Mondiale slag om satelliet-raketten

ROTTERDAM, 3 JAN. In de lanceerindustrie voor commerciele satellieten, waar per jaar vier miljard gulden omgaat, lopen de handelsfricties hoog op tussen Europeanen, Amerikanen en in toenemende mate ook Chinezen en Russen. “De Verenigde Staten beschermen hun industrie door de grote overheidsmarkt voor de lancering van satellieten te reserveren voor Amerikaanse bedrijven als General Dynamics, McDonnell Douglas en Martin Marietta”, klaagde vorige maand Charles Bigot, voorzitter van het door Fransen gecontroleerde Europese consortium Arianespace dat in Frans Guyana met Ariane-raketten satellieten de ruimte inschiet.

De Verenigde Staten kaatsen terug dat deze Europese lanceerder van satellieten evenzeer van overheidssubsidies heeft geprofiteerd als de Amerikaanse concurrentie. Arianespace is formeel een particuliere naamloze vennootschap, maar het Franse nationale ruimteonderzoekcentrum CNES bezit 34, 2 procent van de aandelen. Daarmee blijft de Franse overheid, die al het leeuwedeel van het lanceercentrum in Guyana financierde, naar Amerikaans oordeel ook verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Ariane-rakettenprogramma.

Vast staat dat Arianespace een voorspoedige eerste tien jaar beleefde. Het bedrijf heeft nu ruim de helft van de wereldmarkt voor commercieel ruimtetransport in handen. En zijn orderportefeuille is welgevuld met opdrachten voor de lancering van 36 satellieten ter waarde van 5, 5 miljard gulden. Het succes van Arianespace hing natuurlijk nauw samen met de problemen van het ruimteveerprogramma van de Amerikaanse NASA, dat ver achterbleef bij de hooggespannen verwachtingen. De 'space shuttle' had na zoveel dienstjaren allang als een veilig, efficient en betrouwbaar ruimtevoertuig moeten functioneren. In plaats daarvan toont de shuttle, in de woorden van het tijdschrift Science, “het nukkige temperament van een antieke sportwagen”.

Kort na het verongelukken van de Challenger-shuttle in 1986 gaf president Reagan particuliere Amerikaanse firma's al toestemming om de lancering van commerciele satellieten van de NASA over te nemen. Op papier leek dat een geweldige uitdaging voor het relatief kleine Europese Arianespace. Maar dat blijkt tot nu toe mee te vallen.

. Vervolg pag. 15

. Europa en VS krijgen concurrentie van Chinezen en Russen

. De particuliere Amerikaanse rakettenbouwers hebben hun programma sinds jaar en dag immers afgesteld op de omvangrijke behoeften van het Pentagon en die stroken lang niet altijd met die van de commercie.

Zo gelden de voor militaire doeleinden ontworpen Titan-raketten van Martin Marietta of de Atlas-Centaurs van General Dynamics als te groot en te kostbaar voor de meeste commerciele lanceringen. Alleen de kleinere Thor-Delta raketten van McDonnell Douglas zouden zich kunnen meten met Europese Ariane-raketten. Algemeen wordt echter aangenomen dat de gigantische Amerikaanse firma's na de nodige Amerikaanse aanpassingen van hun produkten de Europese concurrentie het vuur nader aan de schenen zullen leggen. Hoewel wederzijdse beschuldigingen van protectionisme over de Atlantische Oceaan blijven vliegen, voeren de regering-Bush en het Europese Ruimte Agentschap (ESA) op dit moment toch overleg in Washington. En er bestaat hoop dat beide partijen het later dit jaar eens zullen worden over een pakket 'faire' handelsafspraken. Want ondanks alles beschouwen Europeanen en Amerikanen elkaar als min of meer 'loyale' concurrenten.

Dat geldt in beider ogen nauwelijks of niet voor Chinezen en Russen die hun aandeel op de wereldmarkt voor commercieel ruimtetransport proberen op te voeren door ver onder de huidige marktprijzen te duiken. Zowel de Amerikaanse firma's als Arianespace rekenen voor een gemiddelde lancering van een commerciele satelliet ongeveer 60 miljoen dollar. Maar Chinezen en Russen blijken bereid hetzelfde te doen voor de helft. Lage loonkosten, torenhoge subsidies en de behoefte aan buitenlandse deviezen verklaren die lage prijs.

Vorig jaar beloofden de Chinezen de komende zes jaar slechts negen Westerse satellieten te zullen lanceren tegen gangbare prijzen. Vervolgens werden een Arabische en een Australische communicatiesatelliet met Chinese Lange Mars-3-raketten de ruimte ingeschoten voor een prijs van 30 miljoen dollar elk. Intussen bestoken de Russen potentiele klanten met fleurige brochures over de kwaliteiten van hun Proton- en Zenit-raketten. Arianespace-voorzitter Charles Bigot verzuchtte onlangs: “Slechts tien procent van de Russische rakettenproduktie zou al voldoende zijn om de hele wereldmarkt voor commerciele satellietlanceringen te veroveren”. Waarna Bigot suggereerde dat Europa en Amerika een gemeenschappelijk front moeten vormen en proberen Peking en Moskou bij een afspraak over concurrentieregels te betrekken. Zo niet, dan is er volgens Westerse satellietlanceerders een stevige stok achter de deur. Tweederden van alle satellieten worden in de Verenigde Staten geproduceerd. En het gros van de overige satellieten bevat Westerse technologie en onderdelen. Het Westen kan dus het lanceren van die satellieten vanaf het grondgebied van prijsbrekers verbieden.

Toch ligt het minder eenvoudig. Want ook in het Westen zelf zijn de belangen vaak tegenstrijdig. Lanceerders mogen dan prijsafbraak vrezen, satellietbezitters zullen het idee van meer goedkope lanceringen waarderen. En grote satellietbouwers als Hughes, Ford en General Electric hopen in geval van goedkope lanceringsmogelijkheden meer satellieten te verkopen. Behalve Chinezen en Russen zijn er natuurlijk ook Japanners. Hun komst op de lanceermarkt voor commerciele satellieten is vertraagd doordat hun raketten nogal wat Amerikaanse ingredienten bevatten. Licentieregels staan de Japanners wel toe met die raketten eigen satellieten te lanceren maar niet die van buitenlanders. Deze situatie verandert echter snel en Japan hoopt de Amerikaanse onderdelen in zijn raketten voor 1992 te vervangen door inheemse 'hardware', waardoor het land toegang krijgt tot de internationale lanceerindustrie.

Daarna zullen zonder twijfel andere landen volgen, zoals India en Brazilie. Wordt het met zoveel nieuwkomers niet wat vol?”De fundamentele kwestie is natuurlijk of de vraag naar lanceringen gelijk zal opgaan met de sterke groei van het aantal lanceerders”, aldus de Amerikaanse ruimtevaartexpert Morton Langer. “Tot nu toe hoor ik meer romantische geluiden dan harde antwoorden”.

    • Ferry Versteeg