Amusement RTL-4 lokt kijkers weg; NOS-journaal versus bloemkolen

De belangstelling voor televisienieuws neemt af. Het bereik van het NOS-journaal daalde de afgelopen drie jaar van 44 naar 32 procent van de bevolking. Omdat slechts 9 procent naar het RTL-4 nieuws kijkt en de helft van deze kijkers eveneens een van de NOS-journaals ziet en dus van het totaal moet worden afgetrokken, bereiken de nieuwsbulletins van Hilversum en RTL-4 samen 36, 5 procent van de Nederlanders. Dat betekent dat in de periode van 1987 tot 1990 het aantal 'nieuwskijkers' met circa een miljoen afnam.

“De consequentie daarvan is dat een snel groeiend deel van de mensen niet meer weet wat er in de wereld gebeurt.” Gerard van der Wulp, hoofdredacteur van het NOS-Journaal maakt zich zorgen. Niet over de kijkdichtheid of het marktaandeel van zijn journaals: 3, 5 miljoen kijkers en een marktaandeel dat groter is dan de percentages die de Hilversumse netten sinds de komst van RTL Veronique halen zijn geen cijfers die een zorgelijk gezicht rechtvaardigen. “Een miljoen kijkers die schakelend van het ene amusementsprogramma naar het andere hun maatschappelijke en democratische vaardigheden verliezen, dat is een reden tot zorg”, zegt Van der Wulp.

“Het journaal is een 'appetizer' voor de andere media. Uit telefonisch onderzoek blijkt dat 70 tot 80 procent van de mensen het nieuws eerst van de tv verneemt, daarna lezen ze er over in kranten of tijdschriften. Als de belangstelling voor nieuws op tv afneemt, zal de belangstelling voor de rest van de media onherroepelijk die ontwikkeling volgen.” Van der Wulp is niet bekend met de cijfers die het Cebuco (Centraal bureau voor de courantenpubliciteit) half december bekend maakte. Daaruit blijkt dat het aantal huishoudens in de steden dat een krant leest sinds 1983 met elf procent is gedaald. De dagbladpers zoekt de oorzaak hiervan in het toenemend aantal stadsgezinnen dat van een minimuminkomen moet leven. Van der Wulps bevindingen stemmen hiermee overeen.

“Het grote amusementsaanbod dat tegenover de journaals wordt gezet, is de oorzaak. Uit onderzoek blijkt dat 'Goede tijden, slechte tijden' en 'Rad van Fortuin', de veel bekeken amusementsprogramma's die RTL-4 tegenover de journaals van zeven en acht uur zet, een lager opgeleid, weinig koopkrachtig publiek trekken. Een groep mensen die niet op een andere manier van het nieuws kennis neemt dan via de tv. Het gevolg is dat het aantal hoger opgeleiden dat naar onze journaals kijkt, verhoudingsgewijs is toegenomen. Er is een verschuiving opgetreden ten gunste van de hoger opgeleiden van tien procent.”

Van der Wulp wil hieraan voorlopig nog niet de conclusie verbinden dat de journaals aanpassing behoeven. “De NOS heeft de wettelijke taak de nieuwsvoorziening op de Hilversumse netten te verzorgen. De programmaraad heeft dat nader uitgewerkt in een omschrijving die ons verplicht het totale publiek te bedienen en niet voor een bepaalde doelgroep te werken. De vraag waar we nu voor staan is of we de verloren groep moeten proberen terug te winnen. We zouden bijvoorbeeld twee journaals kunnen maken, een voor kijkers met veel voorkennis en een voor de groep die zonder voorkennis voor het scherm zit, of een differentatie in de bulletins kunnen aanbrengen waardoor ook iets ontstaat dat meer is gericht op mensen met minder voorinformatie. Maar daarmee stel je de voorgeschreven en fundamentele taak van het journaal ter discussie. We zijn er om alle groepen zo toegankelijk mogelijk van nieuws te voorzien. Het moet voor velen te begrijpen zijn en niemand tegenstaan omdat het te weinig te bieden heeft.”

De oplossing moet in de eerste plaats worden gezocht in het aanpassen van de uitzendtijdstippen, meent Van der Wulp. “Er moeten meer momenten komen waarop het publiek een journaal kan bekijken. Zeven uur en acht uur liggen erg dicht bij elkaar, maar we zullen toch meer van deze keuzemogelijkheden moeten creeren. Omstreeks zes uur zitten veel mensen te eten. Onderzoek wijst uit dat ze dan niet naar de tv willen kijken, behalve als er een journaal uit komt. Het beste zou zijn wanneer in Nederland net als in de VS op alle netten van zes tot zeven uur nieuws werd uitgezonden, dat is in Amerika traditioneel gegroeid en wordt door alle omroepbedrijven gerespecteerd. Ik zou het ook echt veel dapperder vinden wannneer RTL-4 ons nieuws met nieuws beconcurreerde. Maar dat is nu net wat ze heel bewust niet doen. Zij richten hun programmering bewust zo in dat er tegenover de journaals steeds een grote trekker staat. Programma-directeur Hendriks heeft al aangekondigd dat hij, zodra wij een middagjournaal beginnen, er onmiddellijk een sappige serie tegenover zet. Als het publiek bloemkolen wil, geef je het bloemkolen, is zijn opvatting. Maar ik zou toch willen bepleiten dat RTL iets maatschappelijker programmeerde en het journaal niet met bloemkolen bestreed. Daar zijn de gevolgen toch echt te ingrijpend voor.”