Drugsmafia Colombia eist voor overgave meer concessies van regering

ROTTERDAM, 7 jan. - Even buiten Medellin, de stad die het centrum is van de drugshandel in Colombia, wordt hard gewerkt aan de bouw van een nieuwe gevangenis, een van de modernste van Latijns Amerika. Drie vleugels zijn al klaar. In cel nummer een van blok nummer een zit de eerste bewoner: Fabio Ochoa, een van de leiders van het Kartel van Medellin en de eerste belangrijke drugsbaron die zich aan de autoriteiten overgaf.

Volgens grappen uit Colombia hebben zich intussen talloze mensen gemeld als drugshandelaar. De cel van de 33-jarige Ochoa is immers een toonbeeld van comfort voor de talloze sloebers uit de sloppenwijk rondom Medellin. In afwachting van de oplevering van een speciale vleugel voor drugsbaronnen, heeft Ochoa nu de beschikking over een slaapkamer, een zitkamer en een keuken.

De vraag die Colombia bezighoudt is hoelang Ochoa zal moeten zitten. Volgens de decreten waarmee president Cesar Gaviria de drugsmafia paait, worden drugsbaronnen die zich overgeven niet langer uitgeleverd aan de Verenigde Staten, worden ze alleen voor het ernstigste misdrijf veroordeeld en wordt hun gevangenisstraf gehalveerd.

Dat betekent dat geen van de spijtoptanten van de drugskartels langer dan vijftien jaar zal zitten. Fabio Ochoa is aangeklaagd voor drugssmokkel en voor de moord op een informant van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA. Kranten in Colombia speculeren erop dat hij met strafvermindering voor goed gedrag, wel eens na vijf jaar weer op vrije voeten kan zijn.

Mogelijk is Fabio Ochoas overgave een proefballon. In oktober verklaarde het Kartel van Medellin dat 300 van haar leiders zich wilden overgeven. De regering zette meteen vaart achter de bouw van de gevangenis in Medellin. Maar vooralsnog is nog maar een 'cel' gevuld. De drugsbaronnen rekenen er kennelijk op dat zij de regering tot meer concessies kunnen dwingen. De echte grote jongens, Pablo Escobar en Fabio's oudere broer Jorge Luis Ochoa, hebben zich nog steeds niet gemeld.

De regering van president Cesar Gaviria beschouwt de vermeende bereidheid tot overgave van de drugsbaronnen niettemin als een succes in hun strijd tegen de drugsmafia. Anderhalf jaar geleden is de regering met die strijd begonnen, na de moord op de liberale presidentskandidaat Galan. De leiders van het Kartel van Medellin zijn sindsdien opgejaagd en zouden met overgave hun nederlaag erkennen.

Maar die zogenaamde nederlaag kan ook neerkomen op een overwinning voor de drugsbaronnen. Met een golf van terreur - die in de eerste helft van vorig jaar in Medellin 250 politieagenten het leven kostte - dwongen ze de regering tot concessies. En dat doen ze nog steeds, bijvoorbeeld met de ontvoering in augustus van negen journalisten van wie ze er nog vijf vasthouden. Met dergelijke druk dwingen ze de regering tot concessies die ertoe kunnen leiden dat de top van het kartel binnen enkele jaren haar droom - in vrijheid leven als vooraanstaande burgers - in vervulling ziet gaan.

Of overgave nu een overwinning of nederlaag is voor de drugsmafia, in Colombia bestaat er concensus over dat alleen een dialoog tussen regering en drugsmafia een einde kan maken aan het geweld. Cesar Gaviria, die in mei tot president werd gekozen, is de verpersoonlijking van die opvatting - al is er volgens hem geen sprake van een “dialoog” met de drugsmafia. Gaviria maakte al in zijn verkiezingscampagne een onderscheid tussen 'narco-terrorismo' en 'narco-traffico': de bestrijding van het terrorisme krijgt prioriteit en daarmee verhuist de bestrijding van drugssmokkel onvermijdelijk naar het tweede plan.

Het aantal tegenstanders van Gaviria's politiek is beperkt. Een van hen is Carlos Lemos, een van de liberale leiders die begin vorige maand werd gekozen in de assemblee die de grondwet moet herschrijven. Lemos beschouwt de verhulde onderhandelingen van de regering met de drugsmafia als “een pact met de duivel”. De concessies aan de drugsbaronnen zijn volgens hem “kortzichtig “: terreur en corruptie zullen Colombia blijven beheersen als de drugshandel niet met wortel en tak wordt uitgeroeid.

Een van de ingewilligde eisen van de drugsbaronnen is dat ze na hun eventuele overgave samen in een aparte gevangenis worden ondergebracht. Volgens hen is dat noodzakelijk om te voorkomen dat ze door wraakzuchtige politiemensen worden vermoord. Diego Montana, een linkse politicus en een van de vier 'notabelen' die bemiddelt tussen de regering en de drugsmafia, onderstreept dat een dialoog de enige oplossing is. In een telefonisch vraaggesprek met deze krant zegt hij dat de drugsbaronnen bereid zijn zich aan de Colombiaanse rechtspraak te onderwerpen. “Over de wet wordt niet onderhandeld”, aldus Montana.

Breekpunten zijn, volgens Montana, de eisen van de regeringen dat de drugsbaronnen hun misdaden bekennen en getuignissen afleggen tegen collega's. Dat kan niemand van criminelen verlangen en dus ook niet van de drugsbaronnen, meent de linkse politicus, die voor de voormalige guerrillabeweging M-19 in de grondwetgevende assemblee is gekozen.

Wat Montana betreft maakt die assemblee een volledig einde aan de uitlevering. Berechting van drugsbaronnen in Colombia is voor hem een kwestie van nationale soevereiniteit maar ook een van “humaniteit”, want “Colombia kent geen doodstraf of levenslange gevangenisstraf, in tegenstelling tot de Verenigde Staten”.

Amerikaanse drugsbestrijders geven toe dat het staken van uitlevering een gevoelige klap is voor de pogingen de cocainestroom naar de Verenigde Staten af te snijden. Maar officiele woordvoerders in Washington waken er nadrukkelijk voor de indruk te wekken dat de Colombiaanse regering voor de drugsmafia capituleert. “Ons belang is dat het recht zijn loop krijgt, of dat nu in Colombia is of in de Verenigde Staten”, aldus Robert C. Bonner, hoofd van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA.

    • Thieu Vaessen