Terughoudendheid blijft devies bij obligatiemarkt

UTRECHT, 7 JAN. De obligatiemarkt toonde deze korte week iets meer activiteit dan de week rond Kerstmis. De omzetten reikten echter nauwelijks hoger dan het half miljard per dag.

De terughoudend blijvende opstelling veroorzaakte een lichte rentestijging. Aanvankelijk werd deze mede veroorzaakt door een duidelijke verkrapping van de geldmarkt, die het tijdelijk zonder speciale beleningen moest stellen. De Nederlandsche Bank zag zich immers geconfrontreerd met een tot boven 1, 128 gulden stijgende D-mark koers. Woensdagmiddag maakte zij het tarief bekend voor nieuwe beleningen: de 8, 9 procent bleek onveranderd. Door de omvang van de beleningen op een matige vier miljard gulden vast te stellen reageerde de geldmarkt met iets oplopende tarieven.

De valutamarkt constateerde vervolgens dat op de Duitse geldmarkt geen rentestijging plaatsvond en waardeerde prompt de D-mark niet boven maar onder 1, 128 gulden.

Vrijdag deed zich een tweede oorzaak voor van de lichte rentestijging op de kapitaalmarkt. 's Ochtends maakte de Agent van het Ministerie van Financien namelijk bekend de in december uitgegeven negen procent Staatslening te heropenen. Vanaf vandaag zal dagelijks tussen 08.00 en 15.00 uur over de toonbank afgifte plaatsvinden.

De markt had dit duidelijk niet verwacht. Zij zag zich als het ware geconfronteerd met de gevolgen van de bezuinigingsnoodzaak welke voor de resterende regeringsperiode op circa 15 miljard gulden worden geschat.

Vrijdagmiddag deed de eind vorig jaar op 9, 75 procent uitgegeven Staatslening 98, 80 procent, goed voor een rendement van 9, 18 procent. Op 18 december was het uitgifterendement nog 9, 04 procent geweest.

Per saldo zag de kapitaalmarkt de lange rente (10 jaar) deze week met een paar basispunten oplopen. In Duitsland volgde de analoge rente echter de vrij forse daling op de Amerikaanse kapitaalmarkt. Het tijdelijk tot plus 18 basispunten verkleinde renteverschil steeg hierdoor tot rond 25.

Eurokapitaalmarkt

De internationale obligatiemarkten zijn 1991 begonnen zoals het oude jaar werd beeeindigd: met het vizier gericht op 15 januari. Voorzichtigheid blijft dus troef, hetgeen wordt weerspiegeld in zowel het omzetvolume als het aantal emissies. Dit effect werd de afgelopen week natuurlijk nog versterkt door de vakantieperiode.

In Amerika verlaagden de toonaangevende banken hun prime-rate, het tarief dat als basis dient voor de debetrente, met een half procentpunt tot 9, 5 procent, een beweging die geinduceerd werd door de tot 7 procent gedaalde federal funds rate.

De Amerikaanse obligatiemarkt werd meer beinvloed door de ietwat afgenomen spanning in het Midden-Oosten en de verzwakkende economie, hoewel een te groot voorschot werd genomen op de vrijdag gepubliceerde werkgelegenheidscijfers. De werkgelegenheid buiten de agrarische sector bleek te zijn afgenomen met 76.000 arbeidsplaatsen. Dit was echter minder dan de financiele markten verwachtten, hetgeen tot uitdrukking kwam in dalende obligatiekoersen. Het rendement op 10 jaars treasuries nam hierdoor weer de 8 procent horde en kwam uit op 8, 03 procent, 11 basispunten hoger dan donderdag.

Een tweede gevolg van de meevallende werkgelegenheidscijfers was een aantrekkende dollar. Toch zal de dollar onder druk blijven staan door de toenemende internationale renteverschillen. Zo liep het rente-ecart tussen 3 maands euro-D-mark- en dollardeposito's de afgelopen week op tot 2 procent, een vol procentpunt meer dan begin december. Een half jaar geleden was dit ecart nog negatief.

Evenals de binnenlandse markten beleefde de eurokapitaalmarkt een rustige week, waarin welgeteld twee emissies werden uitgebracht. Het ecart tusen euro- en binnenlandse dollarleningen nam iets toe, vermoedelijk als gevolg van de gemiddeld zwakkere dollar.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek