet af wat tot haar kwam. Uit de Britse markt kreeg de NCM vorig jaar zonder actief te zoeken al klanten met een premie-omzet van 4 miljoen gulden op jaarbasis.

Het werkterrein van de NCM is de kredietverzekering. Zij garandeert een leverancier die haar een premie betaalt, dat hij het geld krijgt dat een afnemer hem belooft. De NCM werkt in het normale verkeer voor eigen rekening. Bij vorderingen op buitenlandse overheden of instellingen in andere landen die niet via normale juridische procedures tot betaling kunnen worden gedwongen, brengt de NCM het risico onder bij de Staat der Nederlanden. In het eigen commerciele bedrijf haalt de NCM 65 procent van haar inkomsten uit verzekering van leverancies binnen Nederland. De rest is exportfinanciering.