Geen onderhandelingen

ER ZULLEN GEEN geheime onderhandelingen plaats hebben, verklaarde president Bush dit weekeinde naar aanleiding van de aanvaarding door Irak van een ontmoeting deze week in Geneve tussen de Amerikaanse en Iraakse ministers van buitenlandse zaken. De Amerikaan zal zijn gesprekspartner bij die gelegenheid erop wijzen dat er geen andere uitweg is dan uitvoering te geven aan de inmiddels twaalf resoluties die de Veiligheidsraad der Verenigde Naties sinds 2 augustus van het vorige jaar tegen Bagdad heeft aangenomen. Anders is het woord aan de wapens, onderstreepte Bush voor de zoveelste keer. Goedschiks of kwaadschiks zal Irak Koeweit moeten ontruimen en dan wordt bedoeld geheel Koeweit. Met manoeuvres waarbij Saddam Hoessein die delen van het emiraat bezet houdt die hij al eerder had opgeeist, zal geen genoegen worden genomen.

Van hun kant hebben ook de Irakezen zich diplomatiek ingegraven. Koeweit wordt een tak genoemd aan de stam Irak. Van het loslaten van die tak kan geen sprake zijn. De woorden van Bush worden arrogant genoemd en de waarschuwing is geuit dat het Geneefse gesprek zeer kort zal duren als de Amerikanen niet willen ingaan op de eis van Bagdad dat de Palestijnse kwestie in Geneve aan de orde zal komen. Saddam Hoessein verwees gisteren ten overvloede naar de krijgsgeschiedenis van de musulmannen die hen ooit van Medina tot in Andalusie had gevoerd. Niet alleen Bush trekt historische parallellen.

HET IS NIET eenvoudig uit deze stand van zaken enig optimisme te peuren voor een afloop zonder militair ingrijpen. Of het zou moeten zijn dat president Bush er met enige nadruk op wees dat 1990 het jaar was geweest van Koeweits inlijving door Saddam Hoessein en dat 1991 het jaar zal worden waarin hij die verovering weer ongedaan moet maken. Wilde het Amerikaanse staatshoofd daarmee aangeven dat hij zonodig het hele jaar kan nemen om de opdracht van de Verenigde Naties te doen uitvoeren? In dat geval zou er dus ook meer ruimte komen voor het opvoeren van de druk op Irak door middel van de boycot met op de achterhand de voortdurende mogelijkheid van een militaire actie, een mogelijkheid die op zichzelf ook weer tot de uitputting van de tegenstander bijdraagt. Maar Bush heeft herhaald dat de boycot het gewenste resultaat niet oplevert.

Het is teleurstellend voor de twaalf ministers van buitenlandse zaken van het politieke Europa dat hun aanbod voor een onderhoud met hun Iraakse ambtgenoot in Luxemburg is afgewezen. De relatieve soepelheid die vooral van Duitse, Italiaanse en Franse kant Bagdad in het vooruitzicht was gesteld, werd in Iraakse ogen onvoldoende gesteund door werkelijke macht. Europa is goed genoeg om te functioneren als kogeillager in Saddam Hoesseins propagandamachine, maar als het zich daartoe niet officieel en openlijk wenst te lenen, wordt zijn betekenis kennelijk vrijwel nihil geacht. En inderdaad, toezeggingen dat Irak niet zal worden aangevallen zodra het Koeweit vrijwillig ontruimt, hebben uitsluitend zeggingskracht indien zij uit Amerikaanse mond komen. Een Europese belofte dat na een dergelijke ontruiming alle problemen van het Midden-Oosten aan de orde kunnen en moeten komen, heeft eveneens vooral een vrome klank. De herhaling van het Europese aanbod na de Iraakse hoon dat Europa aan de Amerikaanse leiband loopt, versterkt de positie van de Twaalf niet.

DE 'Real Politiker' in Bagdad weet waar de macht vandaan komt. Maar desondanks toont Saddam Hoessein zich niet onder de indruk van de strijdkrachten die hem bedreigen. De opvallendste uitspraak kwam dezer dagen van de Amerikaanse minister Baker. Hij zei voor Kerstmis optimistisch te zijn geweest dat Irak bijtijds zou inbinden. Hoewel hij met die mogelijkheid nog steeds rekening hield, was zijn optimisme afgenomen.

Het ministeriele optimisme van een paar weken geleden vloeide vermoedelijk voort uit de noodzaak de laatste Veiligheidsraadresolutie een zo groot mogelijke werking te geven.