Dick Bruna's Nijntje in het echt

Kinderopera: Nijntje gaat logeren door TheaterPlatform. Regie: Ingrid van Leeuwen; libretto: Dick Bruna; muziek: Ad Wammes; choreografie: Wies Merckx; spel-muziek: Karstine Hovingh, Bertien Minco, Joep Dorren, Piet Hein Baelde. Vanaf 4 jaar. Gehoord: 6-1, De Krakeling, Amsterdam. Nog in het gehele land t-m 25-5.

Achter het raam van de treincoupe komen voorzichtig twee oren tevoorschijn, dan een rond, wit hoofd met twee zwarte kraaloogjes en daaronder een kruisje op de plaats van de mond. “Nijntje, Nijntje”, roepen de kinderen in de zaal verrukt. Nijntje zit in de trein, ze heeft een rood koffertje bij zich want ze gaat logeren bij tante Betje Big.

Over Nijntje en Betje Big, de twee bekendste figuren van Dick Bruna, is een opera voor kleuters gemaakt. Het libretto van Nijntje gaat logeren werd door Bruna geschreven; de muziek van Ad Wammes is geinspireerd op herkenbare geluiden als het getjoek van een trein en het tikken van een klok. Karstine Hovingh en Bertien Minco zingen de tekst: “Ik ben stap, stap, stap, uit logeren.” Soms zijn ze in hun dikke pakken moeilijk te verstaan, maar een groot bezwaar is dat niet, de voorstelling is zo duidelijk dat het publiek wel begrijpt waar het over gaat; bovendien worden de zinnen vaak meer dan eens gezongen.

Het decor is simpel en strak vormgegeven en uitgevoerd in helder rood, geel, groen, blauw en wit, conform de kleuren in de tekeningen van Dick Bruna. Telkens wanneer een nieuwe scene begint, komt een van de twee musici op het toneel om half zingend, half pratend uit te leggen wat er is te zien en wat er aan het decor verandert: als je het treinraampje omdraait wordt het het raam in het huis van Betje Big, er komen gordijnen voor te hangen en er verschijnt een landschap achter. “Hebben jullie gemaakt”, roept een jongetje dat kennelijk niet in de illusie gelooft.

Het verhaal gaat uit van elementaire gevoelsuitingen: Nijntje is vrolijk omdat ze gaat logeren, samen met tante smikkelt ze van een groot stuk taart en ze mag vliegeren in de tuin. Maar 's avonds in het vreemde bed krijgt ze heimwee, ze is bang en verdrietig en huilt met haar beer tegen zich aan. Hoewel het uiterlijk van Bruna's figuren niet wijzigt, kunnen ze in de opera hun wisselende stemmingen door hun houding en met behulp van stembuigingen uitdrukken. De muziek en woorden als 'hoi-hoi', 'smak-smak' en 'snik' zijn daarbij van belang omdat ze de respectieve emoties nog eens onderstrepen.

Regisseuse Ingrid van Leeuwen heeft van Nijntje gaat logeren een vriendelijk ogende en vooral ook leuke opera gemaakt, waarin kinderen veel kunnen herkennen van wat ze om zich heen zien en horen. De choreografie is eenvoudig en helder en heeft af en toe kleine grapjes in petto. Doordat de vormgeving zo nauw aansluit bij de stijl van Bruna's tekeningen is het alsof zijn boekjes, tientallen keren vergroot, tot leven zijn gekomen - dit tot vreugde van de kinderen: na afloop willen ze allemaal weten hoe Nijn nu in het echt aanvoelt.

    • Noor Hellmann