Shorttrackers nodigen Kemkers uit

EINDHOVEN 7 jan. - Lege tribunes, opgetuigde kerstbomen en hier en daar een verdwaalde oliebol op de vloer. Overblijfselen van een kerstshow sieren de ijsbaan van Eindhoven. De eigenaar heeft geen moeite gedaan de hal op te ruimen. De eerste shorttrackwedstrijd om de Aegon Cup is daar blijkbaar niet belangrijk genoeg voor.

Op schaatsen waggelende bezoekers werpen sporadisch een blik op de sprintende shorttrackers, waarna ze voorzichtig hun weg vervolgen naar de buitenbaan of gokkast. De coach van de Nederlandse shorttrackselectie, Jan de Vries, heeft zich teruggetrokken voor de televisie in het restaurant. Voor even heeft De Vries lak aan wat er op de ijsbaan gebeurt, zijn zoon rijdt immers de 5000 meter op het Nederlands kampioenschap. Al na een paar rondjes blijkt dat de sfeer in het ouderlijk huis vanavond niet optimaal zal zijn. Met een vijftiende tijd gaat glijdt Erik over de finish. De Vries is duidelijk niet te spreken over de prestaties van zijn zoon. “Dat heb je ervan als je niet weet wat je wilt”, verontschuldigt hij zich tegenover de restaurantbezoekers. En alleszeggend: “Hij heeft nu een vriendin die niet van sport houdt.”

Enkele minuten later is De Vries de miskleun van zijn zoon alweer vergeten. Met een schichtige blik volgt hij aandachtig de shorttrackers op de binnenbaan, waarbij hij zich voortdurend opwindt over de wedstrijd. “Kijk, nou vallen ze weer”, klinkt het teleurgesteld. “Daar heb ik toch zo'n hekel aan. Dan kan ik het nauwelijks nog opbrengen naar een wedstrijd te kijken. Shorttrack moet spectaculair zijn door snelheid en strijd, maar zonder glijpartijen.”

Ruzie

De Vries maakte afgelopen zomer zijn rentree als bondscoach van de nationale shorttrackselectie. Vijf jaar geleden voerde hij al eens het bewind over de ploeg, maar de toen al sluimerende ruzie tussen de zusjes Ossendrijver en Velzeboer deden hem besluiten op te stappen. “Ik was het gekibbel meer dan zat. Vooral van pa Ossendrijver. Als je met die man ging praten, kreeg je meteen een veeg uit de pan. Iedereen had het altijd gedaan, behalve zijn dochters. Soms deed ik een poging tot een gesprek, maar hij kwam niet verder dan: 'De hele wereld is tegen me'. Ja, vind je het gek?”

De 48-jarige Delftenaar raakt licht geirriteerd wanneer die periode weer ter sprake komt. Tegen de zusjes Ossendrijver, die inmiddels hun heil hebben gezocht in het langebaanschaatsen, koestert hij desondanks geen wrok. Hij sluit zelfs niet uit dat het veelbesproken duo ooit weer in de selectie terugkeert. “Hoe gek het ook klinkt, ik vind het heel jammer dat ze niet meer aan shorttrack doen. De meisjes zijn ten goede veranderd. Zelfstandiger geworden met een eigen mening. Vroeger geloofden ze alles wat hun ouders zeiden, nu zijn ze volwassen genoeg om te beseffen dat hun pa en ma er ook wel eens naast zaten.”

De rust in de nationale selectie lijkt met het vertrek van de zusjes Ossendrijver weergekeerd. Met de Olympische Spelen in Albertville voor ogen, is een goede teamgeest onontbeerlijk. Monique Velzeboer en Charles Veldhoven, die in Eindhoven zowel de 500 meter als 1500 meter wonnen, lijken de belangrijkste medaillekandidaten. De concurrentie is groot omdat steeds meer landen zich op short-track gaan toeleggen. “Sinds er medailles mee te verdienen zijn heeft het short-track internationaal duidelijk aan populariteit gewonnen”, weet De Vries. “Italie en Frankrijk zijn de laatste jaren sterk naar voren gekomen. Maar ook in Polen en de Sovjet-Unie kiezen steeds meer schaatsers voor de korte baan. Vooral Sovjet-rijders stappen over van de sprint, terwijl je in Nederland eigenlijk precies het omgekeerde ziet.”

Startsnelheid

Sprinter Menno Boelsma en allrounder Bart Veldkamp zijn enkele van de Nederlanders die zich vroeger actief met shorttrack hebben beziggehouden. Ook de Amerikaan Eric Heiden en de Canadees Gaetan Boucher begonnen hun carriere op de korte baan. “Het biedt vele voordelen als shorttracker te beginnen met schaatsen”, meent De Vries. “Je krijgt een grote startsnelheid en je bochtentechniek wordt optimaal. De schaatsen lopen voortdurend mee, waardoor de belasting veel groter is. Een short- tracker wordt daardoor bijzonder krachtig. Hij moet in staat worden geacht de 500 meter op een buitenbaan in 37 of 38 seconden te volbrengen.”

“Het zou geen kwaad kunnen”, vervolgt de bondscoach “als Gerard Kemkers eens een tijdje de korte baan opging. Ik denk dat hij zijn zwabberende voet daarmee zou corrigeren. Wij timmeren de schaatsen naar binnen, waardoor deze in de bocht als het ware meelopen. Wanneer Gerard een poosje oefent, krijgt hij vanzelf grip op het ijs. In het shorttrack kun je namelijk onmogelijk met je voet zwabberen.”

Dat bij short-track niettemin andere gevaren om de hoek komen kijken, bewijst Lard Kocken. Met een snelheid van vijftig kilometer per uur vliegt hij uit de bocht. Zijn linkerschaats boort zich in een kussen langs de kant, waardoor hij zijn been verdraait. Een paar minuten later ligt de onfortuinlijke shorttracker met een van pijn vertrokken gezicht in de EHBO-kamer. Een zak met ijs en een kunstmatige spalk verzachten de pijn. “Ja, waarschijnlijk gebroken. M'n schaats draaide vast”, kermt Kocken. Hij is de zoveelste schaatser die op de korte baan zijn been zwaar blesseert. “Bijna iedere shorttracker heeft wel eens een been of arm gebroken. Dat heb je nu eenmaal als je bij die hoge snelheden ten val komt. Een brommer houdt een shorttracker niet bij”, zegt De Vries. “Maar die valpartijen maken de sport ook zo onvoorspelbaar. Je kunt de beste ter wereld zijn en dan nog geen medaille halen omdat je een tik tegen je schaats krijgt of onderuit wordt gehaald.”