Sikh-leider heeft keus tussen cel of galg

CHANDIGARH, 7 jan. - Voor Simranjeet Singh Mann is de politiek in Punjab een dans op het slappe koord tussen gevangenis en de dood. Sinds 1984 heeft Mann niet meer dan tien maanden in vrijheid doorgebracht. Aan de verkiezingen van 1989 nam hij als kandidaat deel vanuit de cel in Bhagalpur, in de deelstaat Bihar, meer dan 1.500 kilometer van zijn thuisbasis Punjab.

Hij won de zetel voor Taran Taran, het door terrorisme geteisterde district aan de grens met Pakistan, terwijl zijn factie in de Akali Dal Partij negen van de dertien zetels in Punjab veroverde. Maar als het gaat om de keus tussen cel of galg, kiest zelfs de dappere Mann voor het eerste. Zijn laatste opsluiting, op 24 november, leek uit vrije wil te zijn.

Op die dag werden alle factie-leiders van de Akali Dal gearresteerd om te voorkomen dat ze zouden deelnemen aan een bijeenkomst van alle sikh-leiders, die was aangekondigd door vier sikh hogepriesters, onder wie een bekende militant. Aangezien op de bijeenkomst, die was belegd onder druk van terroristen, vermoedelijk een resolutie zou zijn aangenomen voor een onafhankelijk 'Khalistan', gaat het gerucht dat Mann en andere Akali-leiders, de regering hadden verzocht hen op te sluiten.

Op die manier dacht hij het dilemma te kunnen omzeilen van het steunen van de resolutie - en door de overheid gebrandmerkt worden als sympathisant van het terrorisme - of stemonthouding en zo door sikhs te worden uitgemaakt voor een verrader van het onafhankelijkheidsstreven, of erger. Mann mocht na een week de cel verlaten, maar weigerde de lezing dat hij zelf om opsluiting had verzocht te bevestigen.

De sikh verleent in het ruime huis van zijn vader audientie aan partijleden en journalisten. Hij ziet er niet uit als een held, stommelt rond in de kamer en komt vanachter zijn dikke brilleglazen timide over. Zijn zwaard, dat hij als symbool van sikh-eer altijd draagt lijkt meer op een toneelattribuut dan op een wapen en zijn Engels verraadt de sporen van dure prive-scholen.

Nadat militairen het sikh-heiligdom, de Gouden Tempel in Amritsar op 4 juni 1984 hadden bestormd, nam Mann ontslag, werd op ondeugdelijke gronden in hechtenis genomen, gemarteld en veroordeeld tot eenzame opsluiting. Mann werd de held van Punjab, hoewel hij nooit had deelgenomen aan terroristische activiteiten. Hij vormde zijn eigen groep in de Akali Dal, deed mee aan de verkiezingen van 1989 en won met een partijprogramma voor meer autonomie binnen de structuur van de grondwet.

Mann ontdekte spoedig na zijn vrijlating dat hij zich op glad ijs bevond. De vorige premier V. P. Singh, die hem had beloofd de noodtoestand in de deelstaat op te heffen en verkiezingen voor de provinciale assemblee aan te kondigen, kwam zijn beloften niet na en verlengde zelfs de noodtoestand voor een zevende en na zes maanden voor de achtste keer. Mann voelde al snel de druk van de militanten om een radicaler stanpund in te nemen.

Zij lieten hem dat op hun eigen manier voelen door twee van zijn naaste medewerkers te vermoorden en lieten hem aldus weten dat zij ook zijn leven in hun macht hadden. Hoewel Mann wel wat dichter bij hun ideeen is komen te staan en hen 'vrijheidsstrijders' noemt, en spreekt over 'India' als het buitenland, probeert hij een koers aan te houden die ligt tussen het door de vingers zien van de terreur en de aanvaarding van de status quo. Hij heeft weinig ruimte om te manoeuvreren.

Mann deed onlangs een beroep op de Verenigde Naties het recht op zelfbeschikking van de sikhs te ondersteunen onder verwijzing naar de universele verklaring van de rechten van de mens. Om zijn eis tot terugtrekking van het Indiase leger kracht bij te zetten beroept hij zich op oude internationale verdragen - zoals de Conventie van St. Petersburg van 1868 en het verdrag van Den Haag van 1907. Maar zijn meest urgente eis is het houden van provinciale verkiezingen. Als hem wordt gevraagd hoe dit mogelijk is onder de huidige terreur en anti-terreur in de deelstaat, antwoordt hij dat Lincoln ook in staat was om verkiezingen te houden tijdens de Amerikaanse burgeroorlog.

Deze vergezochte vergelijking toont aan hoe wanhopig Mann is. Hij moet een positie opbouwen waarbij hij de passiviteit van de centrale regering bloot legt en tegelijkertijd moet hij een alternatief scheppen voor de dodelijke methodes van de militanten. Wat hem letterlijk in leven houdt is zijn populariteit onder de sikhs. De militanten die hem hadden beschuldigd van samenzwering met de regering in Delhi moesten hun verontschuldigingen aanbieden toen hij uit protest aftrad als voorzitter van de Akali Dal-partij.

De andere factieleiders, die algemeen worden gewantrouwd, zowel door de extremisten als door grote groepen van de bevolking, moesten zijn radicalere standpunt steunen.

    • Bernard Imhasly