De voorbeeld-functie van Schapers

Tennisbondscoach Stanley Franker is een man van uitgesproken ideeen, die begrippen als psychologie in de tennissport, gedrag op de baan en discipline in 1991 de hoogste prioriteit wil geven. Met die gedachten in het achterhoofd is Franker het afgelopen weekeinde neergestreken in Sydney om de komende weken de prestaties te observeren van maar liefst vijftien Nederlandse mannen en vrouwen die het Australische circuit afwerken. Bij de mannen vallen Siemerink en Krajicek onder de KNLTB, terwijl bij de vrouwen Oremans, Rottier, Kamstra en Van den Berg onder de vlag van de nationale tennisbond zijn uitgezonden. Maar ook Schapers, Oosting, Nijssen, Koevermans, Haarhuis en Eltingh (bij de mannen) en Bollegraf, Schultz, Bakkum (bij de vrouwen) mogen zich in de belangstelling verheugen van Franker, een Pietje precies wiens werkwijze de afgelopen jaren bij de tennisbond veel respect heeft afgedwongen.

“Ik ben in Australie omdat de toernooien van Adelaide en Sydney gelieerd zijn aan Melbourne, het eerste Grand-Slamtoernooi van het jaar”, betoogt Franker. “Voor tennissers betekent het toernooi van Melbourne dat ze moeten pieken. Evenals in Parijs, op Wimbledon en op Flushing Meadow. Die vier toernooien bepalen je marktwaarde als speler. Want de hele internationale pers is er. Australie heeft als aantrekkelijke bijkomstigheid dat het ver van huis is. Voor Krajicek, Eltingh en Siemerink betekent dit dat ze voor het eerst echt ver weg zijn. Het is goed dat ze dit meemaken. Ik let daarom niet alleen op de sportieve prestaties van de Nederlanders maar ook op een aantal psychologische factoren dat zo ver van huis van invloed zijn. Gedrag, discipline op de baan, het is allemaal van invloed. Als spelers met hun racket smijten laat ik ze rustig zelf de terugreis betallen. Je praat dan toch al gauw over 3900 gulden.”

Een storende factor wat betreft de prestaties kan de aanwezigheid van familieleden betekenen. Franker: “Ik heb hier alweer mevrouw Schultz en mevrouw Krajicek zien rondlopen. De aanwezigheid van die moeders is weliswaar niet storend maar het kan toch de balans verstoren. De grote jongens en meisjes van het Nederlandse tennis zijn niet echt verkeerd bezig. Maar het is toch jammer dat Michiel Schapers niet langer de nummer een is in Nederland. Hij is een model-atleet. Een voorbeeld voor iedereen. Altijd vroeg op, altijd vroeg naar bed. Hij etaleert een voorbeeldige voorbereiding die ik bij alle anderen toch een beetje mis. Dat extra vleugje verantwoordelijkheid, het ontbreekt vaak bij de rest.”

Franker noemt in zijn bedekte kritiek geen namen maar het is duidelijk dat hij bij coryfeeen als Koevermans en Haarhuis, die respectievelijk worden getraind door Don en Van Hulst, toch de gedrevenheid van een Schapers mist. Franker: “Don en Van Hulst zijn als trainers okay. Alleen kunnen ze niet altijd met hun spelers mee omdat ze thuis eigen bedrijven hebben. Ik kan dat via de bond niet financieel compenseren. Terwijl juist Haarhuis en Koevermans in een fase zitten dat ze eigenlijk constant moeten worden begeleid om dat sprongetje hogerop te maken.”

Niettemin zit het Nederlandse tennis wat Franker betreft duidelijk in de lift. Of zoals hij dat formuleert: “Koevermans die na Okker als eerste een Grand-Prixtoernooi wint, Koevermans en Haarhuis die eerste worden in een dubbeltoernooi, Rottier die de Orange Bowl wint, het vormen allemaal symptomen die er op duiden dat we de goede richting uitgaan. Aleen degradatie van het tennisteam uit de wereldgroep van de Davis Cup vormde eigenlijk een domper.”

Nietemin zal Franker in Australie blijven hameren op de puntjes op de i. Als voorbeeld neemt hij de hitte. “Dat de spelers dreigen met een staking bij extreme hitte vind ik een beetje onzin”, meent de bondscoach. “Als je in de hitte een partij moet spelen moet je de dag ervoor al flink drinken en niet pas wanneer je op de baan staat. Een pauze na de derde set van een kwartier zou daarom wel volstaan. Maar nemen spelers een flesje water mee wanneer ze naar bed gaan? Dat vergeten ze gewoon. Dat bedoel ik met een goede voorbereiding.”