Natuurbeelden Goldsworthy al te mooi; Esthetische

Tentoonstelling: Andy Goldsworthy. Museum het Catharina Gasthuis, Oosthaven 9, Gouda, t-m 27-1; open: ma. t-m za. 10-17u, zo. 12-17u. Engelstalige catalogus: fl. 45.00. Galerie Asselijn, Lange Leidsedwarsstraat 198-200 in Amsterdam, t-m 26-1, di. t-m za. 12-17u.

De Engelsman Andy Goldsworthy (1956) trok onlangs met zijn tentoonstelling 'Hand to Earth' in het Schotse Edinburgh maar liefst honderdduizend bezoekers. Zijn werk is nu te zien in het Stedelijk Museum het Catharina Gasthuis in Gouda en zal ook hier zeker aanslaan bij een groot publiek. Zijn werk is namelijk nogal aangenaam mooi. Niet post-modern, neo-geometrisch, decadent of problematisch, maar vrij van dubbele bodems en vol ondubbelzinnige en onbetwiste schoonheid.

Andy Goldsworthy keert zich tegen onze 'verziekte' tijd met zijn verrotte kunstwereld en zoekt de natuur op. Die laat hij tot haar recht komen in geensceneerde composities. Met een engelengeduld schikt hij takken, bladgroen, bloemen, maar ook stenen, zand, sneeuw en ijs en maakt er ter plekke een kunstwerk van. Hij rijgt bijvoorbeeld rode blaadjes aan elkaar en legt ze als een slinger tussen de keien naar de waterkant van een beekje. Of hij breekt ijspegels af en laat die met de dikke kant tegen elkaar vriezen in een stervorm.

Hij werkt bij voorkeur in de ongerepte natuur op verschillende locaties verspreid over de wereld, maar voor een opdracht wil hij ook wel dichter bij de mensen komen.

Van al zijn projecten maakt Goldsworthy foto's, die hij presenteert in luxueuze boekwerken en in musea en galeries. In boekvorm zien zijn foto's er schitterend uit, maar uitvergroot aan de wand in Gouda blijkt de schoonheid geen charme te bezitten. In plaats van met gevoel voor verhoudingen zijn de foto's met de logica van een liniaal in passe-partouts en lijsten gezet. Daar komt bij dat te veel werk bij elkaar is gepropt en dat het onoverzichtelijk wordt gepresenteerd in een aantal ver uit elkaar gelegen museumzalen.

Op een vloer ligt een heuvelrug van zand in een slingerend langgerekte vorm van zo'n tien meter die op een leeg strand aardig zal ogen maar in het Catharina Gasthuis in Gouda niets teweeg brengt. In dezelfde ruimte hangt een groot gordijn van aan elkaar bevestigde takjes waarin een cirkel is uitgespaard ter afsluiting van de ruimte. Meer dan huisvlijt is het niet. Bij het gordijn ligt een uit takken samengestelde bal van een paar meter doorsnee. Zou die denkbeeldig door het gat gegooid moeten worden? Ook de in een wankel evenwicht op elkaar gestapelde natuurstenen roepen, zoals uit foto's blijkt, in een natuurlijke omgeving een veel spannender beeld op dan in het museum.

Aan details is te zien dat Goldsworthy geen beeldend talent heeft. De enkele schetsen die hij heeft getekend en zijn handschrift op de passe-partouts zien er amateuristisch en onpersoonlijk uit. Een gevoel voor verhoudingen ontbreekt. Hij signeert zijn foto's ook met een knullige, krachteloze handtekening alsof het om het ondertekenen van de zoveelste cheque gaat. Zijn presentatie haalt het niet bij die van zijn landgenoot en voorloper Hamish Fulton.

Goldsworthy staat met een been in de actuele kunst van twintig jaar geleden, met het andere in de eeuwige schoonheid van de natuur. Een ijzersterke combinatie voor een succesformule: nu is een groot publiek rijp voor een esthetische variant op de land art, die in de jaren zeventig door kunstenaars als Richard Long en Hamish Fulton, ongetwijfeld idolen van Goldsworthy tijdens zijn studietijd, werd gemaakt. Goldsworthy is niet verder gekomen dan het verfraaien en populariseren van Land-Art. Hij voegt aan het werk van Long en Fulton niets toe, sterker nog, hij ontdoet het van zijn poezie.

Goldsworthy's succes zal van korte duur zijn, want schoonheid die de heersende smaak bedient is niet oorspronkelijk en verwordt snel tot modieuze curiosa. Dergelijke kunst is altijd prijzig als ze nog 'vers' is, maar daarna zakt de waarde als een baksteen.

    • Mark Peeters