Regio bepleit verbreding Zuid-Willemsvaart

DEN BOSCH, 7 JAN. Als de Zuid-Willemsvaart bevaarbaar wordt gemaakt voor schepen tot 1350 ton kunnen de aan het kanaal gelegen bedrijven jaarlijks ruim 17 miljoen gulden besparen op transportkosten. Dit staat in het rapport 'Vaart in de toekomst' van het Overlegplatform Zuid-Willemsvaart.

De Zuid-Willemsvaart, die tussen 1822 en 1826 werd aangelegd en die 20 sluizen telt, is onderdeel van de vaarwegverbinding tussen Maastricht en het Rotterdamse Botlekgebied. Het kanaal is nu bevaarbaar voor schepen tot 450 ton, waarbij moet worden aangetekend dat ze wegens de geringe diepte op sommige plaatsen van de vaargeul maar hooguit 350 ton kunnen laden.

Bevaarbaar maken van de Zuid-Willemsvaart voor schepen tot 1350 ton zou volgens het rapport het tonnage te vervoeren goederen van ruim 5 miljoen ton nu vergroten tot ruim 23 miljoen ton. Er zouden zich langs het kanaal bovendien meer zogenoemde watergebonden bedrijven vestigen. Het aantal vrachtwagenbewegingen zou per jaar met 55.000 verminderen.

Al sinds 1971 wordt er gesproken over een verbreding van het kanaal, maar in het nieuwste schema verkeer en vervoer (SVV) worden alleen de gedeelten tussen de Maas bij Den Bosch tot Veghel en in Limburg tussen Nederweert en Lozen aangemerkt als hoofdvaarwegen. Dat betekent dat voorlopig alleen die gedeelten in aanmerking komen voor verbreding zodat ze bevaarbaar worden voor schepen tot 1350 ton.

Het Overlegplatform Zuid-Willemsvaart - waarin onder meer vertegenwoordigers zitten van gemeenten, schippervereniging Schuttevaer en bedrijven - vindt het hele kanaal nu al aangemerkt moet worden als hoofdvaarweg. Daarvoor geldt immers als criterium dat er jaarlijks tenminste 5 miljoen ton over vervoerd moet worden en uit berekeningen van het Economisch technologisch instituut Noord-Brabant ETIN uit 1988 blijkt dat men toen al aan die hoeveelheid zat.

Het Overlegplatform meent dat zowel economische bedrijvigheid als milieu gediend zijn met een verbreding van het hele 78 kilometer lange kanaal. Om de gedachten te bepalen heeft men berekend dat wat een schip van 1000 ton vervoert gelijk is aan een goederentrein met een lengte van 400 meter (40 wagons) of aan 70 vrachtwagens die een colonne vormen van 800 meter.

De toestand van de Zuid-Willemsvaart is op onderdelen deplorabel. Bij het Brabantse plaatsje Schijndel is een sluis in zo'n slechte staat dat de kans op instorting niet denkbeeldig is. Dankzij extra financiele middelen via het Nationaal Milieubeleidsplan zullen de sluizen daar worden vernieuwd.

Bedrijven, die in Veghel aan het water liggen, klagen steen en been over het alsmaar uitblijven van de verbreding. Het mengvoederbedrijf Sondag vestigde zich in 1986 in Veghel langs het kanaal in de veronderstelling dat het bevaarbaar zou worden voor grotere schepen. De investering was 20 miljoen gulden. Omdat het wachten is op wat de minister uiteindelijk zal besluiten, maakt het bedrijf op dit moment geen gebruik van het kanaal, maar van vervoer over de weg, omdat men volgens een woordvoerder gezien de onzekerheid niet bereid is te investeren in een zogenoemde 'langshaven', die het laden en lossen van schepen mogelijk moet maken: kosten 1 miljoen gulden, die door het bedrijf zelf moeten worden betaald.

Langs de Zuid-Willemsvaart liggen vooral bedrijven die bulkgoederen produceren. Het zijn vooral veevoederbedrijven en betonmortelcentrales maar ook een bedrijf als de melkfabriek van Campina. De waarde van de produkten is zo laag, dat men uit bedrijfseconomische overwegingen aangewezen is op het goedkopere vervoer per schip.

Het kanaal, zo meent het Overlegplatform, zal in de toekomst een belangrijke rol spelen bij het vervoer van mest en van afval. Via de Zuid-Willemsvaart kan 1 miljoen ton mest worden vervoerd en een half miljoen ton afval per jaar. Onder meer ten behoeve van de aanvoer van mest voor de in Helmond gevestigde verwerkingsfabriek Promest is men in deze stad op dit moment bezig met het verleggen van het kanaal, dat nu nog dwars door de bebouwde kom loopt. Met die ingreep is een investering gemoeid van 190 miljoen gulden. Hetzelfde zou moeten gebeuren in Den Bosch, waar het kanaal eveneens dwars door de stad loopt en de bruggen vaak verkeersopstoppingen veroorzaken.

Rijkswaterstaat heeft berekend dat een verbreding van het hele kanaal van de Maas tot Nederweert 600 miljoen gulden kost: 400 miljoen voor het middengedeelte Veghel-Nederweert en 200 miljoen voor het gedeelte Maas-Veghel. Mocht worden besloten tot een omleiding bij Den Bosch dan komt daar volgens Rijkswaterstaat nog eens 90 miljoen gulden bij. Het stuk tussen Nederweert-Lozen kost 280 miljoen gulden.

    • Max Paumen