Stroom uit kernenergie stijgt sterk door invoer

ROTTERDAM, 5 JAN. Nederland heeft vorig jaar tweemaal zoveel elektriciteit geimporteerd als in 1989. De hoeveelheid ingevoerde stroom bereikte met bijna 15 procent (9, 4 miljard kilowattuur) van het totale verbruik een recordniveau. Daarmee is ook de hoeveelheid in Nederland verbruikte elektriciteit opgewekt met kernenergie sterk uitgebreid, al valt niet precies aan te geven hoe hoog dat aandeel is.

De twee Nederlandse kerncentrales, in Borssele en Dodewaard, zorgen voor ongeveer 3, 5 procent van de nationale elektriciteitsvoorziening. De extra stroom die door de Samenwerkende Elektriciteitsproducenten (SEP) werd geimporteerd, kwam vorig jaar voor ongeveer gelijke delen (elk 7, 5 procentpunt) uit Frankrijk en Duitsland. In Frankrijk is het aandeel van de kernenergie in de produktie van stroom 75 procent en in het voormalige West-Duitsland 35 procent.

Oorzaak van de hogere import zijn vooral nieuwe contracten met Duitsland die voortvloeien uit heronderhandelingen over voordelige aardgasleventies door Nederland in het verleden. Met vijftien procent import van elektriciteit zit Nederland aan de grens van de capaciteit van het internationale hoogspanningsnet. Minister Andriessen voorzag in augustus vorig jaar dat de SEP pas in het midden van de jaren negentig het maximum van 15 procent van de elektriciteitsbehoefte door import zou dekken. Hij schreef toen in antwoorden op vragen van de Tweede Kamer dat extra stroomimport wegens technische beperkingen niet aan de orde is, omdat capaciteit vrij moest worden gehouden voor onderlinge bijstand van landen in het geval van storingen.

    • Theo Westerwoudt