De bijzondere kracht van de estafette-zwemsters

PERTH, 8 jan. - Nederlandse profwielrenners hebben hun Alpe d'Huez, voor voetballers betekent Holland-Belgie nog altijd iets bijzonders en de nationale vrouwenzwemselectie heeft de estafette. “Wat het is”, mijmert bondscoach Ton van Klooster aan de rand van het wedstrijdbad in Perth, “kan ik niet helemaal verklaren. Want als je in Nederland als vrouw op de vrije slag bij de beste drie hoort ben je al wereldtop. Maar zodra over dat collectief wordt gesproken is het net of ze nog iets meer kunnen.”

Gisteren won het kwartet Marianne Muis, Manon Masseurs, Mildred Muis en Karin Brienesse tijdens het wereldkampioenschap een zilveren medaille op de 4x200 meter vrije slag. Achter Duitsland dat - door de diskwalificatie van de Verenigde Staten - daarmee het eerste goud na de hereniging binnenhaalde. Voor het Nederlandse viertal was het een voortzetting van een al heel oude traditie, want eremetaal op de estafette loopt als een rode draad door de zwemhistorie.

In totaal heeft Nederland bij Olympische Spelen en wereldkampioenschappen nu vijftien keer op het podium gestaan. Met vijfmaal zilver en vijfmaal brons op de 4x100 vrije slag, eenmaal zilver en tweemaal brons op de 4x100 wisselslag en eenmaal zilver en eenmaal brons op de 4x200 vrije slag is er een behoorlijke reputatie opgebouwd, die in 1932 op de Spelen van Los Angeles begon en, met het zilver van gisteren als tussenstation, mogelijk morgen een nieuw hoogtepunt brengt wanneer de 4x100 vrije slag op het programma staat.

“Dat speciale van die estafette merk je aan alles”, weet Van Klooster. “Ik ben blij dat we eerst deze afstand hadden want iedereen van de zwemsters en dus ook in Nederland leek wel gefocust op die 4x100. Wat mij betreft had die helemaal aan het eind van de week mogen zitten. Maar na dit zilver kunnen ze misschien nog iets extra's wanneer ze woensdag moeten. Want het zelfvertrouwen is er, al zouden ze het best nog wat meer mogen uitstralen”.

Aan de hand van de ranglijsten had de bondscoach zich op zijn zakcomputer al naar een bronzen medaille op de estafette gerekend. Omdat optelsommen op de dag van de wedstrijd door allerlei omstandigheden wel eens een wat andere dan de rekenkundige uitkomst te zien kunnen geven hield hij nog een slag om de arm. Wel kreeg de voorbereiding speciale aandacht. Zo werd er hard getraind op de keerpunten, die ook maandag essentieel bleken. Elke tijdmeting vereist een aparte techniek. Voor welke gekozen moet worden blijkt pas als er intensief geoefend is. “Omega moet je hard aanslaan”, had Van Klooster zijn pupillen voorgehouden en alle deelneemsters hadden die wat raadselachtige zin begrepen. Niet het water induiken als een vingertop nog maar net de rand van het bassin aantikt, beter heel even wachten.

WISSEL

“De Amerikanen heb ik niet een keer zien trainen op keerpunten”, zei de bondscoach. Maar zelfs al hadden ze het gedaan dan nog wat de eerste wissel fout geweest. Nog voordat startzwemster Whitney Hedgebeth de tweehonderd meter volledig had afgelegd dook de gretige Nicole Haislett - die na haar individuele zege op de 100 meter vrije slag de Verenigde Staten aan nog een gouden medaille wilde helpen - het water in. Pas lang na het schitterende duel tussen Duitsland en Amerika, dat een ontketende Janet Evans met indrukwekkende slagen door het water zag molenwieken naar een eerste plaats, kwam de jury-uitspraak van de diskwalificatie. De Duitsers die zich op de wereldtitelstrijd in Australie bedienen van de slogan “Oost, West, samen best”, sprongen een gat in de lucht. De Nederlandse ploeg had toen al uitbundig gekust.

“Ik vond die derde plaats al prachtig”, zei Marianne Muis. “Het is zeker voor mij een heerlijke binnenkomer.” Op het erepodium sloot zij een periode van ellende en onzekerheid af. Sinds februari, toen ze in een 25 meterbad een wereldrecord zwom, sukkelde ze met haar gezondheid. “Ik wist niet wat ik mankeerde, voelde dat het niet goed was want ik stond te trillen op mijn benen. Eigenlijk ben ik te laat naar de dokter gegaan. Een dag voor het vertrek naar Australie kreeg ik de uitslag: zware bloedarmoede, waarmee ik al sinds februari rondliep. Ik dacht: 'daar gaat mijn WK', al was ik aan de andere kant opgelucht dat het een lichamelijke oorzaak was en niet - wat ik vreesde - een geestelijke. Ik heb staalinjecties gekregen en ben hier rustig gaan trainen. Sinds vandaag voel ik me eigenlijk weer goed”. In zo'n stadium is er geen beter medicijn dan een medaille.

Een beetje bedremmeld ontweek ze de vragen of de medische begeleiding van de zwembond wel in orde is wanneer een wereldtopper zo lang met een dergelijk ongemak blijft rondlopen. Waarde-oordelen wilde ze er niet over geven wel de mededeling dat zij vanaf nu haar vertrouwen stelt in NSF-arts Peter Vergouwen in plaats van de sportmedicus die voor de KNZB werkt. Maar ook haar eigen verantwoordelijkheid voor het voortslepen van de lichamelijke problemen ging ze niet uit de weg. “Ik zit nou eenmaal zo in elkaar dat ik niet gelijk naar een dokter loop als ik wat heb.” Van een topsporter mag je echter verwachten dat in een periode van elf maanden kwakkelen toch wel eens een moment komt om een rondgang langs specialisten te maken.

Net op tijd was ze in de juiste vorm al kwam het te laat om zich ook individueel in haar specialiteit uit te leven. “Maar daar had ik al afstand van genomen. Toen de finale van 100 meter vrije slag bezig was, zat ik me rustig te concentreren op de estafette. Ik heb op het moment dat ik de uitslag hoorde alleen even tegen mijn zus gezegd dat ik met mijn tijd van vorig jaar hier derde zou zijn geweest.”

Dat de Verenigde Staten en Duitsland onhoudbaar zouden zijn stond al vast. Nederland had het meeste te vrezen van het gastland Australie en Denemarken dat Mette Jacobsen in de finale in de ploeg bracht. Die zwom inderdaad een zeer snelle tweehonderd meter, maar dat deed ook Karin Brienesse die 's ochtends in de serie nog was vervangen door Diana van der Plaats. Met de vechtlustige Brienesse als laatste (na Marianne Muis, Manon Masseurs en Mildred Muis) wist de ploeg zich verzekerd van een zwemster die een aanval kan afslaan. “Karin gaat liever dood dan dat er iemand voorbij haar kan gaan”, wist Marianne Muis. “Dat is iemand waar je een estafetteploeg op kunt bouwen.” Met een tijd van 8.05, 97 (een verbetering van het Nederlands record van 8.08.00 dat vorig jaar in Bonn werd gevestigd) was men al evenzeer tevreden.

    • Peter de Jonge