Rosza sensationele schoolslag-ster met wereldrecord

PERTH, 7 jan. - Op de eerste dag van het zwemprogramma van de wereldkampioenschappen in het Australische Perth heeft zich vandaag een nieuwe schoolslag-ster gemeld. De nog jonge Hongaar Norbert Rozsa (18) zwom vandaag niet alleen in de series, maar ook in de finale een wereldrecord op de 100 meter. Hij won het goud in een tijd van 1.01, 45 voor de gedoodverfde winnaar Adrian Moorhouse.

De Nederlandse finalist Ron Dekker, die tijdens het ochtendprogramma ondanks een blunderende start bijna een nationaal record verbeterde, kwam in de eindstrijd niet verder dan een achtste en laatste plaats in een teleurstellende tijd van 1.02, 75. “Hij moet snel meer krachttraining gaan doen, want hij kan op het laatst zijn slag niet meer breed maken”, zei zijn broer en coach Rene Dekker. “Dat hield hem hier van een vierde plaats af. Want een medaille zat er niet in.”

Karin Brienesse greep in de finale van de 100 meter vrije slag naast een bronzen medaille. Met een tijd van 56, 34 werd ze vierde achter de Chinese Yong Zhuang (derde), de Francaisaise Catherine Plewens(tweede) en de Amerikaanse Nicole Haislet (eerste in 55, 17). “Natuurlijk wilde ik beter, maar dat zat er niet in”, zei de Friezin. “Na de series heb ik op de video gezien dat mijn techniek nog veel verbeterd moet worden wil ik in de toekomst ooit een medaille halen.”

In de B-finale van dezelfde afstand verbeterde Inge de Bruijn haar persoonlijke record (56, 60) door met 56, 58 als tweede te eindigen na een zeer sterke eerste vijftig meter. “Dat was dan tenminste nog iets positiefs. En ik ben aan dit kampioenschap begonnen als tiende van de wereld en op die plaats ben ik ook geeindigd.”

Blunder

De sensatie diende zich al in de series aan met een wereldrecord op de 100 meter schoolslag voor de vrij onbekende Hongaar Norbert Rozsa. Hij evenaarde de tijd die de vanochtend in de baan naast hem zwemmende Brit Adrian Moorhouse begin vorig jaar neerzette bij de Gemenebest Spelen in Nieuw-Zeeland: 1.01, 49.

Dat gebeurde in een race die de Nederlandse kolonie al meteen na de start een schok bezorgde. Tot ieders verbijstering maakte Ron Dekker een afgrijselijke blunder op het startblok die hem bijna een finaleplaats kostte. Terwijl alle deelnemers zich met een duik in het water kliefden bleef de 1 meter 94 lange Nederlander als vastgenageld staan, keek verschrikt om zich heen met een blik of hij op het punt stond te beslissen gewoonweg van het startblok af te stappen en er de brui aan te geven. Toen hij na ruim een halve seconde (zeventiende, bleek na analyse van de video-beelden) toch nog besloot zijn concurrenten achterna te gaan deed hij dat met zo'n imponerende duik dat hij ze al had bereikt op het moment dat hij met zijn hoofd boven het wateroppervlak uitkwam.

Door een briljante eerste vijftig meter kwam hij zelfs nog helemaal in de wedstrijd, maar de kracht die de hersteloperatie had gevergd was net te veel geweest om de ontketende Hongaar Rozsa te kunnen volgen in de laatste meters naar diens wereldrecord. De bijna 19-jarige pupil van de beroemde trainer Tomas Szechy stond in oktober met een beste tijd van 1.02, 93 als 22ste op de wereldranglijst, maar zwom kort voor de titelstrijd in Australie nog een 1.01, 94 en was daarmee toch een geduchte concurrent geworden voor de gevestigde orde.

Van hen leek Moorhouse, die had aangekondigd in het Superdrome van Perth de enige nog op zijn erelijst ontbrekende wereldtitel - die op de 100 meter - te willen veroveren vooraf de grootste kanshebber. Hij eindigde in die serie als tweede voor Dekker, wiens tijd (1.02, 69) betekende dat hij als zesde in de eindstrijd kwam. Op het nippertje voorkwam hij daarmee dat aan de sombere geschiedschrijving van zijn serie-optredens een nieuw hoofdstuk werd toegevoegd.

Medaillekandidaat

Tijdens de Europese kampioenschap van 1987 in Straatsburg bleef hij, uitgerekend op een moment dat hij werd gezien als medaillekandidaat, buiten de finale en een jaar later had een stommiteit op het Olympische zwemtoernooi hetzelfde fatale gevolg. Dekker hield zich toen in de series een beetje in met het oog op de finale, maar die spaarzaamheid mondde uit in een negatief saldo toen hij zich niet rechtstreeks plaatste en na een swim-off via de zijdeur het strijdtoneel kon verlaten.

Het was dan ook geen wonder dat de woede van zijn begeleiders (trainer-broer Rene Dekker en bondscoach Ton van Klooster) in het 36 graden warme Perth een kookpunt bereikte toen de 24-jarige schoolslagspecialist als verdoofd bleef staan na het startschot. Met een vocabulaire die vooral veel geslachtsdelen bevatte werd hij uitgefoeterd. “Ik was bang dat hij niet eens meer van start zou gaan. In dat geval had ik 'm mijn leven lang niet meer aangekeken”, zei Van Klooster. En als uit een mond lieten zij weten dat “zoiets op een wereldkampioenschap absoluut niet mag gebeuren”.

Ron Dekker lachte nerveus toen hij zich na het uitzwemmen op de kant hees. “Ik ging vrij laat op het startblok staan, boog zelf iets en dacht toen te zien dat er naast me iemand bewoog. Ik ging automatisch rechtop staan. Toen klonk het startschot en ging iedereen weg. Wat er in die halve seconde allemaal door me heenging weet ik niet meer, maar ik besloot er toch maar achteraan te gaan.”

Dekker kon verweten worden dat hij de instructies in de wind had geslagen om de startprocedures in eerdere series aandachtig te bekijken. Dan namelijk had hij kunnen zien dat in de vierde heat zich ook zo'n dubieuze situatie afspeelde, de zwemmers toch niet werden teruggeschoten en niemand aarzelde zoals Dekker. Dat hij met zijn inhaalrace de schade nog wist te beperken kon Van Klooster wel verklaren. “Je krijgt een stressreactie, waarbij veel adrenaline vrijkomt. Dan kun je meer. En dan wordt het eigenlijk nog een perfecte race.” Maar vooral bizar, want ondanks al die ongunstige omstandigheden bleef hij slechts 15-100 verwijderd van zijn eigen nationale record van 1.02, 56. “Als zijn start goed is zwemt hij zelfs nog onder de 1.02 ook”, treurde Rene Dekker.

Estafette

Wel volgens verwachting verliep tijdens de series het optreden van de estafetteploeg op de 4 x 200 meter vrije slag vrouwen. Marianne Muis, Diana van der Plaats, Mildred Muis en Manon Masseurs eindigden als derde achter de Verenigde Staten en Duitsland: een plaats die - wanneer de individuele tijden op die afstand bij elkaar worden opgeteld - een weerspiegeling is van de wereldranglijst.

Op de 100 meter vrije slag vrouwen kwam Karin Brienesse als zesde in de finale. Het was iets beneden haar stand, maar dat kwam omdat ze met de verkeerde hand aantikte. Bondscoach Van Klooster stelde tijdens dat onderdeel tevens vast dat zijn besluit om Inge de Bruin buiten de ploeg voor de woensdag te zwemmen 4x100 meter te houden een juiste is gebleken. De nog maar 17-jarige havo-studente zette vorig jaar tijdens selectiewedstrijden in Amersfoort een tijd van 56, 60 neer, maar dat bleek haar plafond voor dit seizoen te zijn. Sindsdien is het minder goed gegaan met haar. Problemen op de tweede vijftig meter en een slecht keerpunt spelen haar parten en waren slechts goed genoeg voor een plaats in de B-finale.

Die werd op de 200 meter vrije slag ook bereikt door de in de Verenigde Staten studerende Richard Granneman, maar hij kon zich na de series al troosten met de gedachte dat hij het vijfeneenhalf jaar oude nationale record van Frank Drost (1.50, 92) op zijn naam bracht ook als was het dan maar met de kleinst mogelijke marge: een honderdste seconde.