Authentieke praktijk zonder muurvast credo

Concert: The Orchestra of the Age of Enlightenment. Programma: J. S. Bach: de zes Brandenburgse Concerten. Gehoord: 6-1 Grote Zaal Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 7-1 Amsterdam.

Het Engelse Orchestra of the Age of Enlightenment bestaat nog maar vier jaar, maar is al geruime tijd een van de meest superieure ensembles ter wereld. Het spelen op authentieke instrumenten onder leiding van barokspecialisten heeft bij dit orkest niet tot een muurvast credo geleid, zoals nog onlangs bleek bij de televisie-uitzending van een warmbloedige en verfijnde uitvoering van Mozarts Figaro onder leiding van Simon Rattle. Het Engelse orkest geneert zich niet voor een dergelijk 'overspel' en slaat een brug naar de reguliere uitvoeringspraktijk. Dat is een zegen, want in plaats van twee kampen die elkaar in het verdomhoekje duwen vindt er nu een uiterst vruchtbare 'kruisbestuiving' plaats.

Een dirigent als Rattle raakt in de ban van de achttiende-eeuwse retoriek en de specialisten op hun authentieke instrumenten winnen aan vrijheid en natuurlijkheid. De integrale uitvoering van Bachs Brandenburgse Concerten gisteravond in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw klonk als een levendige discussie waarbij de spelers afwisselend het hoogste woord voerden, elkaar bijvielen of hun eigen gedachten de vrije loop lieten.

Het allerhoogste woord voerde bijvoorbeeld de violino piccolo in het Eerste Brandenburgse Concert, maar de klank van het kleine viooltje was zo zacht dat de andere spelers zich hiernaar moesten richten. De hoorns volbrachten hier een waar kunststuk door hun moeilijke partijen pianissimo te blazen.

Niet altijd lukte het The Age of Enlightenment om zo'n perfecte klankbalans te bereiken. In het Tweede Concert domineerde de moeizaam intonerende clarinotrompet het gesprek en vroeg men zich af waarom hier niet gekozen was voor de mildere jachthoorn, een mogelijkheid die Bach niet zonder reden aangaf.

Een hoogtepunt daarentegen was het Vierde Concert geschreven voor een lage strijkersbezetting, waarbij de klank op een weelderige manier versmolt, terwijl een heldere articulatie de stemmen afzonderlijk tot hun recht deed komen.

De articulatie van het Engelse orkest heeft geen spoor van de schoolmeesterachtige nadrukkelijkheid die zo vaak gebezigd wordt in het authentieke 'circuit'. Dankzij de uitstapjes met reguliere dirigenten, dankzij een breed repertoire en door de kennis van de taal van de barokmuziek heeft het ensemble een volstrekt eigen idioom ontwikkeld. Hoe authentiek dit idioom is zal niemand ooit te weten komen maar het overtuigt door zijn vrijheid en spontaneiteit.