Opkomst overdekte banen heeft schaatsers verwend

ALKMAAR, 7 jan. - Hardrijden op de schaats was vroeger nog weleens analoog aan heroische gevechten met de elementen. Fameus is de bittere kou van het Finse Lathi (1967), waar Kees Verkerk de Europese titel veroverde en de tien kilometer bij meer dan twintig graden vorst moest worden ingekort tot drie kilometer. De opkomst van de overdekte vierhonderdmeterbanen (Heerenveen, Calgary, Den Haag) heeft de schaatsers verwend. Rijders, coaches en zelfs bondsofficials klaagden het afgelopen weekeinde in koor dat de stormachtige en natte Nederlandse allroundkampioenschappen (de titels gingen naar Jolanda Grimbergen en Leo Visser) zoals die in Alkmaar werden gehouden niet meer passen in deze tijd.

Een titelstrijd organiseren op de winderigste baan van Nederland was ook wel het noodlot tarten. De ijsovaal ligt vlak achter de duinen van Egmond. De bebouwing rondom de baan zorgt voor verraderlijke rukwinden. Toen zaterdag een storm met windkracht 9 opstak, die bovendien gepaard ging met slagregens, konden sommige rijders zich bij de start nauwelijks staande houden. Yvonne van Gennip kostte dat de titel. Zij werd na twee valse starts gediskwalificeerd. Daarbij was sprake van willekeur. Starter Lubberts concentreerde zich op de drievoudige Olympische kampioene en zag niet dat ook Carla Zijlstra moeilijkheden had om boven de streep in balans te blijven. Later zou Lia van Schie zelfs helemaal voorover gebogen naar evenwicht zoeken.

Anderen gleden onderuit tijdens het rijden. Zoals bij de vrouwen Sandra Voetelink die daarmee haar kwalificatie voor het Europees kampioenschap verspeelde. En bij de mannen gingen Thomas Bos, Arjan Kooy en Dennis Duba onderuit. Laatstgenoemde, de winnaar van de vijfhonderd meter, overkwam dat op de vijf kilometer zelfs twee keer.

Aangezien de NK golden als kwalificatiewedstrijden voor de Europese kampioenschappen ontstaken de coaches al na de eerste dag in woede over de omstandigheden. Vrouwencoach Jan Wiebe Last: “Het is een loterij geworden. We hadden net zo goed een dobbelsteen kunnen opgooien. Voetelink en Van Gennip zijn 'geflikt' op de vijfhonderd meter. Voetelink omdat ze in de voorlaatste rit op fondant-ijs moest rijden. Normaal wint ze die afstand met twee vingers in haar neus.”

Junioren-coach Leen Pfrommer, die zijn troef Falko Zandstra bij de mannen in het eindklassement niet verder zag reiken dan een vijfde plaats, was ook al niet te spreken over het gebeuren in Alkmaar. “Het is een blamage voor de KNSB dat er onder deze omstandigheden een Nederlands kampioenschap is verreden. Mijn jonge schaatsers zijn nog niet bestand tegen zwaar weer. Zij missen te veel kracht in vergelijking met rijders die drie, vier jaar ouder zijn.”

Ab Krook, de coach van de mannen, maakte zich niet zo druk. Hij zag tot zijn tevredenheid dat de pupillen uit zijn keurkorps aan de verwachtingen voldeden maar plaatste toch een kanttekening. “Binnen de Landelijke Technische Commissie hardrijden zou wat meer nagedacht moeten worden over de keuze van de banen als er selectienormen in het geding zijn.”

Fiasco

Ook financieel was het evenement in Alkmaar een fiasco. Er passeerden in twee dagen slechts vierduizend betalende toeschouwers de kassa's van De Meent. De organisatie kwam met een tekort te zitten van tienduizend gulden. Dat komt voor rekening van de bond. KNSB-directeur Jurjen Osinga heeft in mei van het vorig jaar na overleg met de Landelijke Technische Commissie (LTC) besloten de NK toe te kennen aan Alkmaar. De vraag is natuurlijk waarom een windgevoelige baan als De Meent de voorkeur kreeg, juist nu het ook ging om selectiewedstrijden.

De KNSB hanteert bij het toewijzingsbeleid verschillende uitgangspunten. Alle gewesten moeten in de loop der jaren aan hun trekken komen om het vrijwillige kader, dat de wedstrijden organiseert, te motiveren. Daarnaast speelt de kwaliteit van de baan (zijn er tribunes? ) een rol. Haarlem en Amsterdam kunnen een NK bijvoorbeeld niet organiseren.

Zeker zo belangrijk is de beschikbaarheid van het ijs. De NK junioren moeten overdekt worden verreden en zijn dermate lang (tweeeneenhalve dag) dat de organisator - dit seizoen Heerenveen - ook niet nog eens een andere nationale titelstrijd er bij kan hebben. Want dan is de baan te lang gesloten voor het recreatieschaatsen. “Bovendien”, zegt KNSB-directeur Osinga, “kun je niet een beroep blijven doen op het vrijwillige kader. Vergeet niet, het schaatsprogramma is enorm omvangrijk. En we hebben binnen de KNSB ook nog de shorttrack-, kunstrij- en marathonafdeling.”

Volgend seizoen worden de NK allround afgewerkt op de semi-overdekte baan De Uithof in Den Haag. Als selectiewedstrijden voor de Olympische Spelen in Albertville fungeren echter de NK afstanden en daarvoor is nog geen accommodatie aangewezen.

Osinga wil, na de ervaringen van het afgelopen weekeinde, een keuze maken uit Den Haag of Heerenveen. “Binnen een maand ga ik met de desbetreffende baandirecties rond de tafel zitten. Heerenveen krijgt volgend jaar al de EK vrouwen en mannen plus het WK vrouwen. Maar ik vind dat we een Nederlands kampioenschap, dat ook als selectiewedstrijd telt voor een groot internationaal toernooi, in de toekomst maar overdekt moeten houden. Achteraf gezien is Alkmaar geen gelukkige keuze geweest, omdat er rijders door de weersomstandigheden zijn benadeeld voor het EK. Maar soms moet je kiezen uit twee kwaden. Drie jaar geleden ging het in Alkmaar wel goed.”

Als Thialf (Heerenveen) en De Uithof (Den Haag) voortaan het toneel worden van de NK komt er van het toch al gekritiseerde spreidingsbeleid van de KNSB niet veel terecht. De schaatsbond heeft daartoe bij de gewesten de wens geuit voor meer overdekte banen. De verwachting is dat Assen, Deventer, Groningen en Utrecht in 1994 ook over een ijshal beschikken met een vierhonderd meterbaan. Dan is het schaatsen in Nederland definitief verworden tot een indoorgebeuren. In het buitenland wordt in Hamar (Winterspelen '94) en Helsinki gewerkt aan overdekte kunstijsbanen. Osinga: “Als bond heben wij er geen moeite mee dat het schaatsen zich steeds vaker binnen afspeelt. Je kunt niet voorbij gaan aan de ontwikkelingen in de maatschappij. En daaruit blijkt dat de belangstelling voor de indoorsporten steeds groter wordt.”