Menem wil zegen van het Argentijnse leger

LIMA, 5 jan. - Het politieke venijn zat in Argentinie het afgelopen jaar in de staart. Met twee ogenschijnlijke dieptepunten en een duidelijk hoogtepunt maakte Carlos Menem in december een voor zijn presidentschap turbulente maand mee. Maar nu een derde deel van zijn ambtstermijn erop zit, is de politieke balans niet onverdeeld ongunstig voor Argentinies in vele opzichten snelle staatshoofd.

Begin december triomfeerde hij door in een recordtempo de vierde opstand van extreem-nationalistische onderofficieren, de zogenoemde carapintadas, te laten neerslaan. Een levensgrote dreiging was binnen een dag omgevormd tot een overwinning voor Menem.

Een paar dagen later hoorde hij in het inmiddels weer rustige Buenos Aires van niemand minder dan George Bush een lofrede op zijn presidentschap en op de leidende rol van “mijn vriend” Carlos Menem en Argentinie in de Latijns-Amerikaanse wereld. Bush had wat Menem betreft het tijdstip van zijn bezoek en de toonzetting in zijn toespraken niet gelukkiger kunnen kiezen.

Maar intussen zweefde het onderwerp 'indulto', de gratieverlening aan de nog gevangen zittende hoge officieren van de 'vuile oorlog', als een onweerswolk boven politiek-Buenos Aires. In zeer brede kring was er fel verzet tegen Menems voornemen de generaals Videla, Viola, Camps, Suarez Mason en admiraal Massera alsmede guerrillaleider Mario Firmenich voor het eind van 1990 presidentiele amnestie te verlenen.

De officieren en Firmenich kwamen zondag volgens plan vrij en aan de te verwachten demonstratie op het beroemde Plaza de Mayo namen tienduizenden Argentijnen uit alle geledingen van de samenleving deel. Maar Menem toonde zich niet erg onder de indruk. Hoewel uit opiniepeilingen en massaal ondertekende petities bleek dat meer dan zeventig procent van de Argentijnen tegenstander van deze 'indulto' is, wist Menem zich verzekerd van een aanzienlijke en opmerkelijke populariteit.

Voor iemand die wordt gezien als exponent van een politiek systeem waarin nepotisme en corruptie hoogtij vieren en als instigator van diep ingrijpende economische maatregelen is de populariteit van Menem inderdaad opmerkelijk. De politieke gok met de gratieverlening aan militairen die Menems kiezers - en Menem zelf - zoveel leed hebben berokkend, maakt de populariteit van de president des te opmerkelijker.

Een van Menems meest uitgesproken politieke tegenstanders, de peronistische parlementarier 'Chacho' Alvarez, noemde onlangs Menems stijl van leiderschap en het gebrek aan alternatieven in Argentinie de belangrijkste redenen voor de populariteit van het staatshoofd. “In Argentinie is sprake van een rationalisering”, zei Alvarez. “De mensen hebben genoeg van loze beloftes, zijn moe van een democratie die hun geen verbeteringen brengt en hebben nu hun hoop gevestigd op Menem, die in een eigen, nieuwe stijl regeert. Want Menem is een leider van massa's.”

Een Argentijnse collega illustreerde later die constatering met een anekdote uit de verkiezingscampagne van Menem, toen deze met zijn 'Menemobiel' de sloppenwijken van Groot-Buenos Aires bezocht. “Een vrouw kwam op hem aflopen met haar kind in de armen. Zij vroeg Menem het kind te zegenen. En Menem zegende het kind.”

Zelfs in de optiek van de zeer kritische en vaak uiterst sarcastische Alvarez, woordvoerder van een groep 'linkse rebellen' binnen het peronisme, is er momenteel geen alternatief voor het “extreme liberalisme” van Menem. “Hij regeert nog vier en half jaar of er komt chaos”, aldus 'Chacho' Alvarez. Maar, zo voegde hij er aan toe, “Argentinie ontwikkelt zich instabiel.”

Instabiel was ook het woord dat een Europese diplomaat in de mond nam toen hij het land van Menem beschreef. “En instabiel zal het voorlopig ook wel blijven”, meende deze waarnemer.

De verhouding tussen Menem en de legerleiding is de bepalende factor voor de politieke stabiliteit van Argentinie. Zonder de steun van de militairen valt in Argentinie niet te regeren, zo merkte Menems voorganger, de Radicaal Raul Alfonsin op. Na een reeks processen tegen Videla en consorten kondigde hij de beruchte 'Punto Final' af. Met deze amnestie-bij-voorbaat werd in december 1986 een streep gezet onder nieuwe vervolging van militairen wegens schendingen van de mensenrechten.

De Radicale senator Adolfo Gass, een partijgenoot en vriend van Alfonsin, herinnert zich die periode: “Vierduizend militairen hadden we al aangeklaagd en de aangiften bleven maar binnenkomen. Er moest een eind aan komen. Ik zei tegen Alfonsin 'ik heb liever een staatsgreep dan deze Punto Final', maar uiteindelijk was ook ik overtuigd van het belang ervan en stemde ik voor.”

Menem zelf lijkt de politieke instabiliteit door een trait d'union met de militaire leiding te willen verminderen. Hij heeft haast met zijn economische hervormingsprogramma dat Argentinie uit de huidige chaos moet trekken. In die visie is het compromis met de militairen over de amnestieverlening een noodzakelijk offer en een berekend risico. Bovendien kan Menem zich een lichte daling in de populariteitscijfers wel veroorloven.

De Argentijnse president Menem kreeg begin vorige maand de uitdrukkelijk steun van zijn Amerikaanse ambtgenoot George Bush.