Minitel

Hallo Intertaart, wat zijn de aanbiedingen? Ik ben verbonden met het informatiebulletin van de samenwerkende Parijse banketbakkers, via de minitel. Al bijna tien jaar geleden hebben alle Franse telefoonabonnees een klein computertje gekregen, in plaats van een telefoonboek. Het is de eerste keer dat ik de gelegenheid heb om er onbeperkt mee te spelen. Ik zit in een Frans huis en de bewoner is met vakantie.

Het is bekend dat je met de minitel meer kan doen dan alleen telefoonnummers opzoeken. De abonnees kunnen boodschappen naar elkaar sturen. Ze kunnen kaartjes voor de trein, het vliegtuig en theatervoorstellingen reserveren. Ze kunnen zien wat er in de grote kranten staat. Een onafzienbare rij bedrijven en instellingen levert informatie. Onder het codewoord HoKat vind ik de populairste hondenamen van 1990. Het was het jaar van de F, Florrie, Fido, Frederik. Dit jaar wordt het jaar van de G.

Er zijn minstens vier programma's met schaakberichten. Ze geven uitslagen van toernooien, een schaakcursus, prijsvragen, interessante partijen uit het verleden en alle vier volgen ze de match om het wereldkampioenschap op de voet, met live commentaar.

Erg diep gaan de commentaren niet. “Ai, nu wordt het spannend.” De mening van oud-wereldkampioen Spassky: “Pfui, er staat veel geld op het spel.”

Er is een afdeling waar de minitel-gebruikers hun eigen opmerkingen kunnen maken. Prachtig gespeeld, zegt de een. Knoeiwerk, vindt een ander. Wat zal Arrabal er van vinden? vraagt nummer drie. Arrabal is de Spaans-Franse schrijver die na iedere partij een mythomane pseudo-poetische woordenvloed in het dagblad Liberation laat afdrukken. Ook de commentaren van de minitelgebruikers zijn niet erg indrukwekkend. Het is me vaker opgevallen dat de computer de onnozelheid van zijn gebruiker in de hand werkt. De teksten op WC-muren in de cafe's getuigen over het algemeen van heel wat meer vindingrijkheid. Deze elektronische muur wordt iedere dag gewit en de mensen die er op schrijven kunnen door niemand geidentificeerd worden. Ik stel me voor dat in alle hoekjes van het computersysteem dit soort leuterpraatgroepjes bijeenkomen. Over de oorlog in de Golf. “Ai, nu wordt het spannend.” Waarschijnlijk wisselen de klanten van de samenwerkende koekebakkers ook ergens hun ervaringen uit. Ik ga het debat op een hoger niveau brengen. Ik tik mijn gefundeerde mening over de deskundigheid van Arrabal in het scherm en ga naar bed.

Nog te veel vervuld van mijn nieuwe speelgoed om meteen in slaap te vallen. Buikpijn, straf voor een bezoek aan een restaurant waar ieder jaar meer Nederlanders komen. Wat als het erger wordt? Normaal zou mijn reisgenote bij mijn eerste gekerm na een snelle blik in het telefoonboek de ambulance bellen. Dat zal nu niet gaan. In plaats van het telefoonboek liggen er drie verschillende handleidingen voor het gebruik van de minitel. Hoe handig ze ook is, dat zal haar teveel tijd kosten. De mannen van de ambulance zullen de trap op komen als mijn ergste gekerm al verstomd is. Waarom zo laat mevrouw, hij had nog gered kunnen worden. Woordloos wijst ze op de computer, de verplegers knikken ernstig, dit hebben ze vaker meegemaakt.

De volgende ochtend, niets ergs gebeurd, ik kijk of ik op de elektronische muur een debat heb ontketend. Jazeker. Ik wordt veel uitgescholden. Er is ook iemand die mijn mening over 'Bla-bla-blarrabal' deelt. Ik heb een vriend gevonden in het kastje.

Tijd om me in de ingewanden van het systeem te wagen. Ik neem een pseudoniem en een wachtwoord. Nu kan ik in de schaakcompetitie meespelen. Ik krijg een Elo-rating, net als in de echte schaakwereld. 1600 Punten, alle anderen hebben meer. Hoe kan dat, er zouden ook spelers moeten zijn die onder hun beginscore terecht komen. Die hebben natuurlijk hun pseudoniem in de steek gelaten en zijn met een andere naam opnieuw begonnen. Honderden verlaten pseudoniemen moeten voor eeuwig door de computerruimte zwerven, nooit zullen ze meer aan het bord aantreden, want zelfs hun eigenaar is het wachtwoord dat hun nieuw leven kan geven allang vergeten. De dode zielen van de schaakcompetitie.

Oudejaarsavond. Zou het minder druk zijn aan de schaakborden? Niets van te merken. Ik herken al een paar namen. De hardnekkige Tetu, de wat grove Vaginava en de kokette Pov'cake, die zich moeilijk benaderen laat, alleen door de mensen die zorgvuldig de komma op de juiste hoogte intikken. Mijn verslaving wordt me niet erg gegund op deze speciale dag. Kom nu toch, klinkt het in de kamer. Wil je het nieuwe jaar met je computervriendjes ingaan, dan had je net zo goed naar het Leger des Heils kunnen gaan. Als ik een uurtje later naar de computer terug mag keren zijn de wedstrijden nog in volle gang, de intree van het nieuwe jaar lijkt hier ongemerkt voorbijgegaan.

Het is moeilijk voor me om een tegenstander te vinden. De mensen met de hoge ratings nemen mijn uitdagingen niet aan. Ze denken dat ik te zwak ben met mijn 1600 punten. Afgunstig volg ik de strijd aan de hoogste borden.

Dan een grote verrassing. Ik zie een naam die ik ken uit de echte schaakwereld. Een bekende Franse meester. Zou hij zijn eigen naam als pseudoniem gekozen hebben? Het moet haast wel. Hij heeft een heel hoge rating, 2540. Ik volg zijn partij. Duidelijk meestersterkte, het moet hem zijn. Je hoort niet zo veel meer over hem de laatste jaren. Een tijdlang was hij de beste Franse speler, maar hij is voorbijgestreefd door de jongeren. Nu is hij dus de koning van de minitelcompetitie geworden. Een blinde koning van een schimmenrijk. Hij is de enige die trots onder eigen naam speelt. Wie zijn tegenstanders zijn kan hij niet zien. Een kleine rekensom. Vele duizenden guldens aan telefoonkosten moet hij hebben uitgegeven om zo hoog te komen.

Zelf ben ik opgeklommen tot nummer 602 van de ranglijst. Te laag. Vroeger hebben de Franse meester en ik wel eens in een echt toernooi gespeeld, maar nu heeft hij geen belangstelling voor me. Ik overweeg even om ook onder eigen naam te gaan spelen, om hem uit te dagen. Nee. Wat wil ik eigenlijk, wil ik hem opvolgen als koning van de minitel? Ik schrik. Hoe diep gezonken, bijna. Vervloekt apparaat, menseneter, valse trooster. De stekker uit het stopcontact. Morgen gaat de trein naar Nederland. Ontsnapt, nog net op tijd.

    • Hans Ree