Overstelpend aanbod op 'nieuwjaarsreceptie' in Groningen; Kracht van Noorderslag ligt in Nederlandse poptraditie

Noorderslag Festival met The Serenes, Trockener Kecks, Claw Boys Claw, Jack Of Hearts, Jan Rot, De Raggende Manne, Hallo Venray en anderen. Gehoord: 5-1 Oosterpoort, Groningen.

Sinds enkele jaren is het een goede traditie geworden, dat de nieuwjaarsreceptie van de Nederpop, Noorderslag, zich afspeelt in de Groningse Oosterpoort. Drieduizend muziekliefhebbers, muzikanten en hun zakenrelaties treffen elkaar in de wandelgangen van een overvol zalencomplex, dat ditmaal maar liefst vijfendertig attracties en gelegenheidsformaties op vijf podia liet opdraven.

De Noorderslag maakt en breekt carrieres. Zo promoveerden The Serenes in een jaar van de kleine naar de grote zaal, en hangt het voortbestaan van Ivy Green aan een zijden draad nadat de groep van punkveteraan Tim Mullens zonder opgaaf van reden van het programma werd afgevoerd.

De organisatie doet er goed aan zich te bezinnen over een dermate overstelpend aanbod, nu zich toch weer een flink aantal imitaties van buitenlandse voorbeelden mocht aandienen. Nederlandse hiphop lijkt op het Nederlandse basketball, in die zin dat het pas iets voorstelt als er echte Amerikanen bij zitten. Het lieve neo-hippiegroepje The Blue Guitars neemt genoegen met een fletse blauwdruk van R. E. M. en de hardcore-punk van The Moonlizards is bij de eerste kennismaking al hopeloos achterhaald.

Hoewel The Lost Sons er glorieus in slaagden om 'zoveel mogelijk ellende in een half uur te proppen', solliciteerden zij met authentieke country en western naar een enkele reis Nashville. De 'funky sound' van Grote Prijs-winnaar La Lupa bleek al evenmin origineel. Naarmate de hardst werkende rocker van Nederland Fred Kienhuis in zijn rol groeit van een gedreven en geemotioneerd zanger, lijkt zijn groep The Jack of Hearts meer en meer op Bruce Springsteen en the E-Street Band anno 1973.

De kracht van de Noorderslag lag besloten in typisch Nederlandse popmuziek, voor zover daarvan sprake kan zijn bij de op traditionele leest geschoeide, maar eigenwijs geinterpreteerde Nederlandstalige rock van Trockener Kecks. Vooral de beheerst gespeelde en meeslepende ballade over de Amsterdamse Czaar Peterstraat, 'waar het altijd ruikt naar bloemenwater', verdient het om van Moskou tot New York gehoord te worden.

Waarom heeft Nederland al niet eerder een Mano Negra of een Negresses Vertes opgeleverd, die het potentieel heeft om de verste uithoeken van de wereld te bereiken met muziek in de eigen taal? Misschien dat de Raggende Manne daar verandering in kunnen brengen, een groep van al wat oudere heren die de opgekropte woede van zanger Bobo Fosko kanaliseert in een interessant mengsel van oneerbiedige jazz-flarden, schots en scheve rockritmes en tierende Nederlandse rapteksten.

In het veel te kleine restaurantzaaltje liet troubadour Jan Rot horen dat er wel degelijk een Nederlandse poptraditie bestaat om naar hartelust op voort te borduren. Zijn liedjes over het tragische lot van een scheepsjongen van Bontekoe en de bruidsklokken die nooit voor hem zullen luiden, sneden recht door de ziel. De accordeon mag misschien niet het meest hippe instrument zijn in de hedendaagse pop, maar de hartroerende ode aan het Volendamse meisje Lia blonk dan ook uit door de tijdloze benadering.

Buiten de knusse beslotenheid van de Amsterdamse grachtengordel blijkt de belangstelling voor de zogenaamde house-cultuur danig geslonken. Discjockey Eddy de Clercq liet zich nauwelijks zien in de danszaal waar hij de scepter zwaaide en waar dansers in strakke wielrenbroekjes hun magere Vogue-show opvoerden voor een handvol nieuwsgierigen. De terreur van het boem-klapritme drukte een vervelend stempel op de sfeer bij The Serenes, de trots van Friesland die een zeldzaam harmonieus en geconcentreerd optreden bijna verstoord zag door de herrie van de buren.

Lawaai was er in overvloed in het achterafzaaltje, waar de boze mannen van Loveslug de haren naar Amerikaans model lieten wapperen. Hallo Venray toonde er nog juist genoeg ironie en emotie om aan een vreugdeloze punksfeer te ontsnappen. In de stampvolle grote zaal kreeg publiekstrekker Claw Boys Claw de lachers op de hand met lompe holbewonersrock, die alle aanleiding gaf tot een banaal biergooifestijn. De vraag wierp zich op waarom deze stadse kinkels al ettelijke malen, en de enige echte boerenrockers van Normaal nog nooit op de Noorderslag te zien waren. Niettemin was het een passende apotheose van een nachtelijk nieuwjaarsfeest, waar de kroketten met bier uit plastic bekers werden weggespoeld.

    • Jan Vollaard