Industrie des doods

Eind december vond in Bangkok een internationaal congres over aids plaats, aanvankelijk gesponsord door de WHO. Aangezien de regering van Thailand niet bereid was een aantal aids-patienten dat het congres wilde bezoeken een visum te verstrekken, trok de WHO haar steun in, conform haar resolutie van mei 1988, die er bij alle lidstaten op aandringt iedere vorm van discriminatie ten opzichte van aids-patienten of geinfecteerden te vermijden, ook waar het de beperking van reizen aangaat. Een Thaise wet, effectief sinds 1985, ontzegt met het aids-virus geinfecteerden de toegang tot het koninkrijk en de regering was niet bereid een uitzondering te maken voor de geinfecteerde actiegroep. Hierdoor vonden er belangrijke wijzigingen in het programma plaats en kwam het accent veel sterker te liggen op de aids-situatie in Thailand.

Die situatie is alarmerend. Bij een ongewijzigd beleid in de 'seks-industrie' - in de wandelgangen ook wel omschreven als een 'seks-erotisch lunapark' - en in de levenswijze van de Thai-bevolking, moet men volgens een conservatieve schatting rekenen op twee miljoen aids-geinfecteerden alleen in Thailand zelf in het jaar 2000. In de latere sessies van het congres werd de seks-industrie dan ook een industrie des doods genoemd. Volgens een conservatieve schatting van het ministerie van volksgezondheid in Thailand zou het aantal geinfecteerden nu zo'n 150.000 zijn, al bijna het dubbele van het totaal aantal beschikbare ziekenhuisbedden van 90.000.

Het aantal injecterende drugsverslaafden zou zo'n 200.000 omvatten, waarvan zowel in Bangkok als Chiang Mai in verschillende groepen het met aids geinfecteerde “plateau-percentage” van 40 a 50% bereikt is, dat nu ook in New-York en andere grote drugscentra bestaat. (Amsterdam is in dit opzicht nog steeds een gunstige uitzondering). Met betrekking tot het aantal prostituees liepen de schattingen op het congres uiteen van tussen de 400.000 en de twee miljoen, maar cijfers in deze zijn eigenlijk onzinnig, aangezien bijna 10% van de vrouwelijke bevolking wel eens voor kortere of langere tijd bij de prostitutie betrokken is.

Het bezoek aan een bordeel is voor een Thai-man even gewoon en vanzelfsprekend als in Nederland het drinken van een pilsje in het cafe om de hoek. Zelfs een stadje met 20.000 inwoners heeft zo'n vier tot vijf bordelen, waar de veelal zeer jonge meisjes uit de dorpen achter glas op hun klanten wachten. De luxueuze en gigantische “massage-parlors” in Bangkok met wel 100 genummerde vrouwen, eveneens achter glas te aanschouwen en uit te zoeken, zijn niets anders dan een wat uitgebreidere versie op deze lokale bordelen. Het zijn vooral de lokale bordelen waar het aids-virus voorkomt, soms wel vijftig procent van de meisjes blijkt geinfecteerd te zijn. Al jaren staan jonge vrouwen in Thailand op een andere lijst bovenaan: suicide.

Na het aanhoren van deze onthutsende cijfers neem ik een taxi. Taxi's in Bangkok zijn, volgens de gegevens van een poster van het congres, tussen 's avonds 10.30 en 2.30 in de morgen voor 94% op weg naar massage-parlors, besloten huizen, gogo-bars, seks-coffeeshops, etcetera, met voor 70% Thai-mannen en voor 30% mannelijke toeristen als passagier. Ik ben een van de 94% en op weg naar een van de seks-coffeeshops van 'farangs', bedoeld voor Europeanen, Amerikanen en Australiers. Japanners hebben inmiddels hun eigen straatje met etablissementen.

Door de Golfcrisis laten de Arabieren verstek gaan en zitten nu de uiterst gevulde vrouwen in glitterende baljurken, het type dat de Arabieren blijkbaar het meeste aanspreekt, tevergeefs te wachten in de door hen gemonopoliseerde coffeeshop.

Ik citeer hier mijn gesprek met een van de talrijke jonge, soms zeer mooie, vrouwen in de farang-coffeeshop.

Ik: “Are you not afraid of aids?”

Zij: “No, not so much.”

Ik: “You use a condom?”

Zij: “Hell, if you want, most men don't want.”

Ik: “For your protection.”

Zij: “I don't care. Yes. I know people in the West are very much afraid of dying.”

    • W. Risa