DE DOORBRAAK VAN EDWIN JONGEJANS

Als kind sprong hij al van de bank op de stoel en terug. De aangeboren, grote sprongkracht, vertelt zijn moeder trots, werd toen al getraind. Edwin Jongejans (24) behaalde in Perth tijdens het wereldkampioenschap schoonsspringen van de een-meterplank een gouden medaille. Voor het eerst won een mannelijke deelnemer uit Nederland daardoor een medaille op een internationaal zwemtoernooi. In een discipline die tot nog toe het domein van Amerikanen en Chinezen was. Een succes dat zijn bond duidelijk niet had voorzien. Hij zelf wel. “Dat ik kon winnen wist ik anderhalf jaar geleden al”, zegt de gouden-medaillewinnaar wiens zus Daphne slechts op de elfde plaats eindigde. Een familieportret.

De Koninklijke Nederlandse Zwembond had voor zaterdagmiddag 16.00 uur lokale tijd in het Kings Ambassador Hotel in Perth een persconferentie uitgeschreven. De officials hadden kennelijk vergeten dat uitgerekend omstreeks die tijd duidelijk zou worden of Edwin Jongejans een medaille zou winnen. Op het laatste moment werd de bijeenkomst verschoven naar een later tijdstip en toen Jongejans tegen de avond met goud behangen de lobby van het hotel betrad bleek er zelfs gezorgd voor champagne: een fles en zes glazen. Terwijl de dertig aanwezigen toekeken schonk een onbekend gebleven blazer zichzelf en de familie Jongejans in om 'ons' succes te vieren. Alleen bondscoach Frans van de Konijnenburg deed discreet een stapje opzij toen het tafereel werd gefotografeerd. Hij kent het duo weliswaar al vanaf jonge leeftijd, was op grote toernooien steeds bij ze maar vond toch dat de eer vooral de kampioen en hun door omstandigheden afwezige Amerikaanse coach Randy Ableman toekomt.

Schoonspringen in Nederland dankt zijn bekendheid vooral aan Daphne Jongejans, de anderhalf jaar oudere zus van Edwin. Voor vraaggesprekken en fotosessies kreeg de charmante blonde waternimf altijd de uitnodigingen. “Toen ik in 1987 Europees kampioen werd liep Badhoevedorp uit voor een huldiging, toen Edwin vorig jaar de Europese titel won gebeurde er bijna niets”, zegt Daphne. “Dat is sneu voor hem. Hij heeft meer talent, maar hij mist zelfvertrouwen. Ik heb wel eens tegen hem gezegd: 'als jij het echt serieus gaat nemen word je gevaarlijk'. En je ziet het. Hij is ouder geworden, heeft geen andere dingen aan zijn hoofd en wint goud. Alleen heeft hij af en toe een gebrek aan zelfvertrouwen. Edwin is twee keer zo goed als hij denkt dat hij is.”

Investering

Hij was vijf toen hij begon met schoonspringen. Zij wilde, hoewel ze destijds bang was voor bijna alles, niet voor haar jongere broertje onderdoen en ging mee. “Ik kan me niet eens een moment uit mijn leven herinneren dat ik niet sprong”, zegt Daphne. Gestimuleerd door enthousiaste ouders doken ze naar de top. “Zonder gepushed te worden. Al werd er natuurlijk wel eens gezegd: je hebt hier voor gekozen, nu moet je ook doorgaan”, weet ze. Hun ouders zorgden er voor dat ze trainingen op verschillende locaties in Nederland konden bezoeken. Na 1984, toen zus en broer Jongejans in Miami gingen studeren en trainen betaalden hun ouders ook de tickets. Een investering die nu prestatief rendement opleverde.

Edwin Jongejans legde er vrijdag bij de voorronden al de basis voor. Hij werd toen eerste en dat, denkt hij, beinvloedt de jury enigszins. “Je zit dan lekker. Als je goed begint straffen ze een misser niet meteen erg af. Vroeger heb ik me wel geergerd als Amerikanen en Chinezen op die manier bevoordeeld werden. Nu werd mijn zevende sprong te hoog gewaardeerd en daardoor blijf je er helemaal in.” De enorme sprongkracht is zijn voordeel op de een-meterplank, het onderdeel dat voor het eerst op het programma van een wereldkampioenschap stond. Door een welhaast perfecte combinatie van kracht, armzwaai en plankgebruik lanceert hij zichzelf metershoog. Dat biedt hem niet alleen de gelegenheid de voorwaartse-, achterwaartse-, binnenwaartse-, contra- en schroefsprongen uit te voeren maar ook om zijn lichaam steeds bijna verticaal in het wateroppervlak te boren. Opvallend was dat de Chinese deelnemers niet excelleerden op de laagste sprongafstand. “Ze zijn niet zo sterk. Op de drie meter kunnen ze dat met hun snelheid compenseren. Dat wist ik tevoren en eigenlijk heb ik alleen de Amerikaan Lenzi (die tweede werd, red) als mijn grote concurrent beschouwd.”

Volgens zus Daphne heeft hij dan weliswaar een gebrek aan zelfvertrouwen, tijdens de wk-finale was hem dat niet aan te zien. Ontspannen liep hij langs het bassin, maakte een praatje met medefinalisten en voerde steeds hetzelfde ritueel uit: In een bubbelbadje zitten om de spieren op te warmen en een duik in het wedstrijdbad. “Ik probeer zoveel mogelijk hetzelfde te doen als op de training. Want je kunt wel stijf van de zenuwen staan... Toch heb ik rondgelopen en tegen mezelf gezegd: 'ik kan het wel, ik kan het niet'. Al wist ik eigenlijk vrij snel dat ik de enige was die mezelf kon verslaan.” Toen hij zijn elfde en laatste sprong deels verprutste en onder een gemene hoek het water inschoof leek dat bijna te gebeuren. Maar Jongejans bleek zelf het sinistere brein achter die bloeddrukverhogende actie: “Ik wist dat ik dertig punten voorsprong had en wilde met de laatste, moeilijke sprong geen al te groot risico nemen.”

Zijn gouden sprongenreeks komt op een moment dat de wereldzwembond FINA een dikke streep heeft gezet door alle zogenoemde amateurregels. Bovendien is het onrustig in de stad omdat Ion Tiriac, de man achter het miljoenenconcern Boris Becker, rondwaart en zijn ideeen voor een profcircuit heeft ontvouwd. Omdat Tiriac wordt beschouwd als een tovenaar die alles wat hij aanraakt in goud verandert, dromen zwemmers en duikers weg bij de zalige gedachte dat ook zij nu rijk kunnen worden van hun sport. Voor Daphne Jongejans lonkte het grote geld al eens toen na de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles de modellenbureaus in de rij stonden. Maar ze kon dat werk niet gaan doen omdat regels van de studentenvereniging in Florida dat niet toestonden. Inmiddels heeft ze haar studie international financial marketing al geruime afgesloten en werkt ze als marketing director van een klein bedrijf. Het liefst zou ze echter actief worden op het gebied van de sportmarketing.

Blind

In de zwemsport?''Een profcircuit zou uitstekend zijn, maar in de FINA zitten allemaal mannen van tachtig jaar en ouder. En de meesten zijn volgens mij nog blind ook. Ik denk wel dat het zwemmen te verkopen is. Het is alleen nooit goed aangepakt. Ik heb er wel ideeen over. Je moet van alles een klein beetje doen. Met snel opeenvolgende korte nummers en spectaculaire onderdelen als het springen erbij is het aantrekkelijk te maken. In de zwemsport moeten meer mensen aan hun image werken, want het publiek wil favorieten kunnen kiezen.''