Midden- en kleinbedrijf ernstig verontrust over aantal winkelovervallen

SCHEVENINGEN, 8 jan. - De ondernemersorganisaties voor het midden- en kleinbedrijf, KNOV en NCOV zijn ernstig verontrust over het toenemend aantal winkelovervallen. “We kunnen niet langer meer zwijgen”, zei de KNOV-voorzitter Kamminga gisteren in zijn nieuwjaarsrede in het Schevingse Kurhaus waar hij een minuut stilte vroeg om de moord dit weekend op de Amsterdamse winkelier J. C. Meyer te herdenken.

“Eerst waren banken en geldtransporten het doelwit, maar nu zijn de gewone ondernemers aan de beurt”, zo stelde Kamminga. De KNOV-voorzitter stelde voor om de mogelijkheden te onderzoeken van onderlinge “waarschuwingsschakels” en het instellen van een geuniformeerde stadswacht om de politie bij te staan. Een ware ideeentombola”. Zo noemde voorzitter Kamminga de kabinetsdiscussie over de “tussenbalans”. Hij uitte zware kritiek op de voorgenomen lastenverzwaring. Het midden- en kleinbedrijf heeft in de jaren 80 een grote opleving doorgemaakt, zo stelde Kamminga. Het zou ”dom” en “onverantwoord” zijn om door lastenverzwaring deze tendens te keren. Het gevolg is een groot verlies aan banen, en op den duur ook minder belastinginkomsten.

Volgens Kamminga is de tussenbalans “te eenzijdig financieel”. Er dient meer te gebeuren dan schuiven met lusten en lasten om de gaten te dichten. Meer markt en minder overheid, was zijn devies. Maar in dat opzicht lijkt het kabinet “rijp voor een weg terug naar de 70-er jaren”. Het kabinet moet “orde op zaken stellen in eigen huis”, en de collectieve sector inperken.

Als de overheid niet krachtig terugtreedt voorziet Kamminga een “neerwaartse spiraal”. Toch moet de overheid het midden- en kleinbedrijf “een niet vrijblijvend steuntje in de rug” blijven geven in de vorm van subsidies en kredietfaciliteiten.