Afname veehandelaren

DEN HAAG - Het aantal veehandelaren in ons land zal de komende jaren aanzienlijk afnemen. Dat verwacht het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Den Haag. Van de 4.000 veehandelaren zullen er in het jaar 2000 nog slechts 2.500 tot 3.000 over zijn.

Uit het rapport van het LEI blijkt dat de concurrentiepositie van de veehandel steeds meer onder druk komt te staan. Het aantal veehouders en slachterijen vermindert, evenals de veestapel. Bovendien leveren steeds meer veehouders hun dieren rechtstreeks aan de slachterijen, zonder tussenkomst van een veehandelaar.

Het bedrijfschap voor de Handel in Vee denkt dat de sanering tot stand kan komen via natuurlijke afvloeiing van oudere veehandelaren. Het produktschap voor Vee en Vlees (PVV) is minder optimistisch. Het verwacht dat de aanpassing aan de veranderende omstandigheden slechts moeizaam zal verlopen. “Het is immers gemakkelijk om veehandelaar te worden. Wie het eenmaal is, stopt er niet gemakkelijk mee.” Bovendien hebben degenen die stoppen doorgaans zo'n klein marktaandeel dat van verruiming van de markt nauwelijks sprake is, aldus het PVV.

Het LEI adviseert de veehandelaren hun vakbekwaamheid te verhogen, zodat ze veehouders beter van advies kunnen dienen bij de verkoop van het vee. Daarnaast zouden veehandelaren zich kunnen specialiseren in een bepaalde diersoort.

Overigens vindt er niet alleen een sanering plaats onder de veehandelaren. Vorig jaar september concludeerde het LEI al dat Nederland in 2000 niet voldoende vee heeft om alle elf veemarkten bestaansrecht te kunnen bieden. In een recent onderzoek van het PVV wordt voorspeld dat van de veertig grote slachterijen die ons land nu telt, er over tien jaar nog slechts twintig over zullen zijn. (Archieffoto NRC Handelsblad-Leo van Velzen)