Jonge Sovjet-architecten leven zich uit op papier; Vluchten in het verleden als protest tegen het deplorabele bouwklimaat

Tentoonstelling: Construire! Jeunes Architectes de Moscou. In: Fondation pour l' Architecture, Rue de l' Ermitage- Kluisstraat 55, Brussel. T-m 3-2; open: di t-m vr 12.30-19 uur; za en zo 11-19 uur.

Construire is de ironische titel van een tentoonstelling van jonge Moskouse architecten in de Fondation pour l' Architecture in Brussel. Ironisch, want de ontwerpen die er hangen zijn niet uitvoerbaar. Het zijn architectuurfantasieen, visioenen van huizen en steden die zelfs in een verre toekomst niet zullen worden gebouwd.

De 'papieren architectuur' groeide in de jaren tachtig in de Sovjet-Unie uit tot een heuse beweging die je zou kunnen omschrijven als de Sovjetvariant van het postmodernisme. De beweging is een protest tegen de huidige Sovjet-architectuur die al lange tijd in een deplorabele staat verkeert. Tot de perestrojka waren jonge architecten veroordeeld tot anoniem werk op de enorme architectenbureaus van de staat, die even anonieme woonwijken, vliegvelden en fabrieken voortbrachten.

De laatste jaren is de situatie nog verslechterd, doordat er als gevolg van de toenemende economische chaos nog maar weinig wordt gebouwd in de Sovjet-Unie. Maar daar staat tegenover dat de 'papieren' architecten door de perestrojka meer gelegenheid hebben gekregen voor zichzelf te beginnen. Ze kunnen nu hun ontwerpen met succes aan westerse galeries verkopen of zelf een architectenbureau oprichten in afwachting van het ontstaan van een bouwmarkt.

De perestrojka-architectuur brengt de jaren van vlak na de Oktoberrevolutie in herinnering. Ook toen werd nauwelijks iets gebouwd en was de reactie dezelfde: architecten en kunstenaars hielden zich bezig met de meest fantastische, onuitvoerbare projecten. Ze ontwierpen bewegende torens van zeshonderd meter hoog of vliegende steden compleet met scooterachtige luchtvoertuigen. Maar anders dan nu was de 'papieren architectuur' van de jaren twintig vervuld van het geloof dat techniek en communisme in een niet al te verre toekomst de fantasieen zouden verwezenlijken.

In de ogen van de makers waren de ontwerpen geen fantasieen, maar realistische toekomstverwachtingen. In de 'papieren architectuur' van nu ontbreekt dit geloof. De huidige fantasieen zijn alleen nog maar een vlucht voor de werkelijkheid, vaak in het absurde. Zo kunnen de mensen in The Intelligent Market van A. Koeprin, A. Mirosjin en D. Treboeva van hoofd verwisselen in een kubusvormig gebouw.

Meestal grijpen de jonge architecten in hun ontwerpen terug op stijlen uit het verleden. Joeri Avvakoemov citeert bij voorbeeld uitgebreid uit het werk van de constructivisten Vladimir Tatlin en Ivan Leonidov. Ook in de tekeningen van A. Sigatsjov, die duidelijk verwant zijn met het deconstructivisme van architecten als Daniel Libeskind en Bernard Tschumi, keert de Russische avant-garde van de jaren twintig terug.

Maar de vlucht in een nog verder verleden, het classicisme, voert toch de boventoon. A. Bavikin ontwierp een 'klein huis' dat duidelijk is geinspireerd op het werk van de achttiende-eeuwse architect Ledoux. De schitterende tekeningen van M. Filippov, het onbetwiste hoogtepunt van de tentoonstelling, doen denken aan Piranesi en aan het Paleis van Justitie in Brussel dat zich niet ver van de Fondation pour l' Architecture bevindt.

Soms hebben de ontwerpen een minder fantastisch en bijna uitvoerbaar karakter. Zo laat Filippov in Un Style pour l' an 2001 een van de desolate Russische buitenwijken in drie etappes veranderen in een classicistische wijk die er wel leefbaar uitziet. Maar je zou de tekening ook omgekeerd kunnen lezen: als een verslag van de verandering van een oude Russische stad in een moderne betonwoestijn.

Op het eerste gezicht is de voorkeur van de 'papieren' architecten voor het classicisme verrassend, want bij twintigste-eeuwse Sovjetzuilen denk je al snel aan het socialistisch realisme uit de Stalintijd. En naar het Stalinisme wil toch bijna niemand terugkeren, zelfs niet nu de chaos steeds groter wordt. Maar de keuze voor het classicisme wordt begrijpelijker voor wie zich bedenkt dat de jonge architecten zijn opgegroeid tussen de monotone flats die het resultaat waren van de terugkeer van het modernisme na Stalins dood in 1953. Zo'n jeugd wensen ze zelfs in hun fantasieen niemand toe.