Uffizi kan na verbouwing eindelijk meesterwerken uit depot halen

Zelfs op een kille wintermorgen, als de ijzige tramontana de kou uit de bergen Florence in blaast, is het al vroeg druk bij de Uffizi. Een groepje Japanse toeristen gaat opgewonden kakelend op weg naar de Geboorte van Venus. Ze hebben geluk, want de hoogtijdagen van het beroemdste museum van Italie, met meer dan zevenduizend bezoekers per dag, vallen bijna allemaal in de zomer. Daarom zijn de bezoekers in deze maanden voor hun zuurstof niet afhankelijk van een luchtverversingsapparaat met antiquarische waarde. In de winterse rust wordt de Venus van Botticelli nog mooier. Omdat er nu ruimte is om te kijken, neem je bovendien voor lief dat veel schilderijen te dicht op elkaar hangen.

Toch kunnen die zalen vol schoonheid de vele gebreken van de Uffizi niet goed verhullen. Al in de jaren zestig werd erkend dat het museum op een aantal punten dringend verbeterd moest worden, en in 1964 werden de eerste plannen gemaakt voor de 'nieuwe Uffizi'. Nu, 26 jaar later, begint binnenkort een ambitieus project dat de totale expositieruimte bijna moet verdubbelen. Honderden meesterwerken kunnen dan uit de magazijnen worden gehaald. Ook komt er een aantal voorzieningen die een museum van deze faam eigenlijk niet mag ontberen, zoals een boeken- en kaartenwinkel, een restaurant, ruimtes voor lezingen en conferenties en een didactische afdeling. Een vaste tentoonstelling bij de huidige uitgang van de Uffizi biedt sinds vorige december een kijkje in de toekomst.

Voor het museum zelf betekent het de verwezenlijking van een lang gekoesterde droom, zegt Annamaria Petrioli Tofani, de onvermoeibare directrice van de Uffizi. “Nu hebben we, met kantoren erbij, ongeveer 15.000 vierkante meter. Als alles klaar is zal ons hele instituut de beschikking hebben over 40.000 vierkante meter, waarvan iets minder dan 30.000 voor exposities.” Ze legt uit dat er ruimte komt voor een aantal prachtige schilderijen die veel andere musea als pronkstuk zouden tonen, maar die door de Uffizi noodgedwongen tot het magazijn waren veroordeeld. “Een Rembrandt hebben we natuurlijk niet in onze magazijnen, “ zegt ze, “maar wel een Botticelli, twee Perugino's, een Ghirlandaio, en veel schilderijen uit de zeventiende en achttiende eeuw, vooral van de Vlaamse school.” Het accent dat ligt op de periode voor 1600, zal hierdoor worden bijgesteld.

Decennia lang zijn plannen om het museum uit te breiden, vastgelopen op het feit dat de Staatsarchieven sinds 1862 de kamers op de eerste verdieping bezet hield. Twee jaar geleden zijn de archieven naar elders verhuisd, een jaar later kreeg het museum officieel toestemming tot uitbreiding, en binnenkort kan het werk beginnen.

“Het duurt inderdaad allemaal erg lang, “ zegt mevrouw Petrioli Tofani aan een tafel vol met opengeslagen boeken in de stafbibliotheek van de Uffizi. “Dat komt niet doordat er geen plannen zijn, maar door die complexe bureaucratie. Daardoor verlies je veel tijd. Het is voor ons lang niet zo moeilijk om geld te vinden als om het binnen een redelijke termijn te mogen uitgeven.”

Ze zegt niet precies te weten hoeveel de verbouwing en uitbreiding alles bij elkaar gaat kosten. “Vier jaar geleden werden de kosten geraamd op zeventig miljard lire (toen ruim 110 miljoen gulden, ML). Maar die cijfers veranderen snel.”

Een extra probleem is dat het publiek zo weinig mogelijk last mag ondervinden. De Uffizi dicht, dat is onvoorstelbaar, vindt de directie (het personeel denkt daar overigens anders over, getuige de regelmatige stakingen). Daarom worden de zalen stapje voor stapje aangepast. In de eerste fase, die binnen twee jaar moet zijn voltooid, worden de 144 schilderijen ondergebracht van de collectie Contini-Bonaccorsi, waaronder werken van Duccio, Cimabue, El Greco, Goya en Velazquez. Deze schilderijen zijn gebruikt om successiebelasting te betalen, met als voorwaarde dat ze in de Uffizi zouden komen, maar tot nu toe was daarvoor geen plaats.

Zuilen

De Galleria degli Uffizi is gevestigd in een paleis dat Cosimo de' Medici in 1560 had laten bouwen door de architect en schilder Giorgio Vasari, de man die ook leven en werken van de belangrijkste Renaissance-artiesten heeft beschreven. Het gebouw bestaat uit twee lange, parallel lopende vleugels die worden verbonden door een tussenstuk op zuilen. De ruimte tussen de twee vleugels biedt daardoor een doorkijk naar de Arno.

Het gebouw bood oorspronkelijk onderdak aan een aantal staatskantoren (uffizi), maar Cosimo's zoon Francesco liet twintig jaar later de tweede verdieping, de bovenste, verbouwen tot een museum. Hier werd de kunstcollectie van de familie dei Medici ondergebracht, de kern van de collectie van de Uffizi. Toen het geslacht der Medici in 1737 uitstierf, kwam Toscane in de handen van Frans van Lotharingen. Hijzelf en zijn nazaten vulden de collectie verder aan en reorganiseerden haar.

Petrioli Tofani omschrijft de plannen als “een conservatieve restauratie “: de erfenis van architect Vasari mag niet worden aangepast. Sommige zalen zullen veranderen, maar een aantal bestaande herkenningspunten blijft, ook al vloeken ze met Vasari's ideeen. De bezoekers blijven op dezelfde plaats binnenkomen en kunnen over dezelfde monumentale trap naar het begin van de expositie op de derde etage lopen. Ook de drie gangen, met hun antieke beeldhouwwerken en met fresco's versierde plafonds, blijven grotendeels zoals ze nu zijn.

Aan twee zalen die monumenten zijn in de museumgeschiedenis, zal evenmin iets veranderen: de Tribuna en de Sala del Duecento, de Zaal van de dertiende eeuw, met werk van Giotto, Cimabue en Duccio. Deze laatste is in de jaren vijftig aangepast aan de werken die er zijn tentoongesteld. “De zaal heeft juist dit type plafond en deze dimensies gekregen omdat hier werken uit de middeleeuwen hingen. Men wilde de zaal ook een middeleeuws aanzien geven, “ zegt Petrioli Tofani. “Tegenwoordig zouden we nooit de structuur van Vasari vernietigen om het gebouw aan te passen aan de kunstwerken. Maar ook die veranderingen zijn een belangrijk document.”

Ook de Tribuna, eind zestiende eeuw (1584) gemaakt door Bernardo Buontalenti, blijft intact, al symboliseert deze zaal eveneens een manier van denken over musea die nu wordt verworpen. Het is het hart van de Uffizi, de plaats waar vroeger alle hoogtepunten bijeen waren gebracht. Deze achthoekige zaal met zijn rode wanden, symbool van het vuur, heeft hoge ramen, die haar isoleren van de buitenwereld. De wanden hangen overdadig vol met schilderijen, om de rijkdom en de waarde van de collectie te onderstrepen.

Op de tweede etage komt de bezoeker bij het begin van de zestiende eeuw. Daarna daalt hij af naar de eerste etage om in omgekeerde richting terug te lopen en de werken van begin zestiende tot en met de achttiende eeuw te bekijken.

Barsten

Er is een schilderij dat in het bijzonder zal profiteren van de verbouwing: de beroemde Madonna della Rosa van Titiaan. Dit schilderij kan nu niet tentoongesteld worden: het is geschilderd op een zeer gevoelig houten ondergrond, die door iedere verandering in klimaat of vochtigheid gaat bewegen en zo barstjes veroorzaakt in de verflaag. Deze Madonna zal van achter een glasplaat te bezichtigen zijn. “Natuurlijk is het niet ideaal, “ zegt Petrioli Tofani. “Maar ik ben erg blij dat ik zo'n mooi schilderij tenminste weer kan laten zien.”

Probeert de Uffizi het Louvre naar de kroon te steken?”Dat had kunnen gebeuren, maar dan een paar eeuwen eerder, “ zegt de directrice met een ondertoon van jaloezie. “Die kans is nu voorbij, want de geschiedenis van deze twee musea is heel verschillend. In het Louvre is alles bij elkaar gehouden, maar ook de Uffizi hadden een zeer brede collectie. De Medici gingen uit van de universaliteit van cultuur. Zij brachten de beeldhouwkunst samen met de schilderkunst, met de klassieke kunst, met sieraden, medaillons en de curiositeiten der natuur. Maar in de achttiende eeuw gingen de Lotharingers rationaliseren. Zij verdeelden de collectie volgens typologieen en brachten grote delen elders onder in Florence. De antieke beelden gingen naar het Archeologisch Museum. De contemporaine beelden van onder anderen Michelangelo gingen naar het Bargeillo-museum. Heel de collectie juwelen en zilver is naar het Zilvermuseum overgebracht. De wetenschappelijke instrumenten gingen allemaal naar het natuurhistorisch museum La Specola. Daardoor is de collectie van de Uffizi uit elkaar gevallen en hebben we nu hoofdzakelijk schilderijen en een beperkt aantal beelden.”

Een piramide maakt ook geen deel uit van de plannen: de open binnenplaats tussen de twee vleugels blijft zoals hij is. Om de vernieuwing toch ook aan de buitenkant te vieren zijn er wel plannen om de nieuwe uitgang een ander aanzien te geven. Die komt ter hoogte van de ingang, maar dan aan de andere kant van het gebouw, uitkomend op piazza Castellani, een verloederd stukje Florence. De architect Giovanni Michelucci heeft hiervoor een ontwerp gemaakt, maar dat zit nog in de bureaucratische molen.

“We leven alles bij elkaar in grote onzekerheid, “ zegt Petrioli Tofani. “Ik durf dan ook absoluut niet te zeggen wanneer heel het project klaar zal zijn. Tien jaar? Technisch kan het in minder tijd, maar ik zal blij zijn als het lukt.”