Open brief aan koning Hussein van Jordanie; Sire, U moet aftreden!

Majesteit, Zeventien jaar geleden, in maart 1973 hebben wij elkaar ontmoet in Tel Aviv. Het was kort voor de Jom Kippoer-oorlog. Uw komst, op uitnodiging van Golda Meir, was geheim gehouden. U sprak toen de wens uit om onopvallend een wandeling te maken over de Champs Elysees van deze Israelische metropool: de Dizengoff-boulevard. En u beloofde uw handtekening te zetten onder een vredesakkoord met Israel. Diezelfde belofte deed u later ook aan Peres, aan Rabin, aan Dayan, aan de president Herzog, aan Arens en uiteindelijk aan Shamir.

Nooit hebt u woord gehouden. Sinds 1953 regeert u over een land dat u niet toebehoort. Jordanie heeft ruim drie miljoen inwoners. De bevolking zou voor 72 procent uit Palestijnen bestaan. Uzelf houdt het op 56 procent. Ook uw eigen familie komt niet uit het land zelf. Tijdens de Eerste Wereldoorlog biedt uw overgrootvader, afkomstig uit Hedjaz in Arabie, Groot-Brittannie zijn steun aan in de strijd tegen het Turkse rijk. Als tegenprestatie belooft kolonel Lawrence een groot Arabisch koninkrijk dat zich zal uitstrekken over het gehele Midden-Oosten. En zo neemt hij met zijn drie zoons, onder wie uw grootvader, deel aan de anti-Turkse opstand.

Op 16 mei 1916 sluiten Frankrijk en Groot-Brittannie echter de Sykes-Picot-akkoorden en wordt het gebied onderling verdeeld. Uw overgrootvader krijgt slechts de troon in Bagdad. Uw grootvader heeft in Jeruzalem een ontmoeting met de toenmalige minister Churchill van kolonien. Hij krijgt het gebied ten oosten van de Jordaan, Transjordanie, omdat het westen van de Jordaan aan de joden is beloofd. Die zouden al spoedig de wapens opnemen tegen de Britse bezetter.

Groot-Brittannie ziet zich gedwongen de kwestie voor te leggen aan de VN die op 23 november 1947 besluiten om Palestina in twee staten te verdelen: een Israelische en een Palestijnse. De joden aanvaarden het besluit van de VN en roepen in 1948 de staat Israel uit, wat in feite de erkenning betekent van een Palestijnse staat naast de Israelische. Maar de Arabische landen, waaronder Jordanie, wijzen het idee van de deling af en verklaren Israel de oorlog. Uw grootvader bezet en annexeert bij die gelegenheid Cisjordanie, het gebied dat voorbehouden was aan de Palestijnen. Op 1 december 1950 laat hij zich in Jericho uitroepen tot vorst van de Palestijns-Jordaanse eenheid. En net als u, Majesteit, probeert hij in Israel goedkeuring te krijgen voor deze nieuwe deling, door Golda Meir verscheidene malen in het geheim te ontvangen. Op 20 juli 1951 wordt hij in de Al Aksa-moskee doodgestoken door een Palestijn. Uw vader wordt dan op 5 september 1951 tot koning gekroond, maar als blijkt dat hij aan een ongeneeslijke geestesziekte lijdt, wordt hij afgezet. Op 2 mei 1953 volgt u hem op.

Ik roep deze gebeurtenissen in herinnering, Sire, omdat ik geloof in de lessen van de geschiedenis. Sinds uw aantreden probeert u ijverig een oplossing te vinden voor een probleem dat niet op te lossen valt: de bevolkingsgroepen die u wordt geacht te vertegenwoordigen willen niets weten van de vrede die uw machtigste buurman telkens weer - ook met geweld - eist. Tegen de Palestijnen in Cisjordanie stelt u zich hard op: massamoorden, martelingen, gevangenisstraffen.

Uw grote verdienste, Sire, is dat u een strategie hebt uitgestippeld waardoor u kon overleven en nu al bijna dertig jaar regeert, tegen alle verwachtingen in. Tegenover de Israel hebt u altijd de illusie in stand gehouden dat een akkoord tot de mogelijkheden behoorde, een vredesakkoord waarvan u de heraut zou zijn naar de Arabische landen. Als tegenprestatie rekent u op Israel en zijn geheime dienst als het gaat om bescherming tegen de vele opstanden, complotten en aanslagen die Palestijnen tegen u beramen. Elke keer was het de Mossad die u waarschuwde.

Door de oorlog die de Egyptische president Nasser in 1967 ontketent wordt u meegesleurd in het kielzog van de extremisten. Ondanks de waarschuwingen van de Israeli laat u joodse dorpen bombarderen en bezet u de berg Scopus in Jeruzalem. Een vergissing: terwijl Egypte de Gazastrook en de Sinai verliest, raakt u Cisjordanie kwijt en zit u plotseling met 200.000 Palestijnen die de westelijke Jordaan-oever zijn ontvlucht na de bezetting door het Israelische leger.

Die absurde verplichting levert u niet eens de sympathie op van de Palestijnse bevolking. Abu Ayad, die ik in mei 1970 in Kairo ontmoette op de redactie van het dagblad Al Ahram, vertelde mij dat hij bezig was een Palestijns-Jordaanse beweging op touw te zetten om de macht in Amman over te nemen. De opstand breekt uit in septemer 1970, 'zwarte september'. In de studio van de Israelische radio riep ik op tot steun aan de Palestijnen. Mijn mening werd gedeeld door twee niet onbelangrijke persoonlijkheden in Israel: generaal Dayan en generaal Sharon, destijds bevelhebber van het zuidelijk front.

U, Sire, belde onmiddellijk met dr. Kissinger in het State Department. Deze waarschuwde Golda Meir, die op dat moment in New York een conferentie bijwoonde van leiders van de joodse gemeenschap in Amerika. De Israelische premier gaf aan haar waarnemer Allon opdracht het leger in staat van paraatheid te brengen. De Syrische tanks, bedoeld om de Palestijnen te hulp te komen, waren reeds in Irbid, toen de dreiging van een Israelische aanval op Syrie hen rechtsomkeert deed maken.

Israel opent zijn luchtruim om de Amerikanen de gelegenheid te geven uw leger te bevoorraden. U was opnieuw gered. U stuurt uw tanks richting de Palestijnse kampen: 50.000 doden. Vele Palestijnen vluchten naar Israel om te ontkomen aan de wreedheden van uw bedouinen. Anderen gaan naar Libanon. Op 27 september 1970 echter tekent u, in aanwezigheid van president Nasser, een verzoeningsverdrag met Arafat.

Het was een wonder dat u ontsnapte aan de opstand van die 'zwarte september'. Dat realiseerde u zich heel goed. Ik ben van mening dat Israel een fout heeft gemaakt door niet samen met de Palestijnen tot de aanval over te gaan met het doel uw bewind omver te werpen. Velen hebben dat moeten betalen met hun leven en velen doen dat nog steeds.

Misschien vraagt u zich af, Sire, wat de aanleiding is voor deze brief. Dat is omdat juist nu de wereld wederom het hoofd moet bieden aan een probleem dat van essentieel belang is voor haar voortbestaan: de wereld moet het respect voor internationale regels afdwingen en zich verzetten tegen de annexatie van het ene land door het andere.

U hebt positie gekozen, Sire, en dat is geen wettige positie. U hoopt op die manier uw macht te behouden, maar de macht ontglipt u. Het overgrote deel van de Palestijnse leiders bevindt zich wederom, net als in 1970, in Amman. Om het hoofd te bieden aan de druk van de 'Palestijn in de straat' bent u gedwongen om nog verder te gaan dan Arafat, die zich aan de zijde van Irak heeft geschaard. Zo heeft u, voor de eerste keer sinds u aan de macht bent, uw beschermheren, de Verenigde Staten en Israel, tegen u in het harnas gejaagd. U loopt het risico een van de eerste slachtoffers te worden van de grote verschuivingen die de Golfcrisis in de regio teweeg zal brengen.

Sire, ik doe een beroep op uw historisch besef en vraag u na te denken over de rol die u wilt spelen in de geschiedenis. En ik verzoek u af te treden.

U zult niet de eerste koning zijn die dat doet. Sire, ik zeg het ronduit, u bent het belangrijkste obstakel voor de vrede tussen Israel en de Palestijnen. Dat komt omdat de Israeliers niet met de Palestijnen zullen praten zolang zij geloven dat de Palestijnse kwestie met u kan worden geregeld. En u, u hebt niet het recht om een vredesverdrag met de joodse staat te ondertekenen.

Begrijp me goed, ik ben geenszins uit op uw dood want u bent niet gewelddadiger of wreder tegen de Palestijnen opgetreden dan de president van Syrie tegen de christenen in Libanon of de Iraakse president tegen de Koerden. Als ik u vraag af te treden is dat niet zozeer omwille van de doden als wel omwille van de levenden.

Trouwens, Sire, heeft u niet zelf al in juni 1967 en nog vaker voorgesteld om het Palestijnse deel van de Jordaanse bevolking recht op zelfbeschikking te geven? Zou dat voor u dus niet een democratisch middel zijn om eindelijk de macht over te dragen aan de meerderheidsgroepering van uw volk? De voorzitter van de PLO staat achter dat idee. Yasser Arafat heeft mij dat gezegd en hij heeft het herhaald in Tunis: de toekomst ligt besloten in een Palestijns-Jordaanse federatie of staat 'met of zonder koning Hussein' en ook Ariel Sharon, minister van huisvesting in de regering-Shamir, heeft mij onlangs gezegd dat het eenvoudiger is met een bestaande Staat over gemeenschappelijke grenzen te praten dan met een volk zonder Staat.

Is het niet de moeite waard om na te denken over een Palestijnse of Jordaans-Palestijnse Staat in Transjordanie en in een deel van Cisjordanie, een staat die, op basis van een regionaal economisch en politiek akkoord, naast en in vrede met Israel kan bestaan, een staat die kan bestaan dankzij u, Sire, dankzij uw aftreden?

De Palestijnen zullen het plan steunen en Israel, denk ik, ook. De Amerikanen zullen, naar ik hoop, er heel snel de voordelen van zien. En de wereld, Oost en West, zal alleen maar blij kunnen zijn met vrede in het Midden-Oosten tegen zo'n aantrekkelijke prijs.

Sire, de beslissing is aan u.