Franse auto-industrie in benarde veste; Meer concurrentie Japanners op krimpemde markt

PARIJS, 8 JAN. De Franse autofabrikanten Renault en PSA (Peugeot- Citroen) staat een moeilijk jaar te wachten. Door de onzekerheid over de afloop van de Golfcrisis is de verkoop van nieuwe auto's in Frankrijk de laatste maanden flink gedaald. En in 1991 zal naar wordt verwacht de verkoop In geheel Europa drie tot vijf procent lager zijn dan in het afgelopen jaar. Het wordt dus dringen op een markt waar de concurrentie van de Japanse automobielfabrikanten steeds sterker wordt: in 1990 overschreden de Japanners voor het eerst de magische grens van tien procent van de verkoop van nieuwe auto's in de Europese Gemeenschap.

Vooral het staatsbedrijf Renault maakt zich zorgen. Terwijl Peugeot- Citroen over 1990 bijna tien miljard francs winst verwacht - vrijwel evenveel als in l989 (10, 3 miljard) - rekent de Regie Renault op een bedrijfsresultaat van slechts circa vier miljard francs tegen tien miljard in 1989. Het aandeel van Renault op de Franse automarkt daalde over de eerste elf maanden van afgelopen jaar van 29, 1 tot 27, 9 procent. In l981 bedroeg dit cijfer nog 38, 9 procent.

Peugeot-Citroen, verenigd in de groep PSA, doet het veel beter dan de Regie. Peugeot verkocht vorig jaar 21, 6 procent van alle nieuwe auto's in Frankrijk, 0, 8 procent meer dan het voorgaande jaar. Het marktaandeel van Citroen daalde licht tot 11, 6 procent. Voor dit jaar ziet het er voor PSA somberder uit Gisteren maakte PSA-topman Jacques Calvet bekend dat PSA's schulden de laatste tijd fors zijn gestegen (tot 6 a 8 miljard francs). Deze toeneming houdt verband met de opbouw van voorraden. Analisten verwachten dat de PSA's winst als gevolg van de toegenomen schulden dit jaar zal teruglopen tot 7 a 7, 5 miljard fransc.

Buitenlandse automerken behaalden 39 procent van alle verkopen op de Franse markt, een toename met 0, 9 procent. In 1983 bedroeg het aandeel van buitenlandse merken slechts 33 procent. De totale verkopen op de Franse automarkt daalden afgelopen jaar met circa twee procent. Voor dit jaar wordt een verdere teruggang met 1, 5 procent verwacht.

De concurrentie op een krimpende markt zal vooral zwaar zijn voor Citroen, het trotse merk dat al jaren achtereen terrein verliest en voor het staatsbedrijf Renault. In het begin van de jaren tachtig was Renault nummer een in Europa. Vorig jaar echter zakte het aandeel van de onderneming op de Europese automarkt onder de tien procent-grens. Het bedrijf neemt op de ranglijst van Europese autofabrikanten de zesde plaats in, achter Volkswagen en Fiat (elk met circa vijftien procent), Peugeot-Citroen (dertien procent) en Ford en General Motors (elk circa twaalf procent).

Tegen deze achtergrond was de mislukte 'overneming' van Skoda in Tsjechoslowakije voor de Regie Renault afgelopen maand een ernstige tegenslag. Het Tsjechoslowaakse bedrijf koos voor Volkswagen. VW lijkt mede onder leiding van een Fransman - Daniel Goeudevert, de nummer twee van het concern in Wolfsburg - op weg naar een onbetwiste koppositie in Europa. Volkswagen had een kapitaalinjectie van tien miljard mark geboden aan Skoda, de laatste en de enige originele autofabrikant in Oost-Europa. Het Franse staatsbedrijf dat al tot over zijn oren in de schuld zit, kon daar omgerekend niet meer vier miljard mark tegenover stellen.

Het Franse echec had echter meer oorzaken en die zijn illustratief voor de gang van zaken bij dit staatsbedrijf. Renault liep in de onderhandelingen met Skoda steeds een stap achter bij de Duitse concurrentie. De vakbonden bij Volkswagen nodigden al in januari een vakbondsafvaardiging van Skoda-werknemers uit voor een bezoek aan Wolfsburg. Dat gebeurde nog voor de Skoda-directie officieel had verklaard op zoek te zijn naar een partner. Renault nodigde pas tien maanden later de Tsjechoslowaakse vakbonden uit voor een bezoek. Toen het vliegtuig met de vakbondsdelegatie op 10 december in Parijs landde, was het al te laat. De avond daarvoor koos de Tsjechoslowaakse regering voor Volkswagen.

De Skoda-vakbonden hadden eerder in het jaar wel een afvaardiging van de (communistische) vakbond CGT op bezoek gehad. De CGT-ers vertelden dat Renault in 1991 4600 banen zal opheffen (na 4500 in l990), en dat de 'overneming' door Renault de produktie in Frankrijk nadelig zou beinvloeden. De CGT heeft zich altijd verzet tegen produktie door Renault buiten Frankrijk. De vakbonden bij Skoda dreigden vervolgens met een staking als de bedrijfsleiding voor Renault zou kiezen.

De onderhandelingspositie van Raymon L'evy, de grote baas van Renault, werd er door de actie van de CGT uiteraard niet beter op. De CGT beschikte op het moment van het bezoek aan Skoda over de absolute meerderheid in de ondernemingsraad van Renault en kon het de bedrijfsleiding dus danig lastig maken. In december verloor de communistische vakbond overigens bij verkiezingen voor het eerst sinds de tweede wereldoorlog deze meerderheid.

De Skoda-directie was weinig ingenomen met het voorstel van Renault om bij Skoda de produktie van de opvolger van de R4 te concentreren. Dit model verkeert overigens nog in het stadium van de tekentafel.

Volkswagen wil een nieuwe versie van de succesvolle Golf bij Skoda van de band laten lopen, een auto die in Oost-Europa aantrekkelijk wordt geacht. Renault stelde daarop voor de Chamade-versie van de R19 bij Skoda te produceren, maar ook dat voorstel viel bij de Tsjechoslowaken niet in de smaak. De R19 verkoopt in Frankrijk niet bepaald goed. Evenmin waren directie en vakbonden bij Skoda erg gevoelig voor het argument dat Renault haar Zweedse partner Volvo als extra garantie zou meebrengen.

Als staatsbedrijf vertrouwde Renault vooral op politieke steun van de Franse regering. Minister van industrie Roger Fauroux reisde naar Praag om voor Renault te pleiten. En zelfs president Mitterrand moet bij de Tsjechoslowaakse president Vaclav Havel een goed woordje voor de 'Regie' hebben gedaan toen deze in Parijs op bezoek was. Allemaal tevergeefs omdat de vele harde Duitse marken die Volkswagen ter beschikking stelde, alsmede de verzekering dat de 18.000 Skoda-werknemers hun baan zouden behouden, bij Skoda en de regering in Praag veel meer indruk maakten.

Van de mislukte poging met Volvo en Skoda een strategische as te vormen om het streefcijfer van tien procent Europees marktaandeel te behouden, heeft Renault een kater overgehouden. En die de terugval van de verkopen op de thuismarkt, waar buitenlandse merken dit jaar naar verwachting voor het eerste de grens van veertig procent marktaandeel zullen passeren, verergert die nog.

De concurrentie zal nog groter worden als Frankrijk meer Japanse auto's zal moeten toelaten als uitvloeisel van het tot stand komen van de interne markt in de Europese Gemeenschap eind 1992. De Japanse auto-import in Frankrijk is thans aan een strenge quotaregeling onderworpen. Voor 1990 bedroeg dit quotum drie procent van de totale verkoop, dit jaar zal het stijgen tot 3, 3 procent.

De Europese Commissie probeert al geruime tijd een compromis met Tokio te vinden over de Japanse auto-importen in de EG. In de meeste EG-landen zijn die importen vrij maar in sommige, zoals Frankrijk, Italie en Spanje aan quota's zijn gebonden. Het compromis zou kunnen bestaan uit een overgangsregeling, waarbij Frankrijk en Italie - landen die hun auto-industrie zoveel mogelijk beschermen - een zekere periode, bij voorbeeld tot 1998, bepaalde quota's zouden mogen handhaven voordat de interne markt ook voor auto's een feit zal zijn.

    • Jan Gerritsen