MERCEDES

Mercedes in Peace and War. German Automobile Workers, 1903-1945

door Bernard P. Bellon

XV + 356 blz., geill., Columbia University Press 1990, f 96, 55

ISBN 0 231 06856 5

Het is slechts een paar jaar geleden dat de Duitse autofabrikant Daimler-Benz aan een klein aantal mensen geld heeft uitgekeerd ter compensatie voor de periode dat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog in haar fabrieken als dwangarbeiders waren tewerkgesteld. Het blazoen van het concern is in dat opzicht zeker niet schoon. Uit het boek van de Amerikaanse historicus Bernard Bellon, Mercedes in Peace and War, kan men zelfs opmaken dat de autofabriek alleen dankzij de nauwe betrokkenheid bij de twee wereldoorlogen heeft kunnen uitgroeien tot het vermaarde kwaliteitsmerk dat het nu is. In de jaren dertig en veertig werd Mercedes geassocieerd met het nationaal-socialisme en Hitler; nu siert de bekende Mercedes-ster het shirt van de Deutsche Mannschaft. Mercedes, kortom, staat voor alles wat Duits is.

Maar dat Mercedes liever haar naam verbonden ziet met de nieuwe wereldkampioen voetbal dan met Hitler, heeft het voor de historicus Bellon niet eenvoudig gemaakt om de geschiedenis van deze autofabrikant te schrijven. Bellon kon het Mercedes-archief onderzoeken tot aan het jaar 1933. Maar alle documenten uit de periode 1933-1945, blijven tot nu toe achter gesloten deuren. Voor die periode moest Bellon zijn materiaal elders verzamelen.

Gottlied Daimler ontwikkelde zijn eerste Mercedes in 1901. Het specialisme van zijn fabriek was de produktie van grote, exclusieve automobielen. Een gretig afnemer was het Duitse leger, dat al snel besloot om hoge officieren per auto in plaats van per paard te verplaatsen. Na 1911 vervaardigde Daimler bovendien het leeuwedeel van de motoren voor militaire vliegtuigen. Toen in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog losbarstte, braken er voor Daimler gouden tijden aan. De oorlogsmachine van het keizerrijk had een onverzadigbare honger naar legervoertuigen, tanks en vliegtuigen. Daimler ontving gulle subsidies om nieuwe, snellere en efficientere automodellen voor het leger te ontwikkelen. Miljoenen marken verdwenen in de zakken van het concern: het was een schoolvoorbeeld van de opkomst van het 'militair-industrieel complex'.

Bellon besteedt in zijn boek veel aandacht aan de rol van de radicale arbeiders bij Daimler, varierend van onafhankelijke sociaal-democratische groeperingen tot aan radicale spartakisten. Al in 1913 hadden socialistische arbeiders bij de fabrieken eigen woningcomplexen laten bouwen waarin honderden families in communes, gezamenlijk Marx' utopieen konden nadromen. In november 1918, op het hoogtepunt van de revolutionaire woelingen in Duitsland, noemde een radicale krant de Daimler-arbeiders zelfs 'de voorhoede van de revolutie'.

In 1926 volgde de fusie met het Benz-concern, maar al drie jaar later sloeg de internationale economische depressie toe. In vier jaar zakte de produktie van auto's totaal ineen. De directie zocht steun bij het Duitse leger en invloedrijke politieke groeperingen. In 1931 begon Daimler-Benz met een grote advertentiecampagne in de Nazi-krant de Volkischer Beobachter; Adolf Hitler reisde nadien nog uitsluitend per luxe Mercedes. Na de machtsovername werd Daimler-Benz rijkelijk beloond voor de ondersteuning van de nazi's. Bellon concludeert in zijn boek dat het grote 'Mercedes Reich' is gebouwd op de massale militaire expansie van Hitler in de jaren dertig. Tussen 1932 en 1940 groeide de produktie van Daimler-Benz met 830 procent.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Daimler-Benz gebruik van tienduizenden buitenlandse dwangarbeiders en Bellon heeft talloze onsmakelijke details boven water weten te krijgen over hun werkomstandigheden. Zo waren er speciale bordelen ingericht voor de buitenlanders, waarin Russische vrouwen hun 'dwangarbeid' moesten verrichten. Toen de fabrieken van Daimler-Benz in april 1945 door de geallieerden werden ingenomen, veranderde Mercedes op slag tot een centrale werkplaats voor Amerikaanse legervoertuigen. De ene broodheer werd moeiteloos voor de andere ingeruild.

Bellon heeft met Mercedes in Peace and War de biografie geschreven van het grootste industriele bedrijf van Duitsland. Het was niet zijn bedoeling het concern in de beklaagdenbank te zetten. Menige paragraaf is gewijd aan de positieve rol van de vakbonden en de diverse sociale programma's in het bedrijf tijdens de jaren twintig. Dat Mercedes het bedrijf is dat het is, heeft het niettemin voor een groot deel te danken aan de gewelddadige geschiedenis van de Duitse natie. Onduidelijk blijft evenwel ook uit dit boek of Daimler-Benz rechtstreeks bemoeienis heeft gehad bij de machtsovername van Hitler, of slechts auto's ter beschikking heeft gesteld en de verkiezingsbijeenkomsten financierde.

    • Peter van Ham