Geen reis waard

Zondag werd er in Het Capitool, het wekelijkse discussieprogramma van de NOS, gesproken over de crisis in de Golf. De Belgische deelnemer aan de discussie, een jonge socialistische volksvertegenwoordiger, onderscheidde zich door zijn heldere formuleringen en door de standpunten die hij innam.

Met het laatste bedoel ik niet zijn verdediging van het besluit van zijn regering om, zodra het menens zou worden in de Golf, de Belgische oorlogsschepen die zich daar bevinden, spoorslags terug te trekken (de even merkwaardige Belgische afwijzing van een Brits verzoek om levering van munitie aan de troepen in het Golfgebied kwam, als ik goed geluisterd heb, niet ter sprake).

Nee, wat mij in 't bijzonder trof was zijn kritiek op minister Van den Broek. Die kritiek kwam daarop neer dat deze, in het voetspoor van mevrouw Thatcher (dat zei hij!), de totstandkoming van een apart Europees beleid in de Golf onmogelijk zou hebben gemaakt.

Nu is het mij er niet in de eerste plaats om te doen het beleid van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken te verdedigen. Ik wil alleen de vraag stellen: waarom zou het standpunt van minister Van den Broek minder Europees zijn dan dat van Frankrijk, Duitsland of Belgie?

Waar moeten overigens de landen van de Europese Gemeenschap eensgezindheid over zien te bereiken: over een Europees standpunt of over een goed standpunt. Moet het Europese standpunt, teneinde Europees genoemd te kunnen worden, per se afwijken van het Amerikaanse? Gaat het om Europa of gaat het om de crisis in de Golf?

Een buitenlands beleid - ook dat van een verenigd Europa - is niet het resultaat van een beetje geven hier en een beetje nemen daar. Zeker, het heeft ook te maken met materiele belangen, waarover geschipperd kan worden, maar ten diepste is het de uitdrukking van beginselen en een veiligheidsbehoefte.

Over die laatste kan niet gemarchandeerd worden, in de zin van: als jij iets van jouw beginselen en veiligheidsbehoefte afdoet, doe ik iets van de mijne af. Hier kunnen slechts compromissen bereikt worden wanneer er nog fundamentelere beginselen en behoeften in het spel zijn - en welke zouden dat kunnen zijn? - of wanneer de ene partij door de andere letterlijk tot toegeven gedwongen wordt.

In werkelijkheid rijst hier de vraag of een Europees buitenlands beleid in wezen mogelijk is, zolang de Europese landen er verschillende visies en immateriele belangen op na houden - alle uitvloeisel van de verschillende geschiedenis en geografische positie van die landen.

Dat er zulke verschillen bestaan, is vorig jaar nagenoeg gebleken, toen de Bondsrepubliek niet anders dan prioriteit kon geven aan een akkoord met de Sovjet-Unie ter wille van de Duitse hereniging, terwijl Frankrijk dat streven aanvankelijk bijna openlijk probeerde te saboteren. Was de Franse politiek minder Europees dan de Duitse? Of omgekeerd?

Het is waar dat Frankrijk en Duitsland nu in de Golfcrisis op een lijn zitten, maar uit geheel verschillende motieven: Frankrijk omdat het er een eigen rol wil spelen en Duitsland omdat het er juist zo min mogelijk een rol wil spelen. Is deze toevallige eenheid een basis voor een buitenlandse politiek?

Ook als het waar zou zijn dat het standpunt dat minister Van den Broek in Luxemburg verdedigde, faliekant verkeerd was, zou nog bewezen moeten worden dat het minder beantwoordde aan Europese belangen en beginselen, dus minder Europees was dan dat van Frankrijk, Duitsland of Belgie. Ook Nederland - welk beleid het ook voorstaat - behoort tot Europa.

Komen wij nu tot de merites van Van den Broeks standpunt, die ik tot dusver buiten beschouwing heb gelaten, dan vind ik dat er veel voor te zeggen valt. Saddam Hussein ook maar enigszins de indruk geven dat de deelnemers van de anti-Iraakse alliantie - en in 't bijzonder Europa en Amerika - tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden, zou contraproduktief zijn (om het woord fataal niet te gebruiken).

Daarom is het juist dat Nederland, met Engeland en Portugal, zich verzet heeft tegen het Franse denkbeeld, door de anderen gesteund, om al genoegen te nemen met een aankondiging van de notoir onbetrouwbare Saddam, Koeweit te zullen ontruimen en in ruil daarvoor een niet-aanvalsbelofte te geven. Het zou een grote overwinning voor Saddam zijn.

Als zoiets de prijs zou moeten zijn voor de totstandkoming van een Europees buitenlands beleid, dan zou dit wel buitengewoon slecht van start gaan. “Parijs is wel een mis waard”, is een gevleugeld gezegde in de Franse geschiedenis. Parijs misschien wel, maar zo'n Europa niet.