Kabinet nog oneens over taak fregatten

DEN HAAG, 8 jan. - Tussen CDA- en PvdA-ministers bestond tot vandaag verschil van mening over de vraag of onder alle omstandigheden bij een gewapend conflict in het Golf-gebied de Nederlandse fregatten bijstand verlenen aan de Amerikaanse vloot. De PvdAministers willen de vrijheid houden de schepen geen rol in een militaire actie te laten spelen, als, naar Nederlands inzicht, de Amerikanen te overhaast zouden ingrijpen.

Vandaag komt het kabinet opnieuw bijeen, onder meer om verder te praten over de Nederlandse inzet in het Golf-gebied. Het is niet zeker of men vandaag tot een definitief standpunt komt. De PvdA geeft er de voorkeur aan minstens te wachten totdat morgen in Geneve het gesprek heeft plaatsgehad tussen de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker en zijn Iraakse collega Tareq Aziz.

Voor donderdagmiddag een uur moet er een notitie bij de Tweede Kamer liggen als basis voor een plenair debat op vrijdagmiddag. Dat debat wordt gehouden op verzoek van VVD-fractieleider Bolkestein. De Kamerleden worden ervoor teruggeroepen van het kerstreces dat nog tot 21 januari duurt.

Vast staat inmiddels dat de schepen in het Golfgebied blijven en zich niet, zoals de Belgische mijnenvegers, buiten het strijdgebied moeten begeven. Het kabinet heeft zich daar gisteren mee akkoord verklaard, nadat vorige week vrijdag premier Lubbers en de ministers Kok, Ter Beek en Van den Broek daar al een akkoord over hadden bereikt. “Terugtrekken zou niet in overeenstemming zijn met de verantwoordelijkheid van Nederland in de internationale rechtsorde”, zei vice-premier Kok gisteren na de kabinetsvergadering.

Het kabinet ging ook akkoord met het sturen van een noodhospitaal met 25 man medisch en verplegend personeel en vijftien mensen voor technische bijstand. In dit noodhospitaal, met plaats voor 35 patienten, kunnen operaties worden verricht. Ook worden in een aantal Nederlandse ziekenhuizen voorzieningen getroffen voor de opvang van eventuele gewonden uit het Golfgebied.

In een speciale notitie over het handelsembargo tegen Irak, die Buitenlandse Zaken in de loop van deze week naar de Tweede Kamer stuurt, wordt gesteld dat het embargo wel degelijk functioneert en dat Irak daardoor zodanig zwaar wordt gehinderd dat het op termijn in ernstige verzorgings- en financiele moeilijkheden komt.

Pag. 3: .

'Embargo tegen Irak effectief'

In Irak is circa 95 procent van de export (veelal olie) stil komen te liggen. Niemand kan echter voorspellen hoelang Irak het embargo kan uithouden. In de notitie wordt de vraag gesteld hoe lang de kosten van handhaving van het embargo door de internationale gemeenschap, de voortdurende schending van de mensenrechten in Koeweit en de voortdurende schending van de internationale rechtsorde nog kunnen worden getolereerd.

Voor de president van de Haagse rechtbank, mr. A. H. van Delden, dient donderdagmorgen een kort geding tegen de staat der Nederlanden dat is aangespannen door een aantal (vredes)groepen. Deze eisen dat Nederland pas in een Golfoorlog mag worden betrokken na toestemming van de Staten-Generaal.

Groen Links heeft aan Eerste-Kamervoorzitter Steenkamp gevraagd uiterlijk 15 januari, de dag dat het ultimatum tegen Irak afloopt, de Eerste en Tweede Kamer in Verenigde Vergadering bijeen te roepen om te praten over de eventuele inzet van Nederlandse militairen en materieel bij een militair optreden tegen Irak.

Fractievoorzitter Beckers verwijst naar artikel 96 van de Grondwet, waarin staat dat een oorlogsverklaring slechts door de Verenigde Vergadering kan worden gegeven. Zij stelt vast dat bij militaire actie tegen Irak Nederland mede oorlog voert, terwijl er geen sprake meer is van een Nederlands commando, noch van een commando van een internationale organisatie (VN), maar van opereren onder bevel van een andere mogendheid, in dit geval de Verenigde Staten.

Tijdens de algemene politieke beschouwingen in oktober heeft premier Lubbers tegen dezelfde stellingname van mevrouw Beckers aangevoerd dat Nederlandse betrokkenheid bij een militaire actie in de Golf gelegitimeerd wordt door het Grondwetsartikel 90, waarin staat: 'De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde'. Lubbers zei op 11 oktober in de Kamer: “Daar waar het gaat om verdediging of herstel van de internationale rechtsorde in het kader van het VN-Handvest is volgens de volkenrechtelijke beginselen het uitspreken van een oorlogsverklaring niet per se noodzakelijk.”