Artsen huis van bewaring in Utrecht worden niet vervolgd

ROTTERDAM, 7 jan. - Het openbaar ministerie in Utrecht ziet af van vervolging van twee artsen en drie verpleegkundigen die werden verdacht van dood door schuld van een 19-jarige gedetineerde in het Utrechtse huis van bewaring. De advocaat van de moeder van de overledene, mr A. de Leon uit Soest, heeft stappen ondernomen om alsnog vervolging af te dwingen.

De artsen en verpleegkundigen zouden verantwoordelijk zijn voor de toediening van een overmatige dosis van het verouderde slaapmiddel chloralhydraat. Deze werd in augustus 1989 aangetroffen in het lichaam van de gedetineerde die was overleden. Uit een onderzoek van de rijksrecherche is gebleken dat het slaapmiddel in het Utrechtse huis van bewaring onzorgvuldig werd bereid en verstrekt.

Volgens het openbaar ministerie is niet te bewijzen dat de overdosis chloralhydraat die de gedetineerde tot zich nam in een keer aan de gedetineerde is verstrekt. “Hij kan het middel ook gespaard hebben”, zegt persofficier van justitie mr P. van der Molen.

Advocaat De Leon van de moeder van de overleden gedetineerde heeft “ongeveer half december” bij het gerechtshof in Amsterdam een klaagschrift ingediend om daarmee alsnog vervolging te bewerkstelligen. Hij buigt zich nog over de aan te voeren gronden, maar volgens hem zijn er “voldoende feiten aanwezig” die vervolging rechtvaardigen.

Het ministerie van justitie heeft naar aanleiding van het onderzoek van de rijksrecherche alle huizen van bewaring opdracht gegeven het slaapmiddel chloralhydraat niet langer te gebruiken. Het dagblad De Telegraaf meldde eerder dat het hoofd van de medische staf en drie verpleegkundigen in het Utrechtse huis van bewaring tijdelijk van hun functie zijn ontheven op grond van het rijksrecherche-onderzoek. Het ministerie doet daarover geen mededelingen, omdat het hier “personeelsbeleid” betreft.