Koeweit en Palestijnse kwestie zijn niet te scheiden

Dat er voor enigerlei verbinding van de twee grote politieke conflicten in het Midden-Oosten in Nederland vrijwel geen politieke steun bestaat bleek onlangs bij het Tweede Kamerdebat over de begroting van Buitenlandse Zaken. Volgens het overgrote deel van de Kamerleden moet de oplossing van de kwestie-Koeweit los worden gezien van het Israelisch-Palestijnse conflict.

Die eenstemmigheid is merkwaardig daar samenhang juist zeer voor de hand ligt en een gekoppeld zoeken naar oplossingen door een aanzienlijk deel van de wereldbevolking, met name door de islamieten die langzamerhand ook in ons land een grote groep zijn gaan vormen, gewenst wordt. Nog belangrijker is dat parallel overleg over beide conflicten in het kader van een Midden-Oostenconferentie meer mogelijkheden tot een vreedzame en duurzame regeling van beide conflicten geeft dan het zoeken naar oplossingen voor elk van de beide kwesties afzonderlijk.

In het gemak waarmee de Tweede Kamer de 'linkage' van zich afschoof, heeft zij als vanouds onvoldoende begrip getoond voor het Arabisch nationalisme. Men blijft weigeren te zien dat vanuit die optiek kolonialisme (in zijn moderne vorm: de westerse zucht naar beheersing van de olietoevoer) en zionisme nauw verbonden zijn. Het eerste zou de vervulling van de zionistische droom mogelijk gemaakt hebben en thans heeft het Westen Israel nodig om zijn greep op het Arabisch continent te behouden.

Beide bedienen zich van de diensten van de heersende elites in enkele van de olieproducerende staten als Koeweit en Saoedi-Arabie. Verdrijving van de monarchieen in die landen is daarom onderdeel van de Arabische emancipatiestrijd. Dat een land als Syrie zich nu aan westerse zijde heeft geschaard is teleurstellend maar verandert weinig aan de waardering die men in nationalistische kringen heeft voor Saddam Husseins optreden tegen Koeweit.

Men kan deze visie verwerpen maar dient er toch rekening mee te houden dat een groot deel van het Arabische publiek haar onderschrijft. De nogal eens in zionistische kringen gehoorde opvatting dat ook zij het slachtoffer zijn geweest van het Britse kolonialisme zal op het Arabische continent weinig geloof vinden. Hoe dit ook zij, op dit ogenblik vervult Israel een soort waakhondfunctie voor de Verenigde Staten en financiert Amerika in ruil daarvoor een groot deel van de Israelische bewapening. Iedere nationalistische leider zal daarom legitimiteit proberen te verkrijgen van zijn expansiedrang door te claimen tegen het zionisme te strijden. Zolang Israel er niet in slaagt, geaccepteerd te worden door haar Arabische buren zal dat zo blijven.

In de kwestie-Koeweit ligt een associatie met het Palestijnse probleem nog meer voor de hand omdat de argumenten die gebruikt worden ter rechtvaardiging van het Westers optreden in de Golf ook gebruikt kunnen worden om Israel tot rede te brengen. Amerika heeft echter sinds jaar en dag Israel in bescherming genomen. De Arabieren hebben ongetwijfeld even moeten slikken toen zij de verontwaardiging van Amerikaanse leiders vernamen op de demografische veranderingen die Irak doorvoert in Koeweit.

Diezelfde politici besloten kortgeleden de hulp aan Israel te verhogen tot bijna 4 miljard dollar ondanks haar beleid de Westbank en de Gazastrook met joodse settlers te bevolken en tegelijkertijd voor de Palestijnen het leven bijna onmogelijk te maken. Ook alles wat Irak op het punt van schending van mensenrechten verweten kan worden, kan Israel eveneens voor de voeten geworpen worden. Verwezen zij naar rapporten van Amnesty International, het Rode Kruis en het Zweeds- Amerikaanse Safe the children fund. Zelfs het gebruik van gifgas heeft een Israelische parallel. Zowel in de rapporten van Amnesty als in die van het Safe the children-fonds wordt het door de Israeliers (enige tijd gebruikte) traangas als gifgas bestempeld waaraan vele Palestijnen zijn bezweken. Het gas had bovendien een sterk embryotoxische werking.

Belangrijker is echter dat 'linkage' de mogelijkheid biedt beide conflicten op te lossen. Of Saddam oprecht is geweest of niet, hij heeft gezegd bereid te zijn over de resoluties van de Verenigde Naties, dus over terugtrekking, te praten als het lot van de Palestijnen ook ter sprake komt. Er is beweerd dat het winnen van eer in deze kwestie het hem mogelijk zou kunnen maken zich terug te trekken uit Koeweit.

De risico's voor het Westen dit te onderzoeken in parallelle bespreking van beide problemen lijken mij klein. Tegelijkertijd kan koppeling de voorwaarden scheppen waaronder voldoende druk op Israel uitgeoefend wordt om tot een vergelijk met de Palestijnen te komen. Dat zou voor de toekomst van Israel, voor de ontwikkeling van het Arabisch continent en voor de wereldvrede van ontzaglijke betekenis zijn - veel belangrijker dan het op de troon houden van een monarchie waaraan een luchtje van corruptie hangt.

Die druk kan tot nu tot niet uitgeoefend worden omdat Amerika niet mee wilde werken. Overwegingen van binnenlandse politieke aard dwongen haar steeds weer Israel te steunen. Voor zowel Israel als Amerika is die onvoorwaardelijke steun een slechte zaak geweest. Amerika is erdoor gecompromitteerd en Israel heeft zich verloren in een roes van onoverwinnelijkheid. Zij heeft zich daardoor niet gedrongen geacht tot een vergelijk met haar Arabische buren te komen. Wil zij echter overleven dan zal ze met hen moeten komen tot een verhouding gebaseerd op recht en respect.

De stemming in Israel is de laatste jaren zodanig dat van binnenlandse krachten weinig te verwachten valt. Alleen onder grote druk van buitenaf kan daarin verandering komen. Amerika is door de Golfcrisis dermate in de problemen geraakt dat zij om haar bondgenoten te behouden wellicht bereid is te doen wat zij altijd heeft geweigerd. Als de Golfcrisis over is bestaat er geen schijn van kans meer - vanwege de binnenlandse politiek - dat Bush in de gelegenheid gesteld wordt Israel onder werkelijke druk te zetten. Om het bondgenootschap bijeen te houden heeft hij daartoe wellicht wel de kans. Maar dan moeten de bondgenoten wel de gelegenheid aangrijpen aan te dringen op het gekoppeld zoeken naar oplossingen voor de Golfcrisis en het Palestijnse probleem.