DRS. M. DE JONG; Bereid tot risico's

“Ik ben geen omroepman. Ik moet nog het nodige huiswerk doen.” Drs. M. (Max) de Jong (56) zegt het zelf. Met zijn benoeming tot voorzitter van de NOS betreedt hij een voor hem onbekend terrein dat complex is en diep in de problemen zit.

De situatie vertoond nogal wat overeenkomsten met wat hij aantrof toen hij in 1982 de leiding kreeg van Persombinatie, uitgever van De Volksrant, Trouw en Het Parool. “Acht jaar geleden trof ik daar een vrij desolate situatie. Ik ben er via sanering, via constructief en creatief, soms risico-nemend optreden uitgekomen. Iets dergelijks hoop ik in Hilversum te ondernemen.”

Zijn vorige werkkring beschouwt De Jong ook in ander opzicht als een leerzame voorbereiding op de taak die hem in Hilversum wacht. “Perscombinatie was voor mij de hogeschool van de identiteitsgevoelige media. Drie zeer verschillende kranten die ergens voor staan en het toch met elkaar rooien. De problemen in Hilversum zijn veel complexer, het aantal identiteiten is groter en uiteenlopender, maar daar wordt de taak uitdagender door.”

De parallel is verder door te trekken. Bij Persombinatie ontving men de nieuwe manager met enig wantrouwen, een man die de opvatting huldigde dat kranten hun eigen bestaan moeten verdienen. Een “klinisch manager die min of meer toevallig kranten uitgeeft”, zo werd hij meer dan eens omschreven. Vijf jaar later was men er bang dat De Jong zou opstappen omdat hij het salaris te laag vond. Zijn salariseisen werden ingewilligd. Het leidde tot grote ergernis binnen het bedrijf en Kamervragen in verband met de subsidies die uit het Bedrijfsfonds voor de Pers naar Trouw en Het Parool gingen.

Vorig jaar verliet De Jong Perscombinatie nadat zijn plan voor een fusie met de Dagbladunie, uitgever van Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad, stuk liep op verzet van de redacties en van de stichtingen die eigenaar zijn van de kranten van de Perscombinatie. “Die stichtingen hadden jarenlang gefunctioneerd als de identiteitsbewakers van de kranten. Ze waren gewend vanuit zogenaamd hogere waarden te praten over journalistieke produkten”, zei De Jong later in een interview waarin hij eveneens verklaarde dat over een volgende functie geen specifieke ideeen had. “Ik ben bereid van alles en nog wat in overweging te nemen.”

Het typeert De Jong, die in zijn bijna 35-jarige loopbaan van alles en nog wat onder handen had. Na zijn doctoraal economie in 1961 werkte hij drie jaar in de VS als marktonderzoeker, terug in Nederland werd hij assistent-directeur en na een jaar directeur van Mycofarm (antibiotica). Daarna volgden vier jaren bij het organisatie-adviesbureau McKinsey. Zijn grootste opdracht was de reorganisatie van de zieltogende machinefabriek VMF Stork, waar hij in 1971 zitting nam in de Raad van Bestuur. In 1979 vertrok hij er na een conflict. De Jong was toen al commissaris van Perscombinatie, in 1981 kreeg hij de dagelijkse leiding over deze volgens hem “niet-rationeel opererende wereld, waar geld en marktgerichtheid vieze woorden waren. Ik gaf dus colleges: rendement, rendement, rendement.” 'Hilversum' na het McKinsey-rapport, het lijkt de aangewezen plek om deze colleges voort te zetten.