Vuurwerkgedachten

'De jaarwisseling, ' zei de vriendelijke dame van de televisie die altijd kijkt alsof ze voorleest uit Moeder de Gans, 'is dit jaar opmerkelijk rustig verlopen. Vier mensen hebben het leven verloren. Er werden 57 arrestaties verricht. Ook waren er de gebruikelijke branden. Een winkelcentrum werd in de as gelegd. De politie verklaarde dat het nergens uit de hand is gelopen. Sleepboten zijn er in geslaagd het gestrande Britse containerschip Maersk Yare een paar meter naar zee te trekken maar de slagzij gooide roet in het eten.'

Die opmerkelijk rustige nacht van 1990 op 1991, waarin dus het enige roet in het eten door de slagzij was gegooid, had ik staan kijken naar vuurwerkvoorstelling, aangericht door een onbetwijfelbare steunpilaar van de maatschappij. Het was een voorproefje van wat er de vijftiende in de woestijn bij Koeweit zou gaan gebeuren: een soort trommelvuur met luchtaanvallen, want een deel van de pyrotechniek was hoog in een boom gespijkerd. De getuigen spraken hun bewondering uit en gingen dankbaar terug naar de drank en de hapjes.

In de krant las ik later op welke manier het nergens in ons land uit de hand was gelopen: van een slachtoffer was het hoofd ontploft nadat vanuit het publiek een explosief was gegooid, een andere had vergeten zijn strijkbom bijtijds los te laten, kortom, het gebruikelijke.

't Zal waar zijn maar toch vind ik die verklaring niet helemaal bevredigend. Al een keer of vier heeft de overheid ter gelegenheid van Oud en Nieuw een campagne gevoerd tegen de roekeloze behandeling van vuurwerk. Ik vind het een goede campagne, en voor Nederlandse begrippen zelfs uitzonderlijk, omdat er niet poeslief wordt gedaan maar ironisch, of zelfs sarcastisch, cynisch. 'Raak je een oog kwijt? Dan koop je toch gewoon een nieuw!'

Het helpt misschien wel, maar 't is niet afdoende. In dit stukje zal ik proberen daarvan een paar oorzaken op te sommen en ook stilstaan bij nog niet opgeloste problemen.

Stamp een paar luciferskoppen tot poeder, schrap de strijkvlakken van een ouderwets lucifersdoosje kaal en meng de zwavelgele korrels met de donkerpaarse. Deponeer dit hoopje op een gladde steen en geef er een klap op met een hamer. Hoewel u een knal met klap voorzag, zijn beide toch harder dan u had berekend. Door het experiment hebt u de smaak te pakken gekregen. Na een paar uur schrappen hebt u de nuttige delen van vijf pakken lucifers tot een doosje poeder verwerkt. Als u het gewoon aansteekt bent u de volgende seconde zo kaal als een biljartbal; ook wimpers en wenkbrauwen zijn er niet meer. Hebt u het mengsel in een of andere kleine ruimte aangestampt en daarna de klap gegeven dan vrees ik voor uw hand.

Dit experiment leert dat bijna iedereen geneigd is, de kracht van een explosief te onderschatten. Het wil er bij de mensen niet in dat zo'n hoopje stof een gloeiende vuist verbergt. Dat zullen we weleens met eigen ogen zien! Het is ons gebrek aan voorstellingsvermogen dat ons niet alleen op Oud en Nieuw noodlottig kan worden maar ook een belangrijke rol speelt bij het ontwerpen van een fraudebestendig paspoort, het uitbreken van oorlogen, enz.

Dan komt de ontploffing zelf. Het is jammer dat niemand zich zijn eerste knal herinnert - althans, ik heb daar nooit iets over gelezen. Toch moet dat een openbaring zijn geweest die naar meer smaakte. De eigenschap van een door vuurwerk veroorzaakte knal is dat hij doet verlangen naar de volgende. Dit verklaart, zeg ik in het voorbijgaan, de gestaag groeiende omzet van de vuurwerkindustrie. Maar het gaat me eigenlijk om iets anders dat opmerkelijker is. In het algemeen verlangt de mens naar herhaling van iets dat constructief is en tegelijkertijd een paar zintuigen streelt - iedereen kan de voorbeelden zelf bedenken - of iets dat ook zo'n soort genot schenkt maar daarbij destructief is. Als in objectieve zin de vernietigende kracht het genot overtreft, maar de genieter heeft dat er voor over, dan spreken we van verslaving. In zo'n geval grijpt de maatschappij in.

De explosie is destructief. Er zijn uitzonderingen, explosies die teweeg worden gebracht met een constructieve bedoeling - in de mijnbouw bijvoorbeeld - maar om te beginnen wordt er altijd iets vernietigd. De vuurwerkindustrie verschaft wel werk maar haar produkten schroeien de aarde, als alcohol de slokdarm. Daarbij worden door de knal geen zintuigen gestreeld maar beproefd. Trommelvliezen, netvliezen, slijmvliezen, bijna alle vliezen ondervinden hinder van het vuurwerk. Wat is dan het genot, waaruit ontstaat het verlangen naar de volgende knal?

Vroeger had ik een theorie op grondslag van 'zo de ouden zongen piepen de jongen.' In de tijd dat ik mijn eigen explosieven maakte uit kaliumchloraat en zwavel, of kruit won door de patroon in een bankschroef te zetten en de kogel eruit te trekken, was het oorlog. Het fabriceren en laten ploffen van bommetjes was heel gewoon, het hoorde zo, we wisten niet beter. Nadat we een kist met jachtpatronen hadden gevonden, hebben we nog van gordijnroeden en een windbuks een jachtgeweer gemaakt. Je leert van de mislukkingen en op miraculeuze wijze zijn al onze vliezen gespaard gebleven.

Maar nu is een jaar of tien geleden, in volle vredestijd en nog voor de nadagen van de verzorgingsstaat, de nieuwe hausse in vuurwerk begonnen. Daarmee is weliswaar mijn theorie niet ongeldig verklaard maar wel de vraag naar andere oorzaken dan het voorbeeld der ouderen ontstaan. Eigenlijk had ik er al een sluimerend vermoeden van dat het weer minder redelijk toegaat in het menselijk brein dan ik graag veronderstel.

Op Amerikaanse kermissen had je vroeger een tentje met modderballen waarmee je kon gooien naar een man met smoking en hoge hoed. Die attractie heette: Hit The Man Of Distinction. Dit voorjaar heb ik voor het eerst van m'n leven, ook op de kermis, een nieuwe variant van de windbuks gehanteerd: de luchtmitrailleur die met een slang is aangesloten op een drukvat. Je kunt er achterelkaar honderd kogeltjes met bijbehorende knal mee afvuren en zodoende een rode ster op een kartonnetje aan flarden schieten. Toen stelde de VPRO me in de gelegenheid, een hele avond m'n lievelingsfilms af te draaien. Heb ik ook een fragment gekozen uit de documentaire waarin hele reeksen overbodig geworden grote gebouwen worden opgeblazen? Ik weet het niet meer, maar zoniet, dan heb ik ervan gedroomd.

Die individuelle Freiheit ist kein Kulturgut, zei Freud. Cultuur, orde, netheid, beschaving, de constructieve levenshouding, de verzorgingsstaat, al die fenomenen waarvan ik een vurig voorstander ben, zijn evenzoveel beperkingen van de goddelijk-barbaarse vrijheid die Freud bedoelt. De knallen op Oud en Nieuw zijn de tienduizenden revanches op onze dan een paar uur ondragelijk geworden maar overigens gekoesterde orde. 'De politie verklaarde dat het nergens uit de hand is gelopen.' Het moet wel de cultuurfilosoof van de politie zijn geweest die deze zin aan de Nieuwsdienst heeft verstrekt.

Op de eerste ochtend van het nog onmetelijke jaar liep ik door de verlaten stad naar m'n werk. Ik keek goedkeurend naar de gemeentereiniging die al bezig was de puinhopen van de kleine bevrijding bijelkaar te vegen. In de verte klonken de laatste knallen van de eerste januari.

    • S. Montag