Haiti leek even met traditie te breken

ROTTERDAM, 7 jan. - Een bevrijdingstheoloog als democratisch gekozen president van Haiti, het was te onwaarschijnlijk om waar te kunnen zijn. Over een maand zou de linkse priester Aristide als president worden beedigd. De coup vannacht op het halve eiland lijkt echter te hebben verhinderd dat deze nachtmerrie voor de zakenelite, de kerkelijk hierarchie, de militairen en de voodoo-priesters werkelijkheid wordt.

De leider van de couppoging, Roger Lafontant, had eigenlijk zelf willen deelnemen aan de presidentsverkiezingen van half december maar de kiesraad sloot hem om een technische reden uit. Haiti haalde toen opgelucht adem want Lafontant heeft als voormalige leider van de Tonton Macoutes, de terreurgroep van de in 1986 verdreven dictator 'Baby Doc' Duvalier, een bedenkelijke reputatie.

Direct na zijn uitsluiting sprak Lafontant al dreigende taal. Hij zei toen “alles te zullen doen” om een presidentschap van de “ultra-communist” en “apocalyps” Aristide te verhinderen. Lafontant noemde zichzelf een “vredesapostel”.

Als de coup slaagt, dreigt Haiti een nieuwe periode van geweld tegemoet te gaan. Het armste land van Latijns Amerika ontworstelde zich na de val in 1986 van de dertig jaar oude familiedicatuur van de Duvaliers slechts langzaam aan de traditie van onderdrukking. Van de vijf regeringen die volgden op het vertrek van 'Baby Doc' stonden er vier onder directe militaire supervisie. De interim-president Ertha Pascal-Trouillot, een rechter van het hooggerechtshof, was de eerste nieuwe leider die onder Duvalier geen vuile handen had gemaakt.

De verkiezingen die vorige maand onder haar leiding werden gehouden, verliepen tot veler verbazing zonder bloedvergieten. Het leger - notoir corrupt en een altijd een steunpilaar voor de Duvaliers - gedroeg zich volgens waarnemers “voorbeeldig”. Haiti leek even te breken met haar traditie.

Dat was drie jaar geleden bij de vorige poging tot het houden van verkiezingen wel anders geweest. De Tonton Macoutes richtten toen een bloedbad aan in een stemlokaal in dezelfde wijk waar ook de kerk van Aristide staat. De maanden daaraan voorafgaand hadden de Macoutes al met oogluikende goedkeuring van het leger een ware terreur uitgeoefend die tientallen mensen het leven kostten en die duidelijk maakte dat de 'Duvalieristen' nog niet waren verslagen.

Geleidelijk aan wonnen de krachten achter Aristide echter aan sterkte. Vakbonden, linkse priesters en bewoners van sloppenwijken manifesteerden zich steeds meer in georganiseerd verband. Zij moeten nu ernstig rekening houden met repressie.

Na de verkiezingen hadden journalisten gemeld dat Washington zich bij de overwinning van Aristide had neergelegd en “wel eens een gokje wilde wagen” met de linkse bevrijdingstheoloog. Voor de verkiezingen hadden Amerikaanse diplomaten Aristide nog omschreven als een “marxistische maniak” en gaven ze duidelijk de voorkeur aan de conservatieve presidentskandidaat Marc Bazin, die door Aristide werd weggevaagd.